Kritiek en recensies tot 1962
Over de eerste bundel van Achterberg, De zangen van twee twintigers (1925), die ook gedichten van zijn vriend Arie Jac. Dekker bevatte, is maar één recensie verschenen. Deze stond in de plaatselijke krant Rondom de Giessen, en behandelde alleen de gedichten van Dekker. Over de andere bundels van Achterberg is veel geschreven. Zijn 'echte' debuut,Afvaart,riep gemengde reacties op. De één vond dat hij zeer getalenteerd en oorspronkelijk was, de ander twijfelde aan zijn talent en vond zijn werk te sterk lijken op dat van anderen zoals A. Roland Holst, Leopold en Marsman. Ook over Achterbergs tweede bundel,Eiland der ziel,en de daaropvolgende bundels was de kritiek verdeeld.
Pas aan het einde van de jaren '40 kwam daar verandering in. Van belang voor deze koerswijziging was de inleiding van Aafjes bij Achterbergs eerste verzamelbundel Cryptogamen (1946). Die inleiding was een herdruk van Aafjes' essay 'De dichter van de sarcophaag' (eerder verschenen in de tijdschriften 'Criterium', 1940, en 'Boekenschouw', 1941; ook afzonderlijk herdrukt, 1943). In dat essay vergeleek hij Achterberg onder meer met Dostojewski, hij verdedigde hem tegen critici als Anton van Duinkerken en Anthonie Donker en stelde dat Achterberg 'over een verbluffende taalintelligentie beschikt en over een lyrisch vermogen dat schatten wegrooft uit het raadselachtig gebied waarin hij verkeert' (Aafjes, 1946, p. 17-18). Een bijzonder lovende inleiding dus, door een gevestigde naam in de Nederlandse literaire wereld. Daarnaast verscheen de bundel essays Commentaar op Achterberg (1948), waarin jonge essayisten zich positief uitlieten over de dichter. Fokke Sierksma wees op overeenkomsten met Kafka, volgens Sötemann was het werk van Achterberg voor degenen die in zijn 'tot het uiterste verdichte en anti-rationele kosmos' konden doordringen 'een toppunt, dat door maar zeer weinig moderne poëzie wordt geëvenaard' (Commentaar, 1948, p. 222-223), J.B. Charles vergeleek de dichterlijke schepping van Achterberg met de Goddelijke: 'voor de dichter Achterberg zijn de scheppingsdagen niet met de zevende geëindigd, maar is er een achtste, waarin hij, achter zijn Heer aanlopende, [...] de dingen [...] mee opraapt, ze benoemt, en zie, ze staan er, hij spreekt en het is er' (Commentaar, 1948, p. 46). Daarna werd de kritiek steeds positiever.
Publicaties over Achterberg na 1962
Ook na zijn dood in 1962 bleven publicaties over Achterberg verschijnen. In 1964 werd het januari/februarinummer van het tijdschrift Maatstaf bijvoorbeeld geheel aan de dichter gewijd. Er staan gedichten in van Achterberg zelf, van zijn neef Henk C. Achterberg, van zijn vriend Ed. Hoornik en van de door Achterberg bewonderde dichter Maurits Mok. Daarnaast staan er artikelen in van onder andere P.J. Meertens, A. Marja, J.B. Charles, Paul Rodenko en R.L.K. Fokkema. In 1966 verscheen Nieuw kommentaar op Achterbergmet essays van onder andere P.J. Meertens, Nijhoff en Marsman. Eind jaren '80 verschenen bundelingen van de briefwisselingen van Achterberg met zijn uitgevers Bert Bakker, Balkema, van Dishoeck, Marja, Stols en Jan Vermeulen. In 1988 kwam de 717 pagina's tellende biografie van Wim Hazeu uit, waarin Achterbergs leven uitvoerig beschreven wordt, inclusief de publicatiegeschiedenis van zijn gedichtenbundels en zijn gang door de psychiatrie. In 1991 verschenen gebundelde essays over Achterberg van Paul Rodenko.
Wetenschappelijke publicaties
Er werd ook wetenschappelijk onderzoek gedaan naar zijn werk. Fokkema bijvoorbeeld schreef een proefschrift over de verschillende varianten van Achterbergs gedichten. De dichter paste zijn gedichten namelijk vaak aan nadat ze in een tijdschrift waren gepubliceerd, waardoor de eerste uitgave daarvan verschilt. Ook voor herdrukken en verzamelbundels paste hij de teksten aan. Fokkema heeft deze varianten stuk voor stuk in kaart gebracht. In deel 1 van Varianten bij Achterberg zijn alle verschillende versies van de gedichten opgenomen, in deel 2 geeft hij daar commentaar op. Hij maakt daarbij een indeling in 'corrigerende varianten', 'veralgemenende varianten', 'consistentie-varianten', 'varianten van Vergeetboek' en 'varianten van Blauwzuur'.
Gerrit Otterloo heeft een uitgebreide technische en interpretatieve analyse gemaakt van de sonnetten van Achterberg. Hij gaat daarbij in het bijzonder in op de bundels Autodroom (1954) en Ballade van de gasfitter (1953). A.J. Bolhuis schreef een proefschrift over de interpretatie van Ballade van de gasfitter en Ode aan Den Haag (1953) vanuit de invalshoek van de psychologische theorieën van Jung. Hij gaat ervan uit dat de Ballade van de gasfitter een vervolg is op de Ode aan Den Haag en beschouwt de cyclus daarbij als een droom, niet van de dichter maar van de 'ik' in het gedicht. Eerst maakt hij een inventarisatie van de bestaande interpretaties. Vervolgens geeft hij een overzicht van de denkbeelden van Jung en van de relatie tussen analytische psychologie en literatuur. Hij gebruikt de psychoanalytische methode van Jung om de Ballade te interpreteren.
In 2000 verscheen de kolossale historisch-kritische uitgave van het Constantijn Huygens Instituut van al Achterbergs gedichten verzorgd door P.G. de Bruijn: in totaal 3500 bladzijden. Deel 1 van deze uitgave bevat al het gepubliceerde én ongepubliceerde werk van de dichter, steeds de eerst voltooide versie. Deel 2 bevat het commentaar: informatie over de voorgeschiedenis en de totstandkoming van de bundels, de typoscripten en de ontvangst. Deel 3 bevat informatie over de totstandkoming van de gedichten, onder andere over varianten, ontwikkeling en datering.
Genootschap
In 1981 is het Genootschap Gerrit Achterberg opgericht. Het doel van dit genootschap is het bevorderen van de studie van leven en werk van de dichter. Tot 1995 is twee keer per jaar de Achterbergkroniek verschenen en sinds 2001 verschijnt één keer per jaar het Jaarboek Gerrit Achterberg. Hierin worden foto's opgenomen, artikelen over leven en werk van de dichter, en een lijstje met actuele publicaties over Achterberg. Eenmaal per jaar, op de laatste zaterdag van november, vindt het Achterbergsymposium plaats.