Batterij: "mijn haat zal u vlijen"


De bundel Batterij bestaat uit vier delen, waarin veel verschillende onderwerpen aan bod komen. Zo komen in het eerste deel, ‘…kind dat buiten nacht komt zeggen’, gedichten voor die lijken op jeugdherinneringen, maar ook gedichten die observaties over mensen bevatten. In het gedicht ‘vier en een half volt legotreintje’ is sprake van een jeugdherinnering:

vier en half volt legotreintje
verdwijnt in de groene tunnel
van papier-maché

twee jongensbenen in de lange
blauwe broekspijpen
van een jeans

de moeder als man in uniform
de vader als vrouw thuis
wie speelt voor god
wie kiest het scharnier
(p. 6)

Het is hier alsof de dichter zichzelf als jongen observeert. Tegelijkertijd wordt ook duidelijk wat de verhoudingen zijn binnen het gezin waarin de jongen opgroeit. De traditionele verhoudingen tussen man en vrouw zijn bij de vader en moeder omgedraaid. Tussen hen speelt zich een strijd af die nog niet beslist is. De jongen is hier getuige van. Als hij de stekker uit de houder trekt en hem tegen zijn tong houdt, krijgt hij een schok:

vier en een half volt tong
trekt zich terug

in de mond van een tunnel
de tong als mond

praliné
(p. 6)

Het woord ‘praliné’ is voor meerdere interpretaties vatbaar. Zo kan het wijzen op de tong, die opgerold in de mond ligt in de vorm van een praline. Het kan ook betekenen dat de stroomschok voor de jongen niet alleen een pijnlijke ervaring is, maar ergens ook prettig of misschien zelfs troostend.

Veel van de gedichten in Batterij eindigen met een woord of korte statements, zoals in het gedicht ‘sarah & veronica (kollum drachten en afrika)’. De afsluitende woorden ‘een icoon’ geven de betekenis van het gedicht bondig weer. Bruinja laat zien hoe zelfs van de dorpsgek nog een icoon gemaakt kan worden:

de jongen van twaalf achter het klasraam weet hoe sarah krijst

sarah is veertig en kaal
sarah heeft een mes in de tas
krijst
sarah van de drie bulten bij het park
sarah heeft een mes in de tas
jakkert een brief op de post
brief uit de tas
krijst

in de studio wordt daar een beat onder gezet met veel galm op de snare
door een drummer die zich grasmaaiend naar het einde snuift
de lamp stijgt nu boven beiden en schijnt op het dorre gras
(p. 7)

Evenals in Dat het zo hoorde ontbreekt in Batterij elke vorm van interpunctie en is Bruinja wars van het gebruik van hoofdletters. Ook zijn regels op soms ongebruikelijke plaatsen op de pagina geplaatst en zijn de gedichten vet gedrukt in een schreefloze letter. Hiermee doet Bruinja sterk denken aan Lucebert, die steevast koos voor dergelijke typografie in zijn bundels.

In Batterij is de combinatie tussen liefde en agressie een van de thema’s. In het gedicht ‘verborgen arbeidend’ lijkt de lezer op het eerste gezicht getuige te zijn van het schrijfproces van de dichter, die een liefdesgedicht wil schrijven. Hij lijkt niet goed uit zijn woorden te komen en begint steeds opnieuw:

ik breng je naar het park
waar in de lente reigers
de lelijkste geluiden

waar takken na de winter
hun verborgen arbeid
naar buiten

waar ik een lome zon
en speelse honden
zocht
(p. 19)

Later in het gedicht wordt het steeds minder duidelijk wat precies de motieven van de ik-persoon zijn om zijn geliefde mee te nemen naar het park:

en de dunne nacht
het zou haar gaan spijten
ons fles en glazen bracht

Geleidelijk aan wordt aan de hand van de titel van het gedicht duidelijk dat de ik-persoon bij het bezoek aan het park aan iets heel anders moet denken dan aan een romantisch uitje:

ik breng je
maak je geen zorgen

in de lente maken reigers
de lelijkste geluiden

breng je nacht

Door de slotregels rijst het vermoeden dat de ik-persoon een moord op zijn geweten heeft. De lelijke geluiden van de reigers dienden mogelijk om de hulpkreten van de vermoorde vrouw te maskeren. En ook de strofe over takken die na de winter verborgen arbeid blootleggen krijgt een andere betekenis: doordat de natuur zijn werk doet, wordt een verborgen lijk uiteindelijk zichtbaar.

Ook in andere gedichten valt de agressieve toon op:

de kloof zal u vlijen
mijn haat zal u vlijen

           de uwe
mijn                hoon jouw naakt
(p. 18)

Of:

een bijl klepelt zich door het vlees
door de vreselijke armleuningen
terwijl ik ijver aan een gezicht
                                               sloop
                                               dit gezicht
(p. 13)

En:

wordt hem de tong een mes past hij
niet in de krappe huid van je held
zoek dan een nieuwe dode en een lekkere stoel
plek om verse vuisten te kweken

Evenals in Dat het zo hoorde staat Batterij vol met (klank)herhalingen en vaak geestige associaties en wendingen:

ik sprak een troela
ik sprak een zoeloe toe kan
ik me een beetje aftrekken hier
gewoon een beetje rustig aftrekken

Weer andere gedichten bestaan uit treffende karaktertekeningen van heel dagelijkse mensen, zoals in het gedicht ‘portier’:

rook uit de jaren zeventig slaapt in zijn snor als woede op
kinderen in een rijdende ford escort waar vader het woord
zijn onbewezen gelijk logeert

even kijken wie de lekkerste borsten heeft tijdens het college
even snoepen van de truitjes in de pauze


mijn mond is een klooster vol oeh’s en ah’s
maar ik laat mijn broek niet zakken
ik laat mijn kaak niet zakken
voor de docent

(p. 31)

 - Klik voor een uitvergroting
Vooromslag van Batterij (2004)