Het Visboek in de KB

De KB zorgt goed voor haar bijzondere en waardevolle collecties, en dus ook voor het Visboek. Het wordt bewaard in een magazijn met klimaatbeheersing waar een beperkt toegangsbeleid de veiligheid verzekert. Het Visboek was voorzien van een overslagdoos, die stof en licht buitensloot en het handschrift beschermde tegen schade tijdens transport. Vanwege de staat waarin het boek verkeerde, was het boek eigenlijk niet meer raadpleegbaar. De boekband en de touwen waarop het boek genaaid was waren beschadigd, de bladen lagen los en de katernruggen waren gescheurd. Het doorbladeren leidde tot verdere schade aan de constructie en aan het papier. De bezoekers van de KB hadden de beschikking over enkele multomappen met zwart-wit foto's en een microfilm, ook in zwart-wit. Op deze wijze was de informatie uit het Visboek toch raadpleegbaar. In deze reproducties ontbraken echter de kleuren van de waterverftekeningen, en daarom hadden de foto’s en de microfilm als vervangend medium slechts een beperkte waarde. Tussen 1986 en 1998 is het Visboek vijf maal tentoongesteld. De laatste twee tentoonstellingen, Honderd hoogtepunten uit de Koninklijke Bibliotheek en Het wonderbaarlijk alfabet, werden door de KB zelf georganiseerd. Juist omdat het boek zo aantrekkelijk is voor expositie, is er voor gekozen het te restaureren en digitaliseren, om zo het Visboek onder de aandacht van een groot publiek te brengen. Het kunstwerk van Coenen is het waard om gezien te worden!

Onderzoek naar inktvraat

Dat ijzergallusinkt (een mengsel van roestend ijzer, galnoten en een zuur) schade kan veroorzaken aan papier is al lange tijd bekend. Nieuwe hulpmiddelen worden ontwikkeld om de aanwezigheid van ijzergallusinkt vast te stellen. Met een digitale camera die met verschillende filters (voor rood-, groen- en infrarood licht) digitale beelden maakt, en die deze beelden vervolgens over elkaar heen ‘plakt’, zijn enkele bladen van het Visboek gefotografeerd. Het resultaat van deze multi spectral imaging is een kleurenbeeld van folio 296 recto met rode letters en velden. Het rood is de reflectie van het geabsorbeerde infrarode licht. Het rood in deze false colour infrared-opname is een aanwijzing voor de aanwezigheid van ijzerhoudende inkten. Ondanks de aanwezigheid van ijzergallusinkt werden, met het blote oog, geen haarscheurtjes of gaten in het papier aangetroffen. Het Visboek is niet aangetast door inktvraat, hoewel op sommige locaties de inkt naar de andere zijde van het papier is doorgeslagen. Het ontbreken van schade houdt mogelijk verband met de goede kwaliteit van het handgeschepte papier. Ook de bescherming die de band biedt –hij weert licht en vuil- zal aan de goede conditie van de bladen hebben bijgedragen. De aanwezigheid van ijzergallusinkt is een belangrijk gegeven voor de behandeling. Omdat water het inktvraat proces versnelt, is het gebruik van vocht tijdens de papierrestauratie tot een minimum beperkt. Multi spectral imaging-onderzoek heeft een ander tekenmateriaal vastgesteld: houtskool, die door Coenen is gebruikt voor het maken van kopieën.

De restauratie

De behandeling van het Visboek vond plaats in twee fasen. Eerst werd het boek gedemonteerd, zodat alle bladen los lagen. Vervolgens werd het papier gerepareerd, zodat de 412 folia zonder problemen door de fotograaf konden worden gehanteerd en gescand. Daarna ving de tweede fase aan: het opnieuw binden van de bladen. Tijdens het demonteren van het Visboek tot losse bladen is nauwkeurig vastgelegd hoe het boek gebonden is. Deze kennis is nodig om het herbinden van de 206 bladen mogelijk te maken. Dit onderzoek heeft aanwijzingen opgeleverd over de vervaardiging en het gebruik van het Visboek. Omdat dit boek al eeuwen lang gelezen en bekeken is, waren veel bladen aan de randen gescheurd. De laatste decennia heeft het bladeren in het Visboek veel schade toegebracht aan de rugvouwen. Hierdoor was het naaigaren door de katernrug heen getrokken. Bovendien werkten de scherpe randen van de resten dierlijke lijm als scheermesjes, en maakten ze sneetjes in de rugvouwen. Sommige scheuren zijn in een ver verleden hersteld. De ene poging is beter geslaagd dan de andere. Vooral deze reparatie wekt bewondering: de papieren pleisters zijn zo geplaatst dat het schrift is vrij gelaten. De lijm plakt ook nu nog en het papier is van een goede dikte en kwaliteit. Er is geen reden om deze pleisters te vervangen. Een andere poging is minder geslaagd. De papieren strook, op de rugvouw geplakt, is door de restaurator verwijderd. Deze strook was bedoeld om gaten in de rugvouw te bedekken, maar heeft door het stugge karakter van het materiaal een knik in het papier veroorzaakt. Hierdoor kan het dunnere papier van het Visboek op den duur gaan breken. Met behulp van een kompres met enzymen is de papieren strook losgemaakt. De lacunes zijn opgevuld met Japans papier, gekleurd in een bijpassende kleur. Het Japanse papier is geplakt met methylcellulose. Met weinig water ontstaat een dikke transparante gel, die reversibel (zonder schade te verwijderen) is. Het stugge papier is nu flexibel, de afbeelding van onder de papieren strook is zichtbaar.

Waarom herinbinden?

Na overleg met de gebiedsdeskundigen van de afdeling Informatie en Collecties is besloten om het Visboek opnieuw te binden en van een nieuwe band te voorzien. Over andere mogelijkheden is gesproken: opnieuw binden in de bestaande boekband, of de bladen los of per katern bewaren. De bestaande boekband biedt echter niet voldoende bescherming en bovendien is gebleken dat deze band niet de oorspronkelijke is. De andere mogelijkheid, de bladen los of per katern bewaren, maakt het gemakkelijk om meerdere bladen tegelijk te exposeren en voorkomt dat het gehele boek op reis moet naar een tentoonstelling. Omdat deze oplossing het Visboek als eenheid geweld aan doet is daar niet voor gekozen: het Visboek is een boek, en dat moet zo blijven.

Hoe herinbinden?

Een nieuwe band voor het Visboek, hoe moest die eruit gaan zien? Welke bindwijze, welke materialen zijn geschikt voor de kwetsbare katernen? De bindwijze mag niet tot schade, nu of later, aan de bladen leiden. De oplossing is gevonden na het maken van een aantal modellen. De constructie van het definitieve boek is getoetst met behulp van een zo’n model. Eén van de modellen is op ware grootte vervaardigd. Dit model is besproken met de restauratoren van het atelier en de conservatoren. Vervolgens werd een definitieve aanpak gekozen. Factoren zoals het papieren boekblok, de bindingen, de katernruggen, en de rugvorm, zijn bepalend voor de constructie en het resultaat: een boek, dat goed openvalt en dat bescherming biedt aan de waterverftekeningen. De uitgangspunten van een conserveringsband zijn toegepast op het modelboek. Een conserveringsband onderscheid zich o.a. door een lijmloze verbinding van het boekblok aan de boekband. Kort samengevat is het modelboek als volgt vervaardigd: De katernen van het modelboek zijn m.b.v. het naaigaren aan de bindingen (touwen) verbonden. De zes enkele touwen zijn op hun beurt aan de kartonnen platten geregen. Het leer bedekt de platten en de rug, maar bij wijze van uitzondering is het leer niet met lijm op de katernruggen geplakt. En wel om drie redenen: het boek valt hierdoor goed open en de katernruggen zijn vrij van spanning. Bij boeken met gelijmde leren ruggen kan de lijm schade aan de katernen veroorzaken. Het rugleer van het modelboek is met lijm op de touwen geplakt. Tevens is dit leer met garen aan het kapitaal verbonden. Dit noemt men een zadelsteekkapitaal. De derde reden, om geen lijm op de rug te smeren, is het gebruik van vocht op het papier, dat in het geval van de waterverven en ijzergallusinkten voorkomen moet worden.

Het Visboek herbonden

Het Visboek oogt robuust, het weegt meer dan vier kilo. De materialen zoals houten platten, dubbele touwen, en sluitriemen zijn niet toegepast vanwege het historiserende karakter, maar uit oogpunt van functionaliteit. Eikenhout is sterk en duurzaam. De dikte van een plat, 12 mm, is nodig om de bolle vorm te kunnen maken, die de holle vorm van het boekblok aan de rugzijde complementeert. De touwen, gemaakt van vlasvezels, hebben een doorsnee van 4 mm. Dubbele touwen in combinatie met een wikkelnaaisel maken de rugronding stabiel, en is het boek geopend, dan zorgt de lichte welving voor goed zichtbare bladen. Leren sluitriemen zijn toegepast op vroegere boekbanden. Deze variant, met een driehoekig oog, is afgekeken van Karolingische banden. De sluitriemen klemmen het boekblok tussen de platten, met een constante druk. De rug is hierdoor stabiel, want zonder sluitriemen verliest het Visboek op den duur zijn ronde vorm. Eikenhout, vlastouw en ‘witleer’ zijn toegepast vanwege hun sterkte en bewezen levensduur. Net als papier zijn dit organische materialen. Zij nemen vocht op en staan dit af aan de nabije omgeving. Vlasvezel is sterker dan katoen. Nog sterker zijn getwiste, getwijnde en nadien tot kabels gedraaide vlastouwen. Deze touwen zijn in staat om oneindig vaak te bewegen van een ronde, bolle vorm naar een holle vorm, van een gesloten naar een geopend boek. ‘Wit leer’ is gelooid met aluminiumzouten en is door het alkalische karakter lang houdbaar. Het leer is geverfd in een kleur die beter bij het Visboek past dan het besmettelijke wit. Hout staat naast vocht ook zure stoffen af. De lagen MicroChamber® papier, die op het plat zijn gelijmd, voorkomen contact tussen het Visboek en zure emissies afkomstig uit het hout. In de eerste en laatste katernen zijn hartstroken meegenaaid. Deze stroken, gemaakt van Tyvek®, hebben een preventieve functie: het doorbladeren van de katernen veroorzaakt spanning op het naaigaren. De hartstrook vangt deze spanning op en voorkomt dat het garen door de katernvouwen heen scheurt. Tyvek is een witte (non woven) kunststof, maar laat zich goed verven in een onopvallende kleur. Het Visboek ligt mooi open en de waterverftekeningen zijn goed zichtbaar. Of deze constructie en de gekozen materialen voldoende bescherming bieden, dat zal de tijd ons leren.

Nieuw licht op het ontstaan van het Visboek

Hoe heeft Coenen dit boek vervaardigd? De restauratie heeft veel gegevens opgeleverd over de vervaardiging en de werkwijze van Coenen. In 1577 begon hij in het Visboek te schrijven. Hoe is hij begonnen? Zijn de waterverftekeningen geschilderd en vervolgens tot een boek gebonden? Het lijkt eenvoudiger om op losse vlakliggende bladen te schrijven en schilderen. Maar Coenen heeft de waterverftekeningen in het gebonden boek gemaakt. Alle bladen zijn eerst voorzien van cartouches en waterverfmarges. In de rugvouw is het onbeschilderde papier zichtbaar, omdat de gebonden katernen de verf daar niet toelaten. Op veel bladen zijn de lijnen van de cartouches niet recht maar hebben een flauwe ronding. Op een openliggend boekblok volgt de pen van Coenen de bolle vorm van het boekblok. Naast kennis van zeezaken heeft Coenen gevoel voor grafische vormgeving. Voorbeelden zijn de decoraties rondom de tekstvakken (cartouches), die men vaak in de cartografie aantreft. De Visboekbladen zijn gemaakt van handgeschept lompenpapier. Een van de watermerken komt volgens de naslagwerken van Piccard voor in een papier uit 1564. Het stelt een wapen voor met de hoofdletter B. De banier onder het wapen vermeldt de naam van de papiermolen uit Troyes (Noord-Frankrijk): ‘NICOLAS LEBE’. Door het zuivere water, de sterke linnen vezels, en de gelatine die het papier beschrijfbaar moet maken, is het papier van Lebé ook nu nog een kwaliteitsproduct. De inkt waar Coenen mee schreef is ijzergallusinkt. In de zestiende eeuw was dit een veel gebruikte inktsoort. Niet alleen klerken en notarissen schreven met deze lichtechte inkt. Ook kunstenaars maakten er hun tekeningen mee. Coenen deed dat ook: onder de waterverf zie je de contouren die hij met deze inkt maakte. Naast oranje, groen en blauw is bruin de meest voorkomende kleur. Coenen heeft pigmenten gebruikt die in zijn tijd gebruikelijk waren en die eenvoudig te verkrijgen zijn geweest; oker pigmenten. De gele en bruine okerkleuren zijn gemaakt van ijzerhoudende aarde, en zijn mogelijk afkomstig van Hollandse bodem.

Het gebonden boek: sporen van een vroegere bindwijze

In de 18de eeuw heeft een onbekende eigenaar het Visboek opnieuw laten binden. De huidige boekband is een typische 18de-eeuwse gebruiksband: een rode halfleren band en marmerpapier om kartonnen platkernen. De binder van de 18de-eeuwse band heeft de bladen kleiner gemaakt, misschien om van de verfomfaaide randen van de bladen verlost te zijn. Door het boekblok schoon te snijden mist er ongeveer 5 mm papier van de kop-, staart- en frontsnede. Met de stroken die overbleven heeft deze binder scheuren gedicht. De bruine pleisters vallen niet uit de toon op de bruine bladen. Insectenvraat, aanwezig op de eerste en laatste bladen, is vermoedelijk ontstaan vóór het herbinden in de rode band. De schutbladen en de platten zijn namelijk niet aangevreten. De larve van de Anobium punctatum, de houtworm, is de boosdoener. De larve heeft zich een gang geboord door een boekband, die vervangen is. De 18de eeuwse band is niet de oorspronkelijke boekband; tijdens de restauratie zijn sporen van naaigaten aangetroffen die gebruikt kunnen zijn voor een naaisel met bandjes.

Reproductie zonder kopieerapparaat: doorgriffelen

Coenen heeft veelvuldig gebruik gemaakt van kopieertechnieken die in zijn tijd bekend waren. Hij verwijst in zijn Visboek naar de bronnen van zijn teksten. Hij heeft de bronnen gelezen en gezien, want sommige schilderingen zijn nagetekend van bekende prenten die bewaard gebleven zijn. Drie handschriften van Coenen zijn overgeleverd: het Visboek, het Walvisboek en het Haringboek. Enkele afbeeldingen uit zijn Walvisboek zijn identiek aan die in het Visboek; een voorbeeld is de tweebenige zeemeermin. De zeemeermin is ‘doorgegriffeld’, d.w.z. met een stomp voorwerp heeft Coenen de contouren van de afbeelding in het Visboek overgetrokken. De achterkant van dit blad is met houtskool ingewreven en de voorstelling tekent zich tijdens het doorgriffelen af op het papier er onder. Dit heeft sporen in het Visboek nagelaten; het papier is beschadigd, en de contour rond het hoofd van de zeemeermin is een snede. De zwarte veegsporen, her en der in dit boek, horen bij deze manier van vervaardiging van de boeken van Coenen.