Achtergrond: Atlantic World - De Nederlandse betrokkenheid
  bij de Amerkaanse Onafhankelijkheidsoorlog
Sluit venster 

Het Verdrag van Vriendschap en Commercie

Een groot deel van het jaar 1780 besteedde John Adams aan het opbouwen van een netwerk van relaties in Nederland. Politieke figuren, bankiers en patriotten konden rekenen op zijn nooit aflatende aandacht. De strijd in Amerika verliep niet geheel naar de wens van het Congres en meer dan ooit had men daar behoefte aan geld. Adams merkte dat zijn aanvankelijke optimisme over de kans om een lening binnen te halen dreigde te verdampen. De eindeloze deliberaties en de voor hem vaak volstrekt onduidelijke beslisstructuur van de Nederlandse Republiek begonnen zijn zelfvertrouwen aan te tasten. Het meest storende vond hij de Nederlandse zuinigheid en financiële hebzucht. Aan een vriend schreef hij: "Such a Nation of Idolators at the Shrine of Mammon never existed, I believe". [Er heeft, geloof ik, nooit zo'n natie van aanbidders op het altaar van de Mammon bestaan] Toch bleef hij, mede met hulp van de Nederlandse patriot baron Joan Derk van der Capellen tot den Pol, proberen de beleidsmakers te overtuigen van het nut en de noodzaak van een formele relatie met de nieuwe Amerikaanse Republiek. De Amsterdamse en Haagse machthebbers bleven echter dralen.

Een nieuwe aanpak
In het voorjaar van 1781 besloot Adams dat hij de zaken voortaan anders zou gaan aanpakken. Hij koos voor een onorthodoxe werkwijze. In strijd met het protocol schreef hij op 19 april 1781 een brief van zestien pagina's aan de Staten Generaal met het aanbod om een verdrag tussen beide landen te sluiten. Hij suggereerde in zijn brief dat de overeenkomst zou leiden tot goede handelsbetrekkingen en een aanzienlijk financieel profijt voor Nederland. Het stuk werd met hulp van zijn Nederlandse vrienden vertaald in het Engels, Frans en Nederlands en als een pamflet in vele duizenden kopieën onder de sympathisanten van de Amerikaanse zaak verspreid. Nu was het afwachten.

Tegenslag
Toen een antwoord uitbleef raakte John Adams ernstig ziek. Naar alle waarschijnlijkheid had hij malaria opgelopen in zijn Amsterdamse grachtenhuis en het duurde maanden voor hij enigszins hersteld was. Alle tegenslagen hadden hem ernstig vermoeid en dat belemmerde zijn herstel. De strijd in Amerika verliep in de zomer van 1781 niet naar wens. De Amerikanen verloren de belangrijke havenstad Charleston aan de Britten en generaal Gates leed een grote nederlaag bij Camden. Het verraad van de Amerikaanse generaal Benedict Arnold vormde een nieuwe tegenslag. Onder deze omstandigheden wilden veel van zijn Nederlandse contacten niets meer met hem te maken hebben. Daarbij kwam dat de Britse ambassadeur, Joseph Yorke, Nederland onder druk zette door te dreigen met oorlog. Het was een dreigement dat aan het eind van het jaar werkelijkheid werd.

Het tij keert
Dan komt er eindelijk goed nieuws. Op 23 november 1781bereikte Adams het bericht dat de Britten waren verslagen bij Yorktown. De Britse generaal Cornwallis gaf zijn leger over en daarmee was feitelijk een einde gekomen aan de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog. Kort daarna durfde John Adams bij de Staten Generaal aan te dringen op een antwoord op zijn eerdere verzoek. Het werd tijd om de voorzichtigheid die de Nederlandse diplomatie zo lang had gekenmerkt los te laten. In Den Haag achtte men het niet langer waarschijnlijk dat de Britten zich militair zouden willen en kunnen herstellen. Toen de Staten van Friesland zich als eersten uitspraken voor erkenning kocht Adams in afwachting van de verdere formele afhandeling een groot huis aan de Fluwelen Burgwal in Den Haag. Het werd de eerste ambassade in de Amerikaanse geschiedenis.

Gelukt!
Het belangrijke gewest Holland stemde in maart 1782 in met het voorstel tot erkenning, de andere gewesten volgden snel. Op 19 april een jaar nadat hij zijn verzoek had gedaan en zes jaar na de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring werd John Adams als ambassadeur erkend. Daarmee was de Republiek, na Frankrijk, het tweede land dat formele betrekkingen aanging met de jonge Amerikaanse staat.
Het betekende niet dat ook de gevraagde lening was geregeld. Dat gebeurde pas op dinsdag 8 oktober 1782, toen Adams in de Trèveszaal aan het Binnenhof een lening van 5 miljoen guldens (2 miljoen dollars) kon afsluiten, tegen 5% interest. Dat was niet de 10 miljoen dollar waar het Congres om had gevraagd, maar alle partijen toonden zich desondanks tevreden. De opdracht die John Adams zichzelf had gegeven, was geslaagd.