1887 Geboorte Louis Jan Koopman te Amsterdam (9 juni)
1909 Indiensttreding Allgemeine Elektrizitäts-Gesellschaft (AEG) in Düsseldorf
1920 Hoofd van de medische afdeling van N.V. Elektriciteitsmaatschappij A.E.G. in Amsterdam 
1922 Mededirecteur van de dochteronderneming Metema N.V., een bedrijf in medische apparatuur
1923 Lid van Koninklijke Instituut van Ingenieurs
1925 Directeur van Almara (voorheen Metema)
Ontmoeting met Anny Antoine (november)
1931 Verloving met Anny Antoine (25 december)
1933 Overlijden van Anny Antoine (25 juni)
1935 Benoeming tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau
1936 Bespreekt schenking van de boekencollectie met de Koninklijke Bibliotheek
1940 Schenkt boekencollectie aan de Koninklijke Bibliotheek; blijft de collectie aanvullen tot zijn dood
1948 Wordt eigenaar van Almara
1960 Doctoraalexamen natuurkunde, met als bijvakken medische fysica en wiskunde
1965 Promoveert op het proefschrift Work and effort
1968 Huwelijk met zijn huishoudster, Sara Maria Groen
Legateert Fonds Anny Antoine/Louis Koopman aan de Nederlandse staat ten behoeve van de Koopman Collectie
Overlijdt (3 november)
Publicatie van Koopmans boek: Anny Antoine: sa vie, nos conversations littéraires (postuum)
1972 De Koninklijke Bibliotheek doet de eerste aankopen voor de Koopman Collectie uit het Fonds Anny Antoine/Louis Koopman

Het leven van Louis Koopman

Het leven van Louis Jan Koopman toont een breed spectrum van activiteiten. Beroepshalve was hij zowel zakenman als wetenschapsbeoefenaar, waarbij het laatste aspect steeds meer de overhand kreeg. Daarnaast was hij onder meer kunstliefhebber en vooral kenner van de Franse letteren, waarvoor de grondslag al werd gelegd in zijn vroege jeugd.

Hij werd geboren in Amsterdam op 9 juni 1887. Over zijn vader is niets bekend; zijn moeder was onderwijzeres en had een akte-Frans. Bovendien behoorde het gezin, dat verscheidene kinderen telde, tot de Waalse kerk. De kinderen Koopman groeiden dan ook op in voortdurende aanraking met de Franse taal, eerst door lessen van hun moeder, later dankzij het enthousiasme van de Waalse predikant Étienne Giran, die in de periode dat hij in Amsterdam stond -van 1900 tot 1920- een onvermoeibare verbreider van de Franse taal en letterkunde bleek. De jonge Koopman volgde dan ook naast en na de gewone catechisatielessen verscheidene andere cursussen. Giran heeft grote invloed op hem gehad, evenals diens opvolger, Charles le Cornu, die een dierbare vriend werd.

Over de opleiding van Louis Koopman bestaat enige onduidelijkheid; die heeft zich trouwens, zou men kunnen zeggen, over zijn hele leven uitgestrekt. Hij moet al ingenieur zijn geweest, of in ieder geval een eind op streek, toen hij in april 1909 in dienst kwam van de Allgemeine Elektrizitäts-Gesellschaft Düsseldorf. Deze firma verliet hij per 30 september 1913, om meteen daarop Akquisitions-lngenieur te worden bij Brown, Boveri und Cie, Mannheim.

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog keerde terug naar Amsterdam en werd hij er chef van de afdeling verkoop aan consumenten van de N.V. Elektriciteitsmaatschappij A.E.G., waarbij het vooral ging om medische apparatuur. Hij werd 'een deskundig ingenieur en een uitmuntende acquisiteur' genoemd. Deze waardering resulteerde in de benoeming per 1 januari 1920 tot hoofd van de medische afdeling en na 1922 tot mededirecteur van de nieuw gevormde dochtermaatschappij Metema N.V.

Intussen, in 1917/1918, studeerde hij gedurende een semester aan het Rheinisches Technikum Bingen, waarna hij op 5 maart 1921 het einddiploma behaalde van de Elektro-Ingenieur-Schule van het Deutsches Technikum te Berlijn. Hij was daarmee ruimschoots gekwalificeerd voor het gewone lidmaatschap van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs te Den Haag (juli 1923), tot het bestuur waarvan hij na enige tijd toetrad als penningmeester. Na 1927 onderbrak hij zijn lidmaatschap tot halverwege 1933, toen hij lid werd van de 'Afdeeling voor Electrotechniek en Technische Natuurkunde'.

Inmiddels had Koopmans specialisme voor vele jaren zich uitgekristalliseerd: de medische radiologie. Dit blijkt uit zijn werkzaamheden op het commerciële vlak bij de Amsterdamse firma Almara (Algemeene Maatschappij voor Radiologie, Electrologie en Chirurgie) aan het Rokin, waarvan niet duidelijk is, of hij die heeft opgericht, maar wel dat hij tenminste in 1936 directeur ervan was. Als wetenschapsman profileerde hij zich sterk in die jaren. Hij nam deel aan congressen in eigen land en daarbuiten: Duitsland, Zweden, Zwitserland, als toehoorder of als spreker op het gebied van de elektrocardiografie, elektro-encefalografie en röntgentechniek en publiceerde over die onderwerpen in tijdschriften als Strahlentherapie, British journal of radiology en Archiv für Psychologie und Neurologie. Dit alles heeft ongetwijfeld bijgedragen tot zijn benoeming tot officier in de orde van Oranje-Nassau bij Koninklijk Besluit van 1935, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen.

Naast zijn beroepsleven, dat veel reizen in binnen- en buitenland inhield, had Louis Koopman ook nog tijd over voor andere activiteiten, in de eerste plaats voor het uitbreiden van zijn boekencollectie. Daarnaast verzamelde hij schilderijen, met een zekere voorkeur voor vader en zoon Kasper en Eduard Karsen (met de laatste was hij goed bevriend), maar ook voor Fransen als Cavaillès en Raffaelli. Hij had veel contact met kunstenaars door zijn lidmaatschap als 'kunstlievend sociëteitsbezoeker' van de maatschappij Arti et Amicitiae, waar hij het zelfs bracht tot lid van de Sociëteitscommissie. In die kring zal hij ook wel kennis hebben gemaakt met de ontwerpers van de beide ex-libris die in de collectie voorkomen, Samuel Garf en Félicien Bobeldijk.

Vlak voor de oorlog breidde zijn wetenschappelijke arbeid zich verder uit. Louis Koopman, toen voor in de vijftig, begon de studie Wis- en Natuurkunde aan de Universiteit van Utrecht. Gedurende de oorlogsjaren bereidde hij zich voor op het kandidaatsexamen, dat hij op 22 oktober 1945 aflegde. Koopman zag al spoedig dat het in het Instituut van Ingenieurs ideologisch de verkeerde kant op ging; hij zegde zijn lidmaatschap op en kon na de oorlog als onverdacht persoon moeiteloos weer intreden.

Tussen 1945 en 1949 wist Koopman zijn dagelijkse arbeid te combineren met werk op de afdeling Medische Fysica van de Utrechtse universiteit, waar hij onderzoek deed op het gebied van de harttonen. Hij deed doctoraalexamen op 15 februari 1960, met als hoofdvak natuurkunde en als bijvakken wiskunde en medische fysica, een onderwerp dat hem bleef bezighouden en waarover hij lezingen hield en artikelen publiceerde. Het project 'arbeid en inspanning' mondde uit in zijn promotie op 1 december 1965 bij prof. Burger, op het proefschrift Work and effort.

De laatste jaren van zijn leven werkte Louis Koopman aan de verwezenlijking van een lang gekoesterd plan: een boek over zijn verloofde Anny Antoine. Hij kon het voltooien, ondanks zijn slechter wordende gezondheid, maar het verschijnen ervan maakte hij niet meer mee. Hij stierf op 3 november 1968.

Zie ook de film over Anny Antoine en Louis Koopman.