Startschot: "iemand sprak wat woorden"
I
n de bundel Startschot publiceerde Tsead Bruinja eigen werk en het werk van enkele andere dichters in eigen beheer. Bruinja’s poëzie is in deze bundel kort en bondig. De gedichten zijn veelal beknopte observaties:
iemand sprak
wat woorden
over handen
over elkaar
gebogen hoofden
(p. 5)
Of humoristische statements:
mijn verzoek
om nieuwe tralies
gaat nogal in de papieren
zitten
hier is je taart
hier is je vijl
(p. 6)
Het derde gedicht wordt gekenmerkt door een spel met taalconventies:
laat me roepen
als je het weet
ik wacht
tussen het gras
je hoeft de hemel
maar af te zoeken
spiegel in haar
als in water
speel met
wolkenschuim
verruil dorst
voor lucht
voor later
(p. 7)
De meeste van Bruinja’s gedichten in Startschot hebben, zoals ook zijn latere werk, geen interpunctie. Toch komt er af en toe wat interpunctie voor, met name in gedichten die een meer traditionele vorm hebben, zoals het sonnet:
Mijn omhooggevallen spoorwegbrug onder
constructie, naar boven bekleed met platen,
vormt van deze vrouw het geraamte, dat aan
de mond van de Nijl had kunnen staan lonken
De Parijzenaren zagen haar wording
aan met glazige ogen en lieten
luidruchtig protest achter, riepen in
oren van wie er op straat liep te morren
na nachten te veel wijn in herbergen
en rood geworden wangen, probeerden
jaloezie te vangen in even grote
woorden werden gedichten in hoofden
bleven flarden gedachten-droesem werd
het verlangen te reiken naar de hemel
(p. 9)
De zinnen in Bruinja’s gedichten lopen steevast in elkaar over. Middenin een strofe lijkt soms een andere zin te beginnen, waardoor het nodig is aandachtig te lezen. Dergelijke zinsconstructies komen ook voor in de andere dichtbundels van Tsead Bruinja.
- Lees verder over Tsead Bruinja's werk: Dat het zo hoorde: "ik zei ik zie de roos als een wrak in aanbouw
- Terug naar introductie
|
| Vooromslag van Startschot (1999) |