Cornelis (Hans) ten Berge is veelvuldig bekroond, zowel voor zijn poëzie en zijn proza als voor zijn leiding van het tijdschrift Raster dat hij zelf in 1967 oprichtte. Toch is zijn werk niet bij een groot publiek bekend en wordt het nog al eens als ontoegankelijk ervaren. Het publiek en de critici hebben meermaals gezegd dat je zijn oeuvre als het ware op de rug ziet, het gezicht is afgewend, de toegang wordt de lezer niet ontzegd, maar evenmin vergemakkelijkt. Zijn debuutbundel, Poolsneeuw, eindigt dan ook met de regels:

Wie graaft zal sporen ontdekken
Van wat ongezien hieruit kon lekken

De lezer moet dus wel enige moeite doen om zich toegang te verschaffen tot deze poëzie. Zelf vindt Ten Berge dat hij niet anders kan, omdat de mens - en daarmee alles wat de mens maakt - nou eenmaal ingewikkeld ís.

Een zeer brede belezenheid is vereist om de vele extratekstuele verwijzingen op waarde te kunnen schatten: het werk van ten Berge verraad invloeden van Hadewijch tot Gorter en van Azteekse poëzie tot Ezra Pound. Elementen uit de verschillende tijden en culturen worden niet zelden in de vorm van citaten naast elkaar geplaatst. Deze montagetechniek is een handelsmerk van Ten Berge.

Ten Berge verzamelde verhalen van Noord-Amerikaanse indianen, Eskimo’s en van Siberische volken. Hierbij raakte hij onder de indruk van de concrete taal in deze vertellingen. Ook in zijn poëzie streeft hij naar concreetheid en hij wees er geregeld op dat het gedicht niet kan leven van abstracties. Het ritme van een gedicht staat bij hem steeds voorop; hij beschouwt het als een aan rituelen gekoppelde ervaring. Hierbij gaat het niet alleen om het hoorbare ritme, maar ook om het ritme voor het oog, oftewel de typografie.   

Als alle Zestigers keerde Ten Berge zich af van de vrije associaties van de Vijftigers; zijn gedichten worden gedragen door een verhaal. Ook probeerde hij, naar eigen zeggen, strakkere vormen uit waarin het gedicht werd geconstrueerd terwijl het tegelijkertijd de vrijheid van een organisme moest behouden. Daarbij stelde hij zich op tussen experiment en traditie, zoals hij zelf aangaf.

Hoewel Ten Berge als redacteur van Raster en als essayist zijn visie op poëzie – en daarbij ook op zijn eigen poëzie – veelvuldig kenbaar maakte is er over zijn eigen leven niet veel bekend. In interviews was hij daar ook bewust terughoudend over; hij wilde niet dat hij zelf verward werd met zijn werk. In het in 1987 verschenen boekje Informatie staat een korte biografie. Hij is geboren op 24 december 1938 in Alkmaar, studeerde in Amsterdam en maakte reizen naar onder andere Polen, Groenland, Canada en Texas. Ook deze summiere informatie wordt direct in twijfel getrokken. 'Alles wat hier staat is fictie, met inbegrip van de feiten', voegde hij eraan toe en in het titelverhaal van De honkvaste reiziger (1995) 'bekende' hij nooit ergens te zijn geweest.