Liesbeth Lagemaat: Een grimwoud in mijn keel
Liesbeth Lagemaat heeft de C. Buddingh'-Prijs 2005 gewonnen. Lagemaat, geboren in 1962, debuteerde bij de Wereldbibliotheek met Een grimwoud in mijn keel (2005). Haar gedichten verschenen eerst in de literaire tijdschriften De tweede ronde en Maatstaf.
De gedichten zijn vormvast, vaak in strofen van drie of vier regels, soms met een slot van twee regels waarin een conclusie volgt.
In de gedichten komen veel personen voor: mythologische figuren onder wie Kronos, Venus, Penelope, Eurydice, de componisten Bach en Scarlatti en bovendien de Verschrikkelijke Sneeuwman. Onder andere Babylon en Troje zijn het decor van deze gedichten. De titel van de bundel is wellicht een verwijzing naar de sprookjes van Grimm of naar de Friese krijgsheld Grimwald uit de zesdelige gedichtencyclus 'Adegild' van Van Lennep (Grimwald is hierin moedig maar ook bedrieglijk), de Grimwald die half fee en half heks is of de slang Grimwald. Door alle paradoxen zijn er veel verklaringen mogelijk.
In het gedicht 'Horror vacui' valt geen troost te verwachten:
De queeste is een jacht. O, er zijn variaties,
dat wel. Het kind en de armen vergroeid
in het matras. Het tastbare in- en uitademen,
de lijn die zich vertakt, de kamer vult, de ademtak
die tussen de kieren van de deur of door een open
raam - naar buiten, als een slang.
(p. 8)
In het gedicht 'Metamorfose' is alles veranderd bij het wakker worden:
Op een ochtend word je wakker en je merkt dat
alles een paar centimeter is verschoven: niet veel,
en niet eens duidelijk zichtbaar, wat
zijn nu een paar centimeters, maar de poten
van je bed staan uit het lood, de voetstap
die je wilde zetten ligt al voor je op het kleed,
de toekomst steekt haar angel naar je uit.
Je bent al aan het behoeden wat nog nauwelijks
naam kon hebben. Angst drijft een kloof
in je gezicht en langzaam vloei je uit
(p. 10)
In 'Anatomie van een nazomerdag' staat een beschrijving van Kronos:
De meeuwen kronen hem - Kronos. Hij weet
van niets. Voert zich dan op: verlangen in
een blauwgeruite kiel. Het asfalt is zo zwaar
onder zijn zolen. Geen antifonen meer, geen antwoord.
Dan vormt het baksteen een Boeddhistisch keelgeluid -
grommen tot ver in de lantaarnpaal. De schaduw
van een struik snijdt rozen in hun bloei.
(p. 35)
Rob Schouten was in Awater van zomer 2005 gematigd positief over de bundel. Hij vond Lagemaat weliswaar 'welbespraakt' , maar te nadrukkelijk 'poëtisch' in deze eersteling.
Zie ook De keuze van de redactie (2007)