1995-1998: "Je bent zo stil en zacht" & "je bent zo kil en hard"
Simpel heelal
De bundel Simpel heelal (uit 1995) begint met een nostalgische terugblik en gaat dan verder in het dagelijks leven van een dorp, met nonnen en normale bezigheden. Er zijn een aantal 'virginetten' in opgenomen. Deze gedichten hebben kenmerken van het sonnet, met een regeltje meer af en toe, een variabel aantal versvoeten of een klankeindrijm en ze bezingen (het woord zegt het al) de maagdelijkheid:
de kroon is al te lang gekanteld
langs de sokkel, rot in de grond;
de duizend spatten op je stenen mantel
zijn de duizend tanden in mijn mond.
(p. 37)
In de eerste strofe komt de nadruk sterk op de woorden 'rot' en 'in' te liggen, omdat het jambisch karakter van het 'virginet' daar even doorbroken wordt.
Twijfel over het schrijven klinkt door in:
de staat van wording triomfeert
over elk voltooid idee
maar in terloopse momenten
van stilstand twijfelt de vlam
aan de zin van zijn warmte
(p. 64)
Want vooruitgang gaat altijd richting vernietiging, zegt Boskma: 'het zeker weten van de val'. De tweede helft van de bundel wordt geheel gevuld met het gedicht 'Altijd weer dit leven', met een motto van Dylan Thomas: 'Oh as I was young'. Het is een herdenkingsgedicht voor en over een bevriend dichter, en speelt zich af in een jaar tijd. Regelmatig laat hij de vriend aan het woord, als een bewonderde, een god. Zo deelt hij zijn ervaringen over de dood, herinneringen, ontmoetingen met kunstenaars, over schrijven en lyriek. Maar ook de tweestrijd toont hij en het androgyne van de mens. Een negenjarig meisje dat uitgroeit tot schoonheid speelt een belangrijke rol.
Maar wat het allerschokkendst was:
mijn beide delen groeiden uit
tot volwaardige helen,
en wij schudden elkaars handen,
tanden stijf opeengeklemd.
Wie van mij zou nu
het zwijgen openbreken
en zijn ware aard verraden?
(p. 109)
De personificaties zijn talrijk, zoals hier:
Ik was de ode zelve,
de vleesgeworden gloed
waaraan ook al Dante
en Vergilius zich brandden,
waar de tong tussen hun tanden
zich bijna op stuk beet.
(p. 117)
Soms denkt de dichter net als Anna Karenina dat hij uit de droom een daad kan laten ontstaan:
Dan onderzocht ik foto's
bij de huiverende vlammen,
voelde de kracht waarmee
hij in de lens gekeken had
door mijn vingers stromen,
en als ik dan de pen nam
schreven zich de woorden neer,
als vanzelf, als van hem
(p. 123)
en dan:
en op een ochtend
viel alles op zijn plaats.
(p. 133)
Het geluk van de verteller welt op, 'losser en losser' en 'brozer en brozer':
wat mijn vriend de dichter
nu gezegd zou hebben:
'God is het stromen
van gift en onthouding,
een arm om de schouder
van blote neuroses,
het bloesemen
dat alle verse rimpels
toch weer draaglijk maakt.[']
(p. 140)
In de naam
'Aan O.L.V. van de Wonderdadige Medaille' staat er in In de naam. In deze 'gesproken liedjes'-bundel wordt het begin van een liefde, het vervolg en het einde besproken. Waarna de dichter spot met het geloof waar de voorheen beminde zich toe bekeert. Boskma bedient zich van een directe, eenvoudige taal, maar de regels en de ervaringen zijn in segmenten gehakt, om het sensitivistische van Gorter te benaderen:
Je bent zo stil en zacht dat ik
zo stil dat ik zo zacht en dat
je bent zoals ik soms opeens
en dat van kleuren heel de nacht
(p. 11)
En als de verhouding in het slop raakt door sleur en jaloezie:
Nu het regent regent regent en de bossen dampen
alles eenvoudig, uitdijend, verdrijvend,
alles een oude herinnering, taal
bevrijd van denken en dingen,
(p. 21)
Het is te laat:
Er waren wel gedachten aan hoe alles lopen kon
Wanneer je beter wist van mits en als en ooit.
(p. 40)
En dan is er de directe omkering van het stil en zacht, waarbij de klinkers hetzelfde blijven: deze assonantie verhevigt het effect:
Je bent zo kil en hard dat ik
zo kil en ook zo hard en dat
je bent zoals ik ook opeens
niet langer meer wil zijn.
(p. 62)
De herinneringen blijven komen:
De uren rolden terug van het najaar naar de zomer
waarin hij haar nu herkende, spiernaakt in de branding
op een zinderende julidag, terwijl hij net met Dante
het lakenwitte duin af schreed.
(p. 83)
Maar:
Toen kwam het allertreurigste: zij had
hem eveneens voor een ander aangezien.
Er kwam geen einde aan het ouder worden.
(p. 83)
Net als in de bundel Simpel heelal komt het thema van mannelijk en vrouwelijk dubbelbeeld en de persoonsverwisseling naar voren.
Op de drempel keek hij nog één keer om
recht in de spiegel aan de achterwand. Ook zij had zich
omgedraaid en in het gelig schemerlicht zag hij hoezeer
zij op hem leek. Zij blies hem zachtjes in de nek:
'En hoe je nu jezelf als mij en mij
als jou daarbinnen weet [']
(p. 89)
Temidden van de tijden
In 1998 publiceerde Boskma Temidden van de tijden, een bundel over 'liefde en troost'. Er staan weer enkele liedjes in, maar er is ook een hoofdstuk met 'brieven' en het titelgedicht is een langer episch gedicht, een vorm die Boskma eerder en vaker gebruikte.
Er is ontreddering en verwondering in de eerste gedichten:
het landschap was er min of meer
alsof het zich had omgekeerd:
alles viel wat eerst nog stond
en vogels vlogen ondergronds.
(p. 15)
Uit 'Haar koortsige brief':
dank voor de troost, dank voor de rode draad!
ik pak hem op waar jij hem teder aan mij overgaf:
(p. 26)
Uit 'haar brief vol argumenten':
ik doe dit voor jou dus vrees niet meer.
dit is de uitweg die je zocht, de golf
waarop je surfen kunt voor alle mode uit.
(p. 27)
In de laatste strofe van 'Who's afraid of love revisited' stuit de lezer opnieuw op het bekende Boskma thema van de dubbele ik:
Ik zag jou, voorgoed vereerde, jou, einde-
lijk teruggekeerde, jou weer in mij aan.
(p. 55)
De houding tegenover verlies komt aan de orde in 'Dubbelspel':
Het is niet vreemd alleen te zijn.
Je halsdoek onder elke stap
behoedt mij voor verdwalen.
(p. 61)
- Lees verder over Pieter Boskma: 1999-2004: "Zoals golven, zonder duidelijk begin"
- Terug naar: Introductie