|
De oudste zoon van John Adams
John Quincy Adams werd in 1767 geboren in Braintree, Massachusetts. Vader John Adams en zijn vrouw Abigail zagen er streng op toe dat de kinderen zich van jongs af aan voorbereidden op een toekomstige taak in dienst van hun land. Van hun zonen was John Quincy zonder twijfel de meest begaafde. Aan hem schreef Adams in een brief: " You will ever remember that all the end of study is to make you a good man and a useful citizen:. ["Je moet altijd onthouden dat het uiteindelijk er om gaat dat studie je tot een goed mens en een nuttige burger maakt"]
Naar Frankrijk
Toen Adams in Parijs werd benoemd ging John Quincy met hem mee. In Frankrijk leerde hij vloeiend Frans spreken. Toen hij samen met zijn vader naar Amsterdam verhuisde voegde zijn jongere broer Charles zich bij hen. Na een korte periode op de Latijnse School in Amsterdam vertrokken John Quincy en Charles naar Leiden. Daar kregen ze privé-onderwijs en gingen ze naar de universiteit.
Naar Rusland
Op 14-jarige leeftijd reisde John Quincy met een vriend van zijn vader, Francis Dana, naar het hof van de Russische tsaar in Sint Petersburg. Hij werkte er als secretaris en tolk voor de Amerikaanse delegatie. De Franse taal was toen nog een belangrijke 'diplomatieke taal' die aan verschillende Europese hoven werd gesproken.
Op weg om president te worden
In 1785 keerde hij naar de Verenigde Staten terug om er zijn rechtenstudie aan de Harvard-universiteit af te maken. Hij had zich nog maar kort als zelfstandig advocaat in Boston gevestigd, toen hij door president George Washington werd gevraagd om (net als zijn vader voor hem) ambassadeur in Nederland te worden. John Quincy was ambassadeur van 1794 tot 1797. Het werd het begin van een lange en succesvolle diplomatieke carrière, die hem (net als zijn vader) uiteindelijk op het hoogste niveau bracht. Dat gebeurde in 1825 toen hij benoemd werd tot 6e President van de VS. Zijn presidentschap was geen groot succes en hij werd toen de termijn was afgelopen niet herkozen. Een jaar later keerde hij, ditmaal als gekozen lid van het Congres, terug op de heuvel van het Capitool.
De Amistad affaire
In 1841 was hij als advocaat betrokken bij de rechtszaak inzake het slavenschip Amistad. Adams was geen voorstander van de afschaffing van de slavernij. Toch pleitte hij in de rechtszaak die de eigenaren hadden aangespannen tegen de vrijlating van de opstandige slaven voor hun recht op zelfbeschikking en vrijheid. De zaak werd uiteindelijk voor het Hoog Gerechtshof gewonnen en de overlevende Afrikanen konden naar Afrika terugkeren.
Tijdens een debat in de vergaderzaal van het Congres zakte hij na een hartaanval in elkaar. Twee dagen later, op 23 februari 1848, overleed hij.
 |