2008: Spamfighter

2008: Spamfighter

Vijf jaar na Aandelen en obligaties verscheen Anne Vegters derde bundel: Spamfighter (2007). De titel is ontleend aan de software die reclame (‘spam’) op internet tegen moet houden. In het colofon wordt keurig vermeld dat de firma ‘Spamfighter ApS, Denemarken, eigenaar van het geregistreerde handelsmerk SPAMFIGHTER’ toestemming verleende voor het gebruik van haar naam.

Wat wordt er bestreden in Spamfighter? In het openingsgedicht, ’12.15 uur tot 13.00 uur’ wordt beschreven hoe iemand tijdens de lunchpauze wordt bestookt met te concrete vragen en zich, onder gehoon, verzet met een beroep op het bewegelijke:

Er was op deze dag – tijdens de lunchpauze – iemand die wilde weten hoe ik werk,
waar mijn ideeën vandaan komen. Tja, zei ik, het probleem van de idee is

dat de problemen precies daar beginnen waar ze vandaan komt, neem nu dit gesprek.
Vanonder uit de bladeren klonk een onderdrukt protest of noem het opgewekt,

maar met de handjes voor mond, proestlachend. Zoals een klasje van elfjarigen er even
<niet> aan denken moet wat juf op de wc doet en of je daar iets van zou kunnen zien.

Het kan zijn, zei ik, dat iets toevalligs langsscheert – een ekster. ’s Avonds
wist ik terwijl ik uit het raam vloog hoe het juiste antwoord klonk: schel en zuiver.
( p. 7)

Met het tweede gedicht uit de bundel, ‘All inclusive’, won Anne Vegter de prijs voor één van de beste gedichten van 2007, naast gedichten van Remco Campert en Rogi Wieg. In dit gedicht wordt de eindigheid van het mensenleven zelf bestreden, in een vertroostende toespraak tot een vallende geliefde:

Ik heb je liefde genoemd als woord en daad en jij valt van de trap en je hoofd knapt
en het geheugen stroomt uit je oren. Liefste, zwijgen verheft niet steeds.

We zullen middelen moeten vinden om onze eindigheid te vervullen.
Keer de attracties niet de rug toe. Botsen, zweven, duiken, rollen, hangen

en trilling lengt tijd.
(p. 8)

Maar is deze oproep om zich op de attracties te werpen wel zo troostend? Er wordt de suggestie gewekt dat het leven als een pretpark gevuld moet worden, waardoor de remedie tegen de eindigheid een wat gemakzuchtige ondertoon krijgt. Moet de tijd wel zo verlengd worden? De titel van het gedicht, ‘All inclusive’, herinnert aan de mediterrane toeristenkampen die ook niet in de eerste plaats te boek staan als het toppunt van levenskunst. De laatste regels van dit gedicht bieden een nogal dubieus antwoord op de vragen die in de eerste klonken:

Wat wil je geven? Of beter vragen wat het laatste is wat je onthield,
het kon wel eens de moeite waard zijn. Hecht je aan boodschappen?
(p. 8)

In Spamfighter staan veel gedichten die melding maken van bekende merken, supermarkten, winkels, maar waarin die herkenbare aanknopingspunten door het curieuze beeldenspel steeds vreemder worden, zoals in ‘Gamma’. Ogenschijnlijk wordt hier verslag gedaan van een dagje winkelen, maar heel gezellig lijkt het toch niet:

Zoals aan de schouders van de boodschappen-
mensen de avond hangt, daar kan ik iets mee. 

We hebben verdiend, gezocht, gekocht, tijd
gerekt, instemmend geknikt bij thuisblijven. 

‘Of ga jij toch liever ergens anders drinken?’
(p. 14)

De gedichten in Spamfighter handelen over situaties, die vanuit alle hoeken worden benaderd, omgekeerd en doorgelicht. Vaak zijn ze hilarisch, maar er is steeds een bittere ondertoon bespeurbaar. In het tweetal gedichten ‘Oude mams I’ en ‘Oude mams II’, gaat het over een bejaarde moeder die bezoek krijgt van haar kind:

Achter spinnenhaar ontsloten meisje, mamma, tuinkapster.
Kent me omdat ik haar hand spel: h e d e r a. 

Of ik overgangen hoor van stilte naar aarde.
Dove! Wanneer leeft het stelsel van ze? 

Ze? Gewoon ze, iedereen ze. Trouwens, zij moet plassen.
(p. 27)

In ‘Wisselende posities’ lijkt iemand er vandoor gegaan, een echtgenoot? De achterblijver richt zich tot de vluchter:

Zijn de coördinaten waarop jij je bevindt veranderlijk,
reis dan minder grillig. Zo krijg ik geen vlaggetje op de kaart.

Ik wilde je route volgen, je strategie:
<nieuw is het allemaal niet> je komt terug om te gaan.

Zoals in ‘All inclusive’ wordt ook in dit gedicht een remedie gegeven, maar of ‘weten’ en ‘goed zicht’ de angst kunnen bezweren, is twijfelachtig:

Tragische humor kan wonderen: je verzoek per sms
om een opbeurend woordje. Ik raad angst, verschijnsel

na verloren samenhangen. Helpe iets dierbaar dat de weg smelt:
een sneeuwkonijn. Nog beter: weten. Liefst: goed zicht.’
(p. 35)