Omvang: De collectie omvat ca. 7 meter publicaties.
Toegankelijkheid: Er bestaat (nog) geen moderne inventaris van de Cupercollectie. Een beknopte beschrijving van de afzonderlijke delen is te vinden in deel 2 van de Inventaris van de handschriften van de Koninklijke Bibliotheek, met per onderdeel een literatuuropgave. De brieven zijn ontsloten middels de Catalogus Epistularum Neerlandicarum (CEN). Raadpleging van de kaartcatalogi op de afdeling Bijzondere Collecties kan in sommige gevallen meer informatie opleveren.
Meer infromatie: Ad Leerintveld 070-3140320.

Collectiebeschrijving

Gijsbert Cuper (1644-1716), was hoogleraar klassieke talen en rector aan het Athenaeum te Deventer. Door zijn uitgebreide correspondentie met geleerden uit binnen- en buitenland was hij een centrale figuur bij de toenmalige studie van de archeologie, de oude geschiedenis en de klassieke letterkunde. Ook de penningkunde had zijn belangstelling.
Een jaar na zijn dood werd Cupers omvangrijke bibliotheek met meer dan 4.000 banden, in Deventer geveild. Zijn autografen en de correspondentie bleven in familiebezit en werden in 1854 verkocht aan de hoogleraar Petrus Bosscha (1789-1871). Deze deed nog in hetzelfde jaar voor f 400,- ruim drie kwart van de collectie over aan het Rijk. De stukken van bestuurlijke aard (16 delen) werden in het Algemeen Rijksarchief geplaatst, het oudheid- en letterkundige materiaal (140 delen) in de Koninklijke Bibliotheek. Na de dood van Bosscha werden nog enkele Cuperiana uit diens bezit in het Rijksarchief en de Koninklijke Bibliotheek ondergebracht.
De Cupercollectie van de Koninklijke Bibliotheek bestaat voor een groot deel uit correspondentie. Cuper onderhield een geregelde briefwisseling met bijvoorbeeld: de classicus Joannes Georgius Graevius (1632-1703), de theoloog en filosoof Pierre Bayle (1647-1706), de Amsterdamse burgemeester en geograaf Nicolaas Witsen (1641-1717), de diplomaat Nicolaas Heinsius (1620-1681), de oudheidkundige Claude Nicaise (1623-1701), de bibliothecaris van de Groot-hertog van Florence Antonio Magliabechi (1633-1714), de theoloog Jean Le Clerc (1657-1736), de classicus Petrus Burman (1668-1741) en de filosoof Gottfried Wilhelm Leibniz (1646-1716). Een ander belangrijk deel van de collectie wordt gevormd door verzamelbundels van aantekeningen en opmerkingen van Cuper bij wetenschappelijke publicaties op het terrein van de klassieke letterkunde, de archeologie, de theologie en de numismatiek. Ook studies en aantekeningen die later gepubliceerd zijn, vindt men in de collectie.

Literatuur

P. Bosscha. Opgave en beschrijving van de handschriften, nagelaten door Gisbertus Cuperus. Dl. 1. Deventer 1842. Ongeveer 35 van de ca. 200 delen van het Cupers archief zijn hierin beschreven.
Het dagboek van Gisbert Cuper, gedeputeerde te velde, gehouden in de Zuidelijke Nederlanden in 1706. Uitg. door A.J. Veenendaal, 's-Gravenhage 1950 (Rijks Geschiedkundige Publicatiën, kleine serie: 30).
D. Groffen. 'Gisbert Cuper'. In: De wereld binnen handbereik. Nederlandse kunst- en rariteitenverzamelingen, 1585-1735. Hoofdred: E. Bergvelt en R. Kistemaker. Amsterdam 1992, p. 102-104. Catalogus bij de tentoonstelling in het Amsterdams Historisch Museum.