Achtergrond: Atlantic World - De Nederlandse betrokkenheid bij de Amerkaanse Onafhankelijkheidsoorlog | Sluit venster | |
|
Onder invloed van de Verlichting ontstond een beweging die een eind wilde maken aan de macht van Stadhouder en regenten. De vertegenwoordigers van de burgerij moesten voortaan de bepalende politieke machtsfactor gaan vormen. De aanhangers van deze beweging noemden zich Patriotten. Hun tegenstanders werden Prinsgezinden en soms Kezen genoemd. De patriotse beweging beschikte niet over een helder en duidelijk politiek programma dat door alle patriotten kon worden gedeeld. Dat bracht met zich dat overal in het land groepjes hervormingsgezinde patriotten bijeen kwamen met het doel, ieder op geheel eigen wijze, de bestaande politiek verhoudingen te wijzigen. In 1786 lukte het desondanks met behulp van patriotse milities in sommige plaatsen in Nederland de zittende regenten van het pluche te verdrijven. Dat gaf grote politieke spanningen en er dreigde een burgeroorlog uit te breken tussen patriotten en prinsgezinden. Door de onrust brokkelde het gezag van de stadhouder af en nam hij de wijk naar Nijmegen. Toen Wilhelmina, de echtgenote van stadhouder Willem de Vijfde, in 1787 op weg ging om de Oranjepartij in Den Haag tot actie te bewegen tegen de patriotten gebeurde er iets dat nog nooit was vertoond. Zij werd door patriotten bij Goejanverwellesluis tegengehouden. Het was de ultieme belediging voor het stadhouderlijk gezag. De broer van Wilhelmina, de koning van Pruisen, stuurde met instemming van de stadhouder in september van hetzelfde jaar een troepenmacht van 20.000 man om orde op zaken te stellen in de republiek. De patriotse milities werden zonder problemen door Pruisische grenadiers ter zijde geschoven, het gezag van de stadhouder werd hersteld en duizenden patriotten ontvluchtten het land. Zij trokken naar het revolutionaire Frankrijk waar zij politiek asiel aanvroegen. Daar moesten ze nog jaren blijven. Pas in 1795 kwamen ze samen met Franse troepen naar Nederland terug. |