Het uiterlijk van een boek was voor Anny Antoine en later Louis Koopman een belangrijk aspect. In de collectie bevinden zich vele fraai verzorgde werken, vooral ook omdat beiden de collectie bij voorkeur aanvulden met exemplaren uit de 'tirage de luxe'. Ook de boekbanden spelen hierbij een, zij het ondergeschikte rol.
Anny Antoine had de gewoonte om de door de uitgevers in papieren omslagen geleverde boeken in luxe banden te laten steken, een nogal kostbare gewoonte. In 1935 werd in Nederland voor een speciaal ontworpen leren band ca. 35 gulden gerekend. In Frankrijk kostte een halfleren band in marokijn in 1930 ongeveer 135 francs. Voor een geheel leren band moest ca. 460 francs worden betaald. Er zijn voor deze collectie geen rekeningen van binders bewaard, maar in de jaren twintig en dertig moet het voor een jonge verzamelaarster als Anny Antoine toch een enorme uitgave zijn geweest.
Ook uit andere gegevens wordt duidelijk dat Anny veel waarde hechtte aan het bindwerk in haar collectie. Koopman herinnerde zich ondermeer de gesprekken waarin de relatie tussen de band en de inhoud van een boek aan de orde kwam. Ook noemt hij haar voorkeur voor een bepaald type: de Jansenisten-band. Deze geheel leren maar op de platten onversierde banden bekoorden haar vooral om hun sobere, eenvoudige uiterlijk. De ongeveer twintig fraai gekleurde leren banden uit het atelier van Semet & Plumelle te Parijs kunnen hiertoe worden gerekend.
In een door Anny geschreven 'Journal intime' sprak zij van 'de een gestoken in fijn marokijn, dat op marmer lijkt, de ander in gepolijst kalfsleer'. Ook noemde zij de opvallend fraaie kleuren waarin sommige banden waren uitgevoerd.
Ook hielden Anny Antoine en Louis Koopman een soort alfabetische aanwinstenlijst bij, waarin opvalt dat achter vrijwel elke titel een aantekening over de band is geplaatst. Veel voorkomende notities betreffen de kleur van de band en de naam van de leersoort (bijvoorbeeld '1/2 chagr. bleu', wat betekent dat de band is uitgevoerd in halfleer en wel in blauw geiteleer voorzien van een bepaalde kunstpersing die men 'chagrin' noemt).
Ook worden er vele bindateliers genoemd. Naast de beroemde namen als René Kieffer en Semet & Plumelle in Parijs, binders die vooral bekend zijn om hun kunstzinnige unica, vinden we die van uitgeverijen als Gamber, Nelson en Garnier, bedrijven die blijkens de lijst ook zeer veel bindwerk voor de collectie Antoine - Koopman hebben verzorgd, of volledig gebonden boeken hebben geleverd.
Naast het grote aantal halfleren banden, voorzien van vaak mooie sierpapieren, bevat de collectie ook vele voorbeelden van wat meer luxe bindwerk. Het gaat dan om geheel leren boekbanden die door middel van bestempeling en soms door inlegwerk verfraaid zijn en in een kleine oplage vervaardigd, zoals bijvoorbeeld door de firma van René Kieffer.
Echte unica zijn beperkt in de collectie aanwezig. Enkele opmerkelijke stukken (die niet in opdracht van Anny Antoine of Louis Koopman zijn vervaardigd) zijn onder meer een neo-Grolierband van Chambolle Duru (Koopm P 9), een fraai bandje van Canape et Corrier (Koopm C 860) en een prachtige, opmerkelijk genoeg niet gesigneerde band in blauw marokijn met leeropleg in twee tinten groen, roze en rood (Koopm A 48). Na het overlijden van Anny Antoine in 1933 zet Louis Koopman het verzamelen voort en draagt ook zorg voor het binden. In een brief uit 1935 schrijft hij Molhuysen dat hij al zijn boeken laat binden (in demi-chagrin) en vraagt hij advies over moeilijk te binden materiaal als brieven. Ook meldt hij nog dat boeken die hij laat binden niet meer worden af- of bijgesneden, het boek wordt zoals het is in de band gezet. Voor de oorlog zijn nog vele gebrocheerde delen in Brussel gebonden, maar door welke binderij is niet duidelijk, de correspondentie vermeldt slechts: 'bij Jefke'.
Uit de jaren vijftig is geen specifieke informatie omtrent het binden bekend, vele boeken zouden in die tijd in Amsterdam zijn gebonden. Koopman ontving daarnaast bepaalde titels gebonden en al uit Parijs. Toch blijft het binden in opdracht blijkbaar van belang, zo schreef Koopman (30 januari 1967): 'Vergeet u verder ook vooral niet hoe moeilijk het tegenwoordig is om iemand te vinden om Franse boeken zoals het behoort in te binden, de binders zijn overbelast door gebrek aan personeel. Verder bederft een Nederlandse boekbinder een Frans boek onherroepelijk, daar zij meestal op hun eigenwijze manier te werk gaan en beginnen de pagina's aan alle kanten af te snijden'.
Na het overlijden van Louis Koopman in 1968 kwam de verantwoordelijkheid voor het binden van de collectie bij de KB te liggen. Daarvoor werden de uitstekend voor dit werk gekwalificeerde binders van de KB ingeschakeld, maar ook andere bedrijven leverden bindwerk, zoals de in Limburg gevestigde binderij Schrijen. Dit bedrijf leverde enkele smaakvolle bandzetters en verraste met opvallende en artistiek zeer verantwoorde banden van Jos Schrijen en de op hetzelfde bedrijf werkzame Pierre Thielen. Voor het reguliere bindwerk is ook de firma Verschoor ingeschakeld.
Om het bindwerk een nieuwe impuls te geven werd in 2003 de eerste Koopman Prijs voor Boekbanden uitgeschreven, die in 2005 resulteerde in vier nieuwe Nederlandse boekbanden voor boeken uit de Koopman Collectie.
(Bijdrage door Rens Top)