1991
Auteur: François Da Ros (1941)
Kunstenaar: Martine Rassineux (1955)
Uitgave: Parijs: Anakatabase, 1991
Anakatabase is de inaugurele uitgave van de Éditions Anakatabase. De tekst, een persoonlijke bezinning op het beroep van typograaf, is geschreven en gedrukt door meester-typograaf François Da Ros en maar liefst in twintig talen vertaald, waaronder Nederlands, Grieks, Japans en het 'Anakatabasien'. Da Ros zelf bedacht die laatste taal en beschouwt het als zijn 'heilige' alfabet, de 'taal van de Geest', zoals het colofon aangeeft. Deze vertaling is aangebracht op de achterzijde van een bijna drie meter lange leporello. De voorzijde is een ets, gemaakt door Martine Rassineux, echtgenote van Da Ros.
Stalen trap
De naam van de uitgeverij, tevens de titel van het boek, is ontleend aan een stalen trap in het Klein Seminarie. De toen 12-jarige Da Ros en zijn klasgenoten moesten deze gebruiken om van de binnenplaats naar de tuin en de Kapel te komen. Tijdens het verplichte meditatiekwartier werd de symboliek achter de gedachte van het stijgen (in het Grieks: ana), het dalen (kata) en de trede (base) hem ingeprent. Het stijgen symboliseert een spirituele weg naar de hemel en het dalen de weg naar de hel.
Van ambacht naar Maître d'Art
François Da Ros heeft zich ingezet voor het behoud van typografisch vakmanschap in Frankrijk. Het ambacht van de traditionele drukker die met losse loden letters werkt is sinds de opkomst van de offsettechniek en de digitale technieken bijna verdwenen. In 1998 werd Da Ros door Catherine Trautmann, minister van Cultuur, benoemd tot Maître d'Art. Deze exclusieve titel wordt toegekend aan personen die een uitzonderlijk ambacht beoefenen en hun kennis overdragen aan jongere generaties. De succesvolle typograaf Michael Caine, die onder andere Zaoumni (2000) van Velimir Khlebnikov verzorgde, is wel de meest bekende van zijn oud-leerlingen.
Verdiensten van de typografie
Da Ros is geboren in Solfrancui (Noord-Oost Italië) en kwam op achtjarige leeftijd naar Frankrijk. Op zijn zeventiende werd hij leerling drukker-typograaf. Voordat hij met enige moeite zijn eigen drukkersatelier kon openen, werkte hij vijftien jaar bij de prestigieuze, maar in zijn ogen conservatieve, drukkerij Fequet-Baudier. Da Ros' roeping voor de typografie en zijn voorliefde voor bibliofiele edities zijn daar ontstaan. Sindsdien is hij er van overtuigd dat de typografie met loden letters bij uitstek bepalend is voor de kwaliteit en veelzijdigheid van goed vormgegeven uitgaven. De meerwaarde van de typografie zit volgens hem niet alleen in het fijnzinnige drukwerk (inkt op papier), maar ook in het driedimensionale karakter van de druk: de moet in het papier, het reliëf, waardoor de tekst leesbaar blijft ook al zou de inkt vervagen. Belangrijker is misschien nog dat de mens op geen enkel ander gebied zo intiem betrokken is bij het woord dan via het zet- en drukwerk.
Martine Rassineux
Betrokken is ook de samenwerking tussen Da Ros en kunstenares Martine Rassineux. Gesteld voor de keuze tussen kunst en filosofie, koos zij uiteindelijk voor de kunst. Als etser drukt zij, net als de typograaf, letterlijk haar werk in het papier. Evenals voor Da Ros staat voor Rassineux het teken centraal. Haar ets is op Japans papier gedrukt op een Artley etspers uit Gent (België).
Virtuoze precisie
De Franse tekst is gezet in een groot corps Nicolas Cochin (corps 36) en gedrukt in karmozijnrood. Tussen deze tekst door zijn achtereenvolgens de twintig vertaalde teksten met een virtuoze precisie gedrukt in Baskerville (corps 9). Zoals alle uitgaven van Da Ros is ook deze, in plaats van met de hand, op de pers genummerd. Hij gebruikte daarvoor de Duitse Phoenix V pers met dubbele aandrijving (nr. 8815). Het lettertype op de titelpagina is de Inkunabula. De titel Anakatabase is hier in de vorm van een trap gezet.
Bibliografische beschrijving:
| Beschrijving: | Anakatabase : en hommage au Sacré d'avant le Temps / texte inédit de François Da Ros ; gravure orig. de Martine Rassineux ; [préf. de Patrice Cauderlier]. – Paris : Anakatabase, 1991. – ([36] p., [1] bl. pl.(leporello) : ill. ; 34 cm |
| Drukker: | François Da Ros (Parijs) (tekst) Martine Rassineux (ets) |
| Oplage: | 80 exemplaren |
| Exemplaar: | Nr. 1 van de 80 op Chinees papier, met ets op Japans papier |
| Lettertype: | Baskerville, Nicolas Cochin en Inkunabula |
| Boekbinder: | Etui door Bernard Duval |
| Bijzonderheid: | Gesigneerd door auteur en kunstenaar |
| Bibliografie: | Bénézit 11-449 |
| Aanvraagnummer: | Koopm K 357 |
Literatuur:
- Paul van Capelleveen, Sophie Ham, Jordy Joubij, Voices and visions. The Koopman Collection and the Art of the French Book. The Hague, Koninklijke Bibliotheek, National Library of the Netherlands; Zwolle, Waanders, 2009
- Paul van Capelleveen, Sophie Ham, Jordy Joubij, Voix et visions. La Collection Koopman et l'Art du Livre français. La Haye, Koninklijke Bibliotheek, Bibliothèque nationale des Pays-Bas; Zwolle, Waanders, 2009
- Patrick Cauderlier, 'Anakatabase', in: Art et métiers du livre, 172 (1992), p. 48-50
- Catherine Cyssau, 'L'encre du Signe ou l'analyse d'Anakatabase', in: Art et métiers du livre, 172 (1992), p. 50
- Pascal Fulacher, 'Entretien avec François Da Ros', in: Art et métiers du livre, 141 (1986), p. 24-27
- Françoise Seince, 'Martine Rassineux ou la philosophie du signe', in: Art et métiers du livre, 176 (1992), p. 32-34