Introductie

De als romanticus te boek staande Pieter Boskma balanceert in zijn recente gedichten op het breukvlak tussen twee genres: poëzie en romankunst. De bundel De aardse komedie is met 277 pagina's net zo dik als een roman en vertelt een wereldomspannend verhaal, maar is toch in strofen geschreven 'stromende lyriek' over kunst, leven en liefde.
Boskma mag dan een romantisch dichter zijn, de hemelse beelden zijn aards. In zijn gedichten komen engelen voor die masturberen en hoewel veel gedichten over een bijna mythisch Meisje (met hoofdletter) gaan, neemt zij gewoon de tram.
Mystiek en neuken, God en vloeren, onthechting en liefde: Boskma kiest contrasterende thema's en invalshoeken. Het dagelijkse leven wordt in spreektaal beschreven, in een soms opzwepend ritme, in muzikale gedichten, die uitwaaieren over alle continenten die Boskma tijdens zijn antropologische reizen heeft bezocht.

Het werk in citaten: