Polak & Van Gennep
De gedichten van H.C. ten Berge zijn in de loop der jaren op verschillende manieren gepresenteerd door Amsterdamse uitgevers. Aanvankelijk verscheen zijn werk bij uitgeverij Polak & Van Gennep in de reeks 'Kartons': Poolsneeuw werd in 1964 vormgegeven door Kees Nieuwenhuijzen en gedrukt bij de befaamde firma Ellerman Harms. In 1966 verzorgde Nieuwenhuijzen eveneens omslag en typografie voor de tweede bundel Swartkrans, die werd gedrukt door W.C. den Ouden.
Het zijn bescheiden bundels, met een terughoudende vormgeving, gestoeld op de typografische principes waarvoor Nederland in de twintigste eeuw internationaal bekendheid vergaarde.
De tweede bundel onderscheidt zich van de eerste door het gebruik van een schreefloos lettertype, waarvan sommigen nu nog vinden dat die zich niet leent voor poëzie, de zakelijke Futura light. Swartkrans demonstreert bovendien een eerste poging tot visuele poëzie: het gedicht 'Labyrint' bevat een regel over de zich 'breed' makende menigte, die het smalle, verspringende gedicht als een mes horizontaal doorsnijdt. Maar ook de eerste bundel bevatte al eigenaardigheden: extra spaties tussen de woorden 'Scherven' en 'snavels' in het gedicht 'Emeritaat' bijvoorbeeld. Zulke ingrepen in het normale zinsbeeld deed Ten Berge meer en meer.
De tweede bundel mag de meeste regels dan braaf met een hoofdletter beginnen, verder worden die in de geest van de jaren zestig vermeden. Beginregels als 'In het droge gras van tarn sluimert / Robert le bougre' worden in het verzameld werk Materia prima (1993) alsnog genormaliseerd tot 'Tarn' en 'Robert le Bougre'. Inhoudelijk is ook modieus het gebruik van cijfers en afkortingen, zoals: ' 7 hotels / (geurige kooien, mc murdo S.w. centr. heat. by / Nucl. pow.)', waarin Amerikaanse modes doorklinken.
De derde bundel, Personages, uit 1967 verscheen in dezelfde reeks 'Kartons' in de vormgeving van Kees Nieuwenhuijzen, ditmaal gedrukt door Hooiberg in Epe. Was het omslag van de eerste bundel voorzien van een gestileerde sneeuwvlok en de tweede van een in negatief afgebeelde poolreiziger, het derde omslag herhaalde de titel als collage van diverse affiche-letters. Er werd teruggekeerd naar een schreefletter, maar andere conventies van de tijd werden gehandhaafd, zoals het verplaatsen van de dubbele punt aan het slot van een regel naar het begin van de volgende regel, zie ':vogelkop - asgrauw'. Ook werden ongebruikelijke glossen toegevoegd, marginale notities die de bron van bepaalde citaten aangaven, zoals een handschrift uit Florence.
Langs de lange citaten in proza staan verticale lijnen in de marge, die de tekst niet alleen losmaken van het eigenlijke gedicht, maar het geheel ook een wetenschappelijk aanzien geven. De typograaf moest hier de vermenging van genres (er was ook nog een toneeltekst) zo verwerken dat de bundel ondanks deze versplintering als een geheel bleef worden ervaren.
Dat is overigens in de daarop verschenen verzamelbundel Gedichten uit 1969 beter gelukt, wellicht door het compacte formaat van de reeks waarin die bundel verscheen, de zogeheten 'Kleine Bellettrie serie'. De uitgeverij was inmiddels Athenaeum-Polak & Van Gennep gaan heten en de vormgeving was in handen van Jacques Janssen, wiens naam onverbrekelijk verbonden bleef aan het luxe fonds van deze uitgeverij. H.C. ten Berge zou daarvan niet direct profiteren, hij verhuisde naar uitgeverij De Bezige Bij, die vier dichtbundels uitbracht tussen 1973 en 1983.
De Bezige Bij
De eerste daarvan werd verzorgd door Jan Vermeulen, vermaard om zijn geraffineerde omslag voor Wolkers' Turks fruit. Hij liet zich voor De witte sjamaan misschien meevoeren door regels als 'Zilverend ijs in de zon' en 'de voetzool / in zilver gedoopt' toen hij het omslag liet drukken bij de Haagse uitgeverij Mouton & Co. Het is geheel in zilver bedrukt, waarbij op de voorzijde auteursnaam en titel blind in preegdruk zijn aangebracht. De in onderkast gehouden letters liggen iets boven het oppervlak, in subtiele tegenspraak met voetstappen in de sneeuw.
De dichter zelf laat voor de tweede keer visuele elementen in sommige gedichten optreden, zoals die van een spiraal en een trap in het openingsgedicht 'Maker & model', dat uitwaaiert van links naar rechts over de pagina waarbij witregels fungeren als ontbrekende treden 'zodat ik in mijn leegte stap'.
In 1977 verscheen Va-Banque, dat door Karel Beunis volgens het stramien van de reeks 'BBPoëzie' werd vormgegeven en gedrukt in Nijmegen bij Thieme. De sierlijke combinatie van romeins klein-kapitaal met cursieve onderkast-letters werd in het binnenwerk vervangen door de strengere tegenstelling tussen vetgedrukte titels en mager gedrukte dichtregels. De boertige illustratie op het achteromslag stond hiermee in scherp contrast.
De eveneens in de reeks 'BBPoëzie' uitgegeven bundel Nieuwe gedichten (1981) werd weer vormgegeven door Jacques Janssen, die er dan ook een Athenaeum-Polak & Van Gennep-uitstraling aan wist te geven: een helderblauw omslag met auteursnaam en titel eenvoudig in wit en de uitgeversnaam dwars langs de rug. In de bundel is de reeks 'Tramontane' (Over de bergen) weer als een visueel gedicht is afgedrukt. De gedichten van 1, 2, 15, 3 regels aan het begin en die van 3, 15, 2 en 1 regels aan het slot beginnen niet gewoon bovenaan de pagina, maar staan in mineur onderaan de pagina. Alleen het lange middendeel begint bovenaan de pagina en verbeeldt daarmee de ervaringen van een luchtzeiler, die contrasteren met het gemoed van de neerslachtige verteller.
De laatste bundel bij De Bezige Bij is eigenlijk vrij traditioneel vormgegeven, met een paars omslag, bedrukt in wit. Bijzonder is dat de typografie van deze bundel, Texaanse elegieën(1983), is ontworpen door de dichter zelf: 'Omslag en typografie H.C. ten Berge'. Het formaat van deze uitgave is groter dan enig andere bundel van Ten Berge: 24x16 cm. Er zijn inspringingen, regels in kapitaal, cursief gezette marginale opmerkingen, uit het hart gezette passages en hier en daar zijn figuren aangebracht, zoals een met sierrand omgeven strooibiljet en omkaderde kreten. Het boek maakt mede door de uit een groot corps gezette nummers van de elegieën een kloeke, onverzettelijke indruk.
Meulenhoff
Dat kan niet worden gezegd van de bundels die sindsdien bij uitgeverij Meulenhoff zijn verschenen. Die hebben allemaal de typografie gekregen van de reeksen waarin ze toevalligerwijs (want alleen afhankelijk van het moment) zijn uitgebracht. De Liederen van angst en vertwijfeling (1988), met een omslag van Michael Berkhemer en binnenwerk door Lian Oosterhoff, Overgangsriten (1992) in een grafische vormgeving door Karel van Laar, Oesters & gestoofde pot (2001) door Geert de Koning en Het vertrapte mysterie (2004) door Office of CC lijken geen van alle speciaal rekening te houden met de vorm van de gedichten.
Meer zorg werd door oude rot in het vak Joost van de Woestijne besteed aan de verzamelbundel Materia prima (1993), de enige van alle bundels die in linnen gebonden op de markt kwam: de typografische eigenzinnigheden in een klassiek gareel gevat.
Ten Berge over typografie
Ten Berge heeft zich enkele malen uitgelaten over de typografie van de dichtkunst. Zo zei hij in een interview: 'Die heeft onder andere een ritmiese functie, voor het oog.' Met het uitwaaieren van dichtregels over de hele breedte van een pagina heeft hij extreem geëxperimenteerd in zijn vroege tijd. Hij noemde het 'breedtepoëzie', maar 'hield er spoedig weer mee op omdat zich geen wezenlijke ontwikkeling voordeed die deze proeven een reëel toekomstperspectief bood' (Berge, 1980, p. 49). Ook een opstel uit 1987 bevatte stellingen over typografie en literatuur, waarin werd vastgesteld dat vernieuwende typografie een achterhaalde zaak was: de experimenten van Paul van Ostaijen hadden geen toekomst.