Anti-canto's en de Astatica
De bundel Anti-canto’s en De Astatica (2004) van H.H. ter Balkt bestaat uit eenenveertig Anti-canto’s (waaronder Canto 6,66 en Canto 8½) en acht verhalen. Daarna volgen uitgebreide aantekeningen bij de anti-canto’s plus een verantwoording. In de bundel zijn tientallen kleine illustraties opgenomen van droodle-achtige tekeningen tot foto's en notenbalken.
Anti-canto’s zijn tegenzangen. De bundel is een mini-overzicht van wat er gebeurde in de wereld de afgelopen duizend jaar. De gedichten gaan over de Inquisitie, over de Italianen die in Siena de beschaving ten onder zien gaan in de achttiende eeuw, over de lancering van een shuttle, over fresco’s, Russische films, de zelfverbranding van Jan Palach in Tsjechoslowakije, de Guernica, Ezra Pound, Paul Celan en Giacomo Leopardi. Daarbij wordt ruimschoots verwezen naar de Griekse mythologie, geografie, dichters, filosofen, de Romeinse en de actuele wereldgeschiedenis. Ter Balkt breng alles met alles in verband en zet die verbanden vervolgens op losse schroeven. Ook refereert hij met de motto's naar beroemde voorgangers die canto's hebben geschreven: Pound en Leopardi.
'Anti-Canto 1' heeft een motto van Ezra Pound, uit Canto CXV: 'In meiner Heimat where the dead walked and the living were made of cardboard.’ De Amerikaanse dichter, musicus en criticus Ezra Pound (1885-1972) publiceerde tussen 1925 en 1969 The Cantos in tien delen. Pound was tijdgenoot van T.S. Eliot en bewonderaar van Yeats, hij woonde in verschillende steden in Engeland, Frankrijk en Italië. In de veertiger jaren werd hij aanhanger van Mussolini (in een interview met Ginzberg gaf hij later toe dat dit een misstap was). Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd Pound gevangen gezet in Pisa in een kooi buiten de stad waar hij 25 dagen verbleef. Toen ontstonden The Pisan cantos waarvoor Pound in 1948 de Bollingenprijs ontving. De canto’s werden, onder meer door het mystieke en kritische karakter, voor Ginzberg en de beatgeneratie een belangrijke inspiratiebron. Pound schreef vrij verzen waarin hij fragmenten van klassieke teksten uit allerlei culturen verwerkte. Wellicht zegt Ter Balkt daarom over Pound dat hij de schaaf opnam.
Secretarisvogel van Yeats, liep je Henry James na
de luide eeuw in, grondvestte windhandel; duister
Jij die de schaaf opnam in Pisa, polijster
Een oud-reizigster leidde je rond in Europa
–een heel continent om aan repen te scheuren!
'The scientists are in terror
and the European mind stops'
'ik herinner mij hoe eensklaps de hidalgo
zijn penseel opnam en kalm verwoesting verfde
de stemmen in scherven, gedoofd licht',
zei daar in de sneeuwjacht bij 'de Aust'
in een wetland dat je niet aandeed, Pound
de bonte kraai in de berk, 'Aina
de val noemde hij dat Guernica'
Jij en treurnis…Jij buizerdkop roemde
het totalitaire
(p. 9)
Hidalgo is Spaans voor edelman. De Duitse luchtaanval (26 april 1937) op de Baskische stad Guernica tijdens de Spaanse burgeroorlog is het thema van het schilderij Guernica, dat Picasso maakte voor de wereldtentoonstelling in Parijs. Het schilderij wordt gezien als een voorbode van de Tweede Wereldoorlog. Tussen 1939 en 1952 reisde de Guernica langs een aantal Amerikaanse steden.
In 'Anti-canto 4' is een motto opgenomen van Giacomo Leopardi uit Canto 36 van I Canti (Pisa, 1828): ‘Maar moet een schaaf dan niet geslepen worden’, vroeg ik, ‘als ze slijt?’ ‘Jawel,’ antwoordde zij, ‘maar ’t schort aan tijd!’
'Ik, de relmuis, ik de dwaas op de klip,
wil niet dat het uit is, ik meen, tussen
hemel en aarde, tussen blad en wind.
'Tussen wat eindigen wil en doorgaan.'
Het centrale motief in het werk van Giacomo Leopordi (1798-1837) is de natuur als blinde macht, gekoppeld aan menselijke zwakheid en hoogmoed (onder andere door diens vooruitgangsidealen).
Nooitniet
de blutsers van de beschaving, die laf
in de Dom van Siena, bij olijfblad
verzuchtten en kreunden, 'De beschaving
is heen'. Zij allen zetten de Schaaf stil.
p. 14
'Anti-canto 19' is een gedicht over D-dichters. Naar analogie met D-day waarschijnlijk. Ter Balkt is niet gecharmeerd de 'omkieperaars van de alfabetten', mededichters met hun 'gakkende pennen' die het lef missen om de jagers tegemoet te rennen.
Wie weet, medevoetstappenlaters, is jullie lach
en oogopslag van stukken groter waarde
dan jullie gakkende pen, want deze laten sporen
na en uitstraling nergens te achterhalen,
maar werkzaam; gene daarentegen rent dikwijls
de bogen tegemoet van de machtig sluwe jagers.
(p. 65)
De actie van drogisterijketen Het Kruidvat (niet voor niets omgedoopt tot Kruitvat, zie hieronder) met klassieke muziek voor ramsjprijzen wordt op de korrel genomen in 'Anti-canto 32'. Het gaat over Bach’s cantate 32, een dialoog tussen Jezus en de ziel.
Bach vervangt al het geweten
en pijpt de traanbuizen, kwartharten
In de schaduwen bij het kruitvat
Dit gedicht besluit met een pastiche op een uitspraak van Plautus: 'homo homini lupus est' (de mens is de mens een wolf).
Waarde vrienden! De mens is de mens een loopvogel.
Omdat het wild voornamelijk ’s nachts trekt en het dan
moeilijk waar te nemen is, worden niet de dieren geteld,
maar hun voetsporen. (van onze verslaggever, 25-10-1989)
(p. 101)
Ook hieruit valt te lezen dat het er niet omgaat wat de mens doet, maar wat hij achterlaat. Zijn er sporen die meetellen.
De Astatica bevat een teksten geschreven tussen 1959 en 1991. Het laatste verhaal eindigt met regels die naar de kracht van de natuur verwijzen.
Probeer niet de naald uit te vinden.
Blijf geloven in de muziek van de boom.
(p. 156)
- Terug naar introductie