Bernd G. Bevers: Tegenberichten
Bernd G. Bevers werd in 1952 geboren in het Duitse Gronau, maar leeft sinds 1964 in Nederland. Hij publiceerde al enkele jaren in tijdschriften zoals De tweede ronde en Awater voordat zijn debuutbundel Tegenberichten in 2004 verscheen bij Prometheus. Bevers is beeldend kunstenaar en legt zich sinds 1994 geheel toe op het schrijven van gedichten.
Tegenberichten begint met het gedicht 'Nationaliteit',waarin de ontheemde schrijver naar zijn herkomst zoekt. Veel gedichten in de bundel gaan over relaties. De relatie tot zichzelf, tot de natuur, tot de ander. En ook over hoe die relatie in taal verwoord kan worden.
Ik heb een paspoort maar geen land
dan de grond onder mijn voeten. Geen volk
dan de adressen van mijn dode vrienden,
geen vlag die mij iets doet
dan die waarin ik straks verdwijn,
gewikkeld in de huid van een mens.
(p. 5)
Het gedicht eindigt met fysiek geweld:
Ik heb geen taal dan de handen
van moeder en vader begrepen
die mijn dromen met hun woede sloegen
tot ik ze verstond.
(p. 5)
De bundel heeft drie afdelingen: 'Alles waarvan een lichaam wakker ligt', 'Nakomelingen' en 'Tegenberichten'. In de eerste afdeling staat het gedicht 'Stiefvader' , waarin een hardwerkende vader wordt herinnerd die in het harnas stierf.
Zonverbrand en halfnaakt
hurkend tussen de aardappelplanten,
een man in gesprek met de grond,
in het negatief van een enkele zomer
en zo alleen als ik later
nooit meer iemand heb gezien.
(p. 14)
In de afdeling 'Nakomelingen' is het gedicht 'In memoriam Nico Slothouwer' opgenomen over de dichter Slothouwer (1956-1987). Onder redactie van Menno Wigman werd het nagelaten werk van Slothouwer, Liefdesstratenplan, in 2004 uitgegeven.
Al tien jaar, vriend, en nog altijd
zijn mijn dagen en mijn nachten
gewogen en jouw jaren voorbij
en nog, vriend, vind ik jouw gezicht terug
in mijn gezichten en jouw woorden
in mijn mond.
(p. 27)
De titel van de bundel Tegenberichten is tevens de titel van de laatste afdeling waarin de dichter herinneringen ophaalt en zich personen voor de geest haalt zoals de gids, de slechte toerist en de oude man. Hij beschrijft deze personen op heel eenvoudige wijze, als voor een kind.
Maria Barnas schreef in De groene Amsterdammer van 17 september 2004 lovend over de bundel: 'Bevers is in staat om doodsangst op te roepen door een slaapkamer te beschrijven en wanhoop te suggereren in een opmerking over een onophoudelijke regenbui'.