De collectie biedt, tezamen met de banden om de middeleeuwse handschriften en de incunabelen en post-incunabelen, een uitstekend overzicht van de boekbindkunst in Nederland. Weinig stijlen, tijdperken of binders ontbreken. Sommige tijdperken zijn echter nog onderbelicht. Door aanschaf wordt gepoogd daarin te voorzien. Enkele deelcollecties kunnen worden aangegeven:
- Banden met ruitstempeling (ca 1450-1530)
- Banden met paneelstempels (1460-1550)
- Banden uit de vroege zeventiende eeuw
- Banden van Albert Magnus en zijn omgeving
- De achttiende eeuw
- Het classicisme en de vroege neo-stijlen
- De periode 1970 tot heden
- Prijsbanden
Typische Nederlandse band
Boekband, die rond 1746 zal zijn gemaakt, uitgevoerd in rood marokijn met plaatselijke beitsing en goudstempeling. Gemaakt in een Haagse binderij, waarvan de naam niet met zekerheid bekend is - wellicht gaat het om een lid van de familie Stofvoet - en die Eerste stadhouderlijke binderij is genoemd, omdat zij voor Willem IV heeft gewerkt. De band heeft echter, niettegenstaande de leeuw middenop de platten, niets met deze stadhouder te maken (om: Instructiën vanden Hove van Hollandt. Den Haag, 1650-1746. Boeknummer 136 D 6).
Boekband in bruin kalfsleer over houten platten, gemaakt door een onbekend binder omstreeks 1530/40, vermoedelijk in de Noordelijke Nederlanden. De band is uitsluitend met lijnen en kleinere handstempels bewerkt, waarvan de belangrijkste, in de centrale ruiten en driehoeken, speciaal voor die plaats gemaakt zijn. Boven- en onderaan de rug heeft de band fraaie kapitalen van leervlechtwerk (om:'Libri historiarum rerum gestarum temporibus Karoli Septimi' van Amelgardus, presbyter van Luik, een handschrift uit de jaren 1530/40. Boeknummer 131 A 9).
Boekband uitgevoerd in glad gepolijst bruin kalfsleer, met blindstempeling. De band is gemaakt in de Nederlanden, misschien Holland, in het jaar 1497, door een binder waarvan de naam niet is overgeleverd. Het jaartal staat in het rechthoekige paneelstempel dat middenop de platten is afgedrukt, met de pers, temidden van lijnen en allerlei kleine stempels, die met de hand zijn afgedrukt. De datum staat ook in de fraaie zilveren sloten (om: Getijdenboek met Utrechtse kalender, een handschrift uit het vierde kwart van de vijftiende eeuw. Boeknummer 74 G 3). Voor een gedetailleerde beschrijving zie ook: Honderd hoogtepunten uit de Koninklijke Bibliotheek.
Banden uit de vroege zeventiende eeuw
Boekband in wittig perkament met goudstempeling, gemaakt door een onbekend binder, vermoedelijk uit Den Haag, rond 1600. De band heeft resten van blauwe sluitlinten. Centraal op de platten staat het wapen van prins Maurits, de zoon van Willem de Zwijger. Ook de titel van het boek is op de platten in goud aangebracht (om: Institution de la discipline militaire. Lijon, 1559. Boeknummer 137 B 1).
Banden van Albert Magnus en zijn omgeving
Boekband in olijfgroen marokijn, met goudstempeling, in 1667 gemaakt door de Amsterdamse binder Albert Magnus (1642-1689), een van de beroemdste Nederlandse binders uit het verleden. Magnus maakte de band in opdracht van Joseph Athias om een exemplaar van een Hebreeuwse bijbel, dat deze uitgever aan de heren Staten Generaal cadeau gaf - hun wapen staat middenop de band. Na de opheffing van dit college in 1795 kwamen hun boeken uiteindelijk in de Koninklijke Bibliotheek terecht (om: Biblia Hebraica. Amsterdam
1667. Boeknummer 142 D 19).
Boekband in olijfgroen marokijn, gemaakt door de Hagenaar Thomas van Os rond 1775. Op de platten is door middel van lijnen, bogen en heel kleine handstempels een lijst gestempeld, die compleet asymmetrisch is - voor boekbanden is dit heel ongewoon - en daarmee behoort tot de enkele echte barokke banden die in Nederland gemaakt zijn. Het boek is waarschijnlijk zo gebonden in opdracht van de auteur van de tekst, Frans Hemsterhuis, die de gewoonte had zijn boeken op allerlei manieren gebonden weg te geven aan vrienden en kennissen (om: Lettre sur la sculpture [door François Hemsterhuis]. Amsterdam 1769.
Boeknummer 136 B 6).
Het classicisme en de vroege neostijlen
Boekband uitgevoerd in rood marokijn met opgelegd zwart, beige en citroengeel leer en zowel blind als met goud bestempeld, door de Amsterdamse binder C.H.C. Wiedemann, 1825. Het boekblok is hier niet op touwen genaaid die op de rug als ribben te zien zijn, maar op dunne touwtjes, die in zaagsneden in de boekrug gelegd zijn. De verhogingen zijn kunstribben, die de binder op willekeurige afstanden kon aanbrengen en in de door hem gewenst breedte. In de tijd dat deze band gemaakt werd had men behoefte aan deze variatie-mogelijkheid (om: Biblia, id est Vetus et Novum Testamentum Malaïce. Haarlem 1824.
Boeknummer 139 E 1).
Boekband in perkament en bruin geiteleer, gemaakt in 1984 door Peter Schrijen (Limbricht) voor een boekbindwedstrijd, die in dat jaar gehouden werd. Op de platten is in inkt een 'monstertje' getekend, met lange haren waaruit allerlei instrumenten groeien, die met de handboekbinderij te maken hebben. Het omsloten boek, dat alle deelnemers aan de wedstrijd moesten binden, is een heruitgave van het oudste Nederlandse gedrukte werk over het binden (om: Hendrik de Haas. De boekbinder. Heruitgave. Amsterdam, Utrecht 1984.
Boeknummer 1771 E 108).
Boekband in perkament, dat met goud bestempeld is, omstreeks 1775 gemaakt door een onbekende Utrechts boekbinder. Wegens een opvallend stempel dat hij bezat, dat een pikkende papegaai voorstelt en toevallig op deze band niet is afgedrukt, is zijn atelier Papegaaibinderij genoemd. Aan het middenop de platten afgedrukte stadswapen is te zien dat het hier gaat om een prijsband van de Latijnse school in Zaltbommel. De oorspronkelijke inhoud is helaas niet bewaard. De band omvat nu een blanco boekblok (boeknummer 145 A 26).