1932
Auteur: Paul Morand (1888-1976)
Kunstenaar: Brassaï (1899-1984)
Uitgave: Parijs, Arts et métiers graphiques, 1932
Brassaï is het pseudoniem van Guyla Halász uit Transylvanië, bij zijn geboorte Hongaars, tegenwoordig Roemeens grondgebied. Brassaï betekent letterlijk: uit Brasso (zijn geboortedorp). In 1932, het jaar van Paris de nuit, besloot hij dit pseudoniem te gebruiken. Hij woonde toen al acht jaar in Parijs, waar hij artikelen voor Duitse tijdschriften schreef en fotografen als Atget en André Kertész ontmoette. Pas in 1930 begon hij zelf foto’s te maken, waarbij hij meteen zijn onderwerp vond: Parijs.
Hij betrok in 1928 een appartement op de hoek van de rue de la Glacière en de boulevard Auguste-Blanqui, waar ook Raymond Queneau woonde. 's Nachts ging hij op stap met Queneau of andere nachtmensen zoals Léon-Paul Fargue, maar meestal liep Brassaï alleen door de verlaten straten en steegjes van de stad. Per wandeling kon hij maar 24 foto’s maken, omdat de stapel glazen fotoplaten anders te zwaar werd.
Zijn nachtelijke tochten leverden hem een schat aan foto's op, die inmiddels de status van iconen van de moderne fotografie hebben gekregen. Ze werden voor het eerst gepubliceerd op 2 december 1932 door Arts en métiers graphiques, de uitgeverij van Charles Peignot. Hij was ook de oprichter van het tijdschrift Arts en métiers graphiques (1927-1939) waarin artikelen over vormgeving, typografie, illustratie en reclame verschenen. De oplage daarvan was 4000; aan de redactie waren ook drukkers verbonden, zoals Léon Pichon. Peignot was directeur van de lettergieterij Deberny et Peignot en onderhield contacten met de Union des Artistes Modernes (Cocteau, Gide, Sonia Delaunay, Maximilien Vox en anderen) en met affiche-ontwerpers als Cassandre.
De eerste bespreking van Paris de nuit verscheen in een Nederlandse krant, de Nieuwe Rotterdamsche courant van 29 december 1932. Een Engelse editie van het fotoboek verscheen in 1933 bij Batsford Gallery in Londen. De foto's werden ook tentoongesteld. Vele fotoboeken zouden volgen, waaronder in 1960 een boek over de graffiti op Parijse muren, die hij al sinds 1930 had vastgelegd op foto's. Niet voor niets noemde Henry Miller hem 'het oog van Parijs'. Jean Paulhan beweerde dat Brassaï méér dan twee ogen had.
Bibliografische beschrijving:
| Beschrijving: | Paris de nuit : 60 photos inédites de Brassaï / Paul Morand. - Paris : Arts et Métiers Graphiques, [1932]. - [12] p., 62 pl. : ill. ; 25 cm. - (Réalités) |
| Drukker: | Draeger (december 1932) |
| Bibliografie: | Bénézit 2-751 |
| Aanvraagnummer: | Koopm L 471 |
Literatuur:
- Anne Baldassari, Brassaï, Picasso: Conversations avec la lumière. Paris, Réunion des musées nationaux, 1999
- Brassaï. New York, The Museum of Modern Art, 1968
- Brassaï. Paris, Centre Pompidou: Seuil, 2000