1: "Een kier in de lucht"
Aurora
Anneke Brassinga debuteerde in 1987 met de bundel Aurora. Ze was toen al bekend door haar vertalingen. Zeventien gedichten uit de bundel Aurora zijn eerder verschenen onder de titel Brassinga's Debuut. Het titelgedicht 'Aurora' begint met een aanroep, zoals vroeger bij dichters gebruikelijk. Verder een opmerkelijke ruil aan het einde van de strofe.
O kus mij, o omarm mij -
mijn wangen zijn rood doorbloed,
wie de steen tilt zal mij vinden
al is de ziel nog zo bedroefd.
Schamele warmte, twee schele
ogen te geef voor blind geloof.
(p. 5)
De gedichten in deze eerste bundel dragen het stempel van oudere dichters als Leopold en Gorter, ze wekken weemoed en verlangen op. Zoals het gedicht 'Wandeling'.
Alles is moe en kan niet stilstaan:
de zon, de wind, het uur.
Er sluipt een oude droom
tussen de bomen, het land
wordt een poort
naar jaren her.
(p. 10)
Landgoed
De tweede bundel van Brassinga, Landgoed (1989), bevat gedichten die meer verhalend en ook associatief zijn.
Er is onder andere een gedicht over de plant 'Kornoelje', dat tevens gaat over de klank en het schrijven. Waarbij dan vervolgens door associatie naar een ander onderwerp wordt overgeschakeld.
Mijn kornoelje staat op het landgoed Elze,
de aangewezen plaats: je bij ze, el bij oel.
Je en ze zijn zacht voor de l, die niet mooi is
als er een harde klank op volgt, melk
is lelijk (maar lekker). En Wilma?
Op de lagere school zat een bloeiend meisje
met rode wangen en blonde krullen.
(p. 25)
Opvallend in het gedicht 'Strijkkwartet' is het eindrijm bij de klinkers, dat door de rijmklanken en het ritme aan een vers doet denken.
Liefde baart klank, geen omweg
van oor naar hand, stil voortgeplant
het zingende. In vergeten gebaren
geeft zich de geest der snaren.
(p. 51)
Thule
De bundel Thule (1991), die werd opgedragen aan Peter Yvon, de man van Brassinga, is verdeeld in de afdelingen 'IJszee' en 'Gras'. 'IJszee' heeft als motto 'Er sah ihn stürzen, trinken und sinken tief ins Meer' van Goethe.
De sfeer van kou en ontbering is voelbaar in 'Verlossing', het maakt niet meer uit wat er gebeurt.
Er is hier veel dat grond raakt
zwaar zonder wortels rust
in zee of op land, what's in
a name, gespleten steen blijft
getweeën een, het water wast
zich zoals licht dag en nacht
de ogen reinigt.
(p. 24)
De afdeling 'Gras' heeft als motto 'Gij luiaard in het gras: de mieren steken vlijtig' van Jean de Jupille. De sfeer is hier bijna tegengesteld aan de vorige afdeling, met jeugdherinneringen en observaties van de omgeving. Er is sprake van blauwschokkers en een vrolijke luchtgeest. Over gras en het groen is te lezen in het gedicht 'Voyeuse', waarin een kind twee vrijende mensen in het bos ziet.
Eindelijk opgewassen tegen kijkzucht
niet altijd meer verleid door groen.
Lokten mij bos en veld omdat ik eens
twee mensen zag, een dubbele boterham
liggend in groen als engelen veraf
voor schele kinderogen?
(p. 39)
Zeemeeuw in boomvork
Zeemeeuw in boomvork (1994) bevat de opdracht 'Aan mijn moeder (1911-1993)' en heeft als motto 'Par l'espace, l'univers me comprend' van Pascal. Het titelgedicht 'Zeemeeuw in boomvork' begint met een beschrijving van een wandeling door het groen, die de 'zinnenzee, nee binnenzee' nabij brengt.
Dan waren er avonden, fosforiserend en golvend lauw.
Vluchtig zoals een zeemeeuw op water kan lopen
zaten groene vliegjes te stralen in zwarte struiken, lief-
kozingen timide maar onbezonnen; in de boomvorken
om die binnendringende zinnen hing de nacht.
(p. 29)
Naast de aan de natuur ontleende beschrijvingen zijn er ook vreemdere observaties van natuurverschijnselen zoals in 'Rust roest' over het opkomen van de zon, het verstrijken van de tijd. De gedichten zijn vol beelden.
Wat kraakt? Een kier in de lucht, je oor ziet
een gapende zon uit de veren komen. De dag
een fazant op zijn roest, die op roestkleurige
vleugels gaat, zijn keel schuurt aan zandloper-
zand.
(p. 39)
- Lees verder over Anneke Brassinga 2: "Verdwaald geraakt naast balpootkast"
- Terug naar Introductie