Geboren te Amsterdam op 19 februari 1620
Overleden te Amsterdam, begraven op 16 februari 1695

Introductie

Door velen wordt de zeventiende-eeuwse dichter Joannes Six van Chandelier beschouwd als één van de meest eigenzinnige dichters uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Toch is het belang van zijn werk lange tijd niet goed doorgedrongen. De reden hiervoor ligt onder andere in de aard van de poëzie: ogenschijnlijk eenvoudig, maar allesbehalve oppervlakkig en wel degelijk zeer geleerd. Hij zet de lezer vaak op het verkeerde been.

Six van Chandelier was de oudste zoon van een handelaar in kruiden en zette het bedrijf van zijn vader voort. Het dichten stond op de tweede plaats. Voor de handel maakte Six regelmatig reizen naar het middellandse zee gebied en tijdens deze trips schreef hij gedichten over wat hij zag, deed en meemaakte. In 1657 verscheen een bundeling van zijn gedichten, onder de titel Poësy. Na deze bundel publiceerde Six nog een psalmberijming, waarvan de eerste druk verscheen in 1674.

Six had geen hoge dichterlijke pretenties; hij was erg bescheiden. Hij schreef over aardse en dagelijkse dingen op een geleerde, gedetailleerde en soms ook ironische manier. Bovendien heeft hij, en dat is bijzonder voor een zeventiende-eeuwse dichter, veel poëticale uitspraken gedaan in zijn gedichten. En deze poëtica wijkt op punten af van de destijds gangbare ideeën over poëzie. Bij zijn overlijden in 1695 liet hij een intrigerend en bijzonder oeuvre na, waarin nog steeds veel ontdekkingen gedaan kunnen worden.