Anny Antoine en Louis Koopman hebben elkaar voor het eerst ontmoet in november 1925 in Den Haag, op een bijeenkomst van de Alliance française. Zes weken later volgde een tweede ontmoeting, ditmaal op een avond van het genootschap Nederland-Frankrijk. Beiden vatten meteen sympathie voor elkaar op, waarbij van begin af aan hun wederzijdse belangstelling voor de Franse literatuur en liefde voor het bibliofiele boek een grote rol speelden.

Uit de bewaard gebleven brieven blijkt duidelijk, hoezeer Koopman bovendien het Belgische meisje in het toch tamelijk vreemde Nederland tot steun heeft willen zijn op alle mogelijke gebieden. Een grote preoccupatie is haar gezondheid. Ontelbare malen spoort hij haar aan het toch vooral rustig aan te doen, zich in acht te nemen, haar kleding en voeding aan te passen aan het Nederlandse klimaat en de dokter te raadplegen. Ongetwijfeld speelt ook Koopmans beroepsmatige belangstelling voor medische zaken hierin mee.

Daarnaast wordt hij niet moe te wijzen op het belang van regelmatige studie, vooral van het Nederlands. Wat dit laatste betreft kan worden gesproken van een stokpaardje: Louis treedt duidelijk op als de leraar Nederlands van Anny. Hij geeft haar 'dagelijksche taaloefeningen' door middel van krantenartikelen die hij selecteert op leerzaamheid. Bovendien bedient hij zich in zijn Nederlandstalige brieven, die overigens in de minderheid zijn, van idiomatische hoogstandjes tot lering van zijn vriendin, en spoort haar aan de Nederlandse grammatica te bestuderen. Anny accepteert dit alles met de haar eigen opgewektheid, soms gemengd met milde ironie, getuige de schalkse aanhef van een van haar brieven: "Mon cher Socrate".

Zij heeft ongetwijfeld veel gehad aan de adviezen van haar vriend, die op 25 december 1931 haar verloofde wordt. Behalve van deze niet aflatende zorg, die zich ook nog uitstrekt tot het beleggen van Anny's spaargeld, het invullen van haar belastingbiljet en het raad geven inzake het zetten van een echt Nederlands kopje koffie, is er natuurlijk sprake van heel andere zaken: veelvuldige afspraken, zondagse lunches, doorgaans in café-restaurant L'Espérance, reizen in Nederland, naar Erps- Kwerps en naar verschillende delen van Frankrijk, theaterbezoek en omgang met vrienden. Zo beschrijft Anny in een alleraardigst opstel een middag die zij met Koopman doorbrengt bij diens vriend, de schilder Karsen. Er kan dus tot op zekere hoogte gesproken worden van een gedeeld leven, al blijft Koopman in Amsterdam wonen. Hieraan kwam door Anny’s ongeluk in 1933 abrupt een einde. Na haar dood bleef Louis Koopman hartelijke connecties onderhouden met haar ouders, haar broer en diens echtgenote. Vooral voor Emmanuel Antoine ('Père') was zijn genegenheid groot. Louis werd kennelijk als schoonzoon beschouwd, in wie de ouders hun dochter zagen voortleven. Hij heeft hun dan ook herhaalde malen beloofd in Anny's geest door te zullen gaan.

Zie ook de film over Anny Antoine en Louis Koopman.