Hieronder volgen citaten zonder commentaar uit de periode 1972-1989, geciteerd naar de verzamel-uitgave Achter de rug uit 1997.

Grensgeval

Z ijn gedichten zijn klein
uitgeknipt kunnen ze zo
in een doosje lintje
denk erom rood erom
weegt nog geeneens een ons

(p. 256)

zelf een spiegel veroudert
hij alleen in spiegels

zijn dood komt steeds
precies op tijd

uiteindelijke kleur
van het vergeten

(p. 265)

Brits

Een brits timmeren
voor de herinnering
aan het gebaar dat
als een lamp snel
aan- en uitgedraaid
zwart op mijn netvlies
verder brandt

Ik zal nooit weten
wat je hand bedoelde
midden in de kamer
terwijl de ochtend
in je nagels blonk
of voelde - 't is alleen
gebeurd

(p. 298)


Soms kijk ik door een barst
een kogel of een oog:
wat speelt zich af?

Ik was een kind
ik stond op de middenstip
eerst was ik wit
in smetteloos wit tenue
stond ik doodstil op de middenstip

Toen groeide ik groter
van binnenuit verkleurd
tot ik vuurrood en loeiend
op de tribune zat en zag.

Soms, zegt hij, kijk ik dwars door een barst
dwars in
het bloedbad.
(p. 311)

Zwijgende man

Wie wat wil zeggen
heeft winter nodig
kale takken zonder blad

(p. 324)

Wie dat wil
heeft in zijn ogen
iets gespaard
dat kijken heet

Wie dat kan
weet in zijn zwijgen
wat hij zegt
het best bewaard

(p. 324)

Niet om gebeurtenissen
gaat het maar om iets als
een bal in het gras en
de gedachte aan een voet
die popelt
popelt in de lucht
daartussen

(p. 331)

Stilleven

Wat een schitterend woord: een leven dat stil is/ligt, nog, maar toch: levend (vergelijk het Franse 'nature mort' dat de plank volkomen misslaat - alsof het hier om een soort 'overleden zijn' zou gaan. Integendeel. Dit speelt zich tussen dood en leven af. In een niemandsland.
De tweede betekenis van het woord hangt met de eerste samen. Je moet uiterst stil leven om een stilleven te kunnen maken.

(p. 369)

Wat als je even niet zou kijken
je dan misschien vanuit een ooghoek
ziet

(p. 371)

De kunst van het verliezen

Net als altijd wandelen mensen
langs het strand, benoemen
de dingen voor het grut
aan hun hand

Zee dat spel je met een z
in Duitsland net omgekeerd
is See meer, het Zweedse sjö
26 letters kent ons alfabet

(p. 415)

Schrijven zoals iedereen voelt
zodat die denkt: behalve ik
was er dus nog een, lang geleden
een Griek, vaag zichtbaar achter
vitrages met zijn rug naar
ons toe aan de houten toog
van 't havencafé, zwijgend

(p. 431)

Alles teruggevonden, niets bewaard

Midden in de winter valt het stil
ogenblik van razend evenwicht

(p. 457)

Even geen sporen, geen beeld
niets te wensen noch te denken

(p. 457)


maar Herbert haalt de zomer niet
komt hij nog thuis dan halen we chinees

(p. 464)

Winterwegen

Omdat de dood in mensen huist
de buitenkant van dingen is
kan ik alleen in dingen leven zien

(p. 489)

Daarom zie ik meer in dingen dan in mensen
die ene mens die in mij groeit
in richting en in zwijgen naar hen toe

(p. 489)


Een tijdelijke taal
zoals blaffen van een hond
stemmen achter een bosrand

Taal die niet begrepen hoeft te worden
zoals een kinderkrabbel: teken van
iets dat achter de rug is

(p. 505)

Verschrijvingen

Je neemt de telefoon op en bent verbonden met het grotere net dat aan satellietboeien hangend boven de wereld zweeft
(p. 523)


Op het bovendek maak ik een foto van S. en H. Lachend verschijnen ze in het kader van de zoeker. Ik hoor E's gelukzalige schaterlach over het water schallen en druk af.
(p. 533)

Wolftoon

De wolftoon. Wanneer hij optreedt
splijt ik als een voordoek open

In dubbeldruk schemeren de mogelijkheden
door de gebeurtenissen heen

(p. 573)


Twee grammatica's over elkaar gelegd
de een helder en concreet
zich door herhaling ene huis bouwend

De ander even helder, even concreet
maar tot niets dienend dan vertakking
rustplaats voor mussen

(p. 577)


Meestal gebeurt er dagenlang niets
(p. 581)


De dag staat op een grammafoonplaat
(p. 593)

Geestgronden

Apparaten die alles zichtbaar maken
een ziekte, nooit aan geleden
verscheen op de beeldschermen.

Ik zag dat een mens een boom is
en dat mijn groen niet meer
tot aan de toppen van mijn nerven reikt

(p. 603)


In de vijftiende werd zij geschilderd
in de zestiende verloor zij een arm
in de zeventiende verdwenen haar benen
in de achttiende weg was haar buik
in de negentiende vergingen haar borsten
in de twintigste werd zij bijkans gewist

Zo zou het gegaan kunnen zijn.

(p. 616)


Je kruipt dicht tegen haar aan en sluit je ogen
daarachter begint het gloren, beginnen geestgronden
in vervoering te spreken

(p. 641).

De noodzakelijke engel

De engel is noodzakelijk en dus
gevallen, vleugels als nagels in
het vlees gegroeid. Hij gaat gebukt.

(p. 645)

Deze stad werd in één nacht gedroomd.
(p. 657)

Alleen en onderaards vliegend
wiekend van aardlaag naar aardlaag
van het ene zwart in het andere: een vleugel.

(p. 670)

Alles is roerloos. Zo ver het oog reikt.
niemand te zien in dit landschap
waaronder de vleugel bergen verzet.

(p. 670)