Een vrouwelijk pseudoniem: Laura van der Galiën

De bundel Zeventien werd onder het pseudoniem Laura van der Galiën uitgebracht in 1996. Op de achterflap werd vermeld dat de dichteres in 1975 in Frankrijk werd geboren en in 1983 naar Nederland verhuisde. Van een dergelijke fictieve dichteres was in de recente poëziegeschiedenis eerder sprake toen Anton Ent onder het pseudoniem Marieke Jonkman gedichten liet verschijnen.

In de zeven cycli waaruit de bundel bestaat wordt opmerkelijk meer eindrijm gebruikt dan in de andere bundels van Boskma. In het eerste gedicht, onderdeel van de cyclus 'Gijzeling', lijkt Boskma al te willen aangeven dat Laura door hemzelf geschapen is:


Dit lichaam, een standbeeld gewekt
door je vingers, opent zich eindelijk
op de plaats waar ieder mens vertrekt
rond mijn sokkel herbegint de tijd.


Het slot van het gedicht luidt:

Dit lichaam is begonnen.
Hier eindigt het zwijgen.

(p. 9)

De uit eerdere werken bekende dubbelheid, de wens om meerdere personen te zijn, figureert ook in dit gedicht.

O kind, o moeder, o verlangen
Beide tegelijk te zijn,
elkaar te kussen op de wangen

(p. 29)

Dit geldt ook voor de afdeling 'Ontmanteld':


Ik heb mijn ondergoed ontmanteld,
het zwoer samen met mijn huid -
zij trokken over mijn skelet
de iris van de mannen.

Nu heb ik beide afgelegd,
toon mijn roodste naakt
en hoor hoe men beweert
dat ik ben doodgegaan

(p. 32)

Maar de demonstratie van de dubbelheid houdt in dat de buitenwereld de dichter niet meer erkent.

De gedichten gaan over het afscheid van de jeugd, over erotiek en over onthechting, zoals in de cyclus 'Regentaal':


De laatste wetten breken stuk
en storten zich als lemmingen

van mijn schitterend skelet.
Ik ben volmaakt geluk.
Ik heb mij afgelegd.

(p. 48)

De toon is sensueel en soms ontroerend, zoals in 'geborgen':


Straks dans je zacht tegen de ochtend
en adem je met je handen
heel dicht langs me heen,

en weer zal het niet wennen
als wij elkaar herkennen
blind in het cyclopisch azuur.

(p. 59)

In de laatste cyclus 'Geborgen' worden onthechting en eenzaamheid met elkaar verbonden:


Mijn huid rijgt mij aaneen
met de verstikkende seconde
dat ik mij weer alleen
bevrucht in deze wonden.

(p. 63)