Het uur van de droom

In 1996 verscheen Het uur van de droom, een bundel die bestond uit vier korte gedichten en één lang gedicht van 41 pagina's. Het lange gedicht is, vanwege de lengte en de titel ('De uren') ook wel vergeleken met het gedicht 'Het uur U' van Martinus Nijhoff. Ook de inhoud van beide gedichten komt enigszins overeen. Evenals in 'Het uur U' loopt in het gedicht van Duinker een man over straat, terwijl hij bespiegelend de gebeurtenissen aanschouwt, maar Duinker begint met meer aarzelingen tussen wat werkelijk en wat mogelijk is:

Ik zou hier iets kunnen kopen.
Misschien koop ik iets.
Ik zou hier kunnen flaneren.
Misschien flaneer ik.
Ik zou hier kunnen treuren.
Misschien treur ik.

Maar dit plein houdt me tegen.
Dit plein met zijn precieze opdracht
Laat me stilstaan in de schaduw
Van elke mogelijkheid.
(p. 13)

De man uit het gedicht observeert datgene wat direct om hem heen gebeurt:

Wie eet die sinaasappel?
Meisje? Jongen?
Mevrouw met bril?
Mevrouw met volle lippen?
Meneer zonder werk?
Dit uur van mogelijkheden
Heeft een lange, lange schaduw.
(p. 15)

'Het uur' is een moment dat van belang is, een moment waarin verschillende emoties samenkomen, zoals woede en onverschilligheid:

Ah, uur dat in mij woede is!
Maar begrensd als dit plein,
Op vele manieren,
Door materialen en abstracta,
Uur, onverschillig als alle pleinen in dit plein,
Als de pleintjes zonder naam,
Met of zonder fonteintjes!
Geplaagd door winden, duidelijke winden...
(p. 38)

Het gedicht 'De steen bloeit', uit dezelfde bundel, is het onderwerp van een groot project geweest: het 'Wereldgedicht'. Dit gedicht werd door Stichting Litteraire Activiteiten Leeuwarden naar vertalers uit verschillende landen gestuurd en vertaald in meer dan tweehonderd talen, waaronder het Russisch, Chinees, Twents en Dari.

De steen bloeit.
De steen die niet kan bloeien,
Wat bloeit die steen.

Zijn bloesems zijn veelkleurig.
Gekleurd als de wolken wanneer de maan hen beschijnt,
Gekleurd als jouw ogen, liefste,
En warm.
(p. 54)

Ook de 'dingen' komen weer terug in deze bundel. De dagelijkse dingen krijgen in de poëzie van Duinker meerwaarde, zoals in het eerste gedicht, 'Gedicht voor een kameel':

Morgen is de dag van de kleine dingen,
Van de speld en de gele verf.
Je zult je blij voelen.

Morgen is de dag van de heel kleine dingen,
Van de druppeltjes en het koord.
Je zult vriendschap voelen.
(p. 7)

Ook al is het niet zo

De bundel Ook al is het niet zo verscheen in 1998. In deze bundel spelen opnieuw 'de dingen' een grote rol. In het gedicht 'Ruwe schets' wordt steeds herhaald wat 'de dingen' zijn of hadden kunnen zijn:

De dingen die ik hoorde
Of meende te horen,
De dingen die ik rook
Of meende te ruiken,
De dingen die ik zag
Of meende te zien
(p. 53)

En ook de mogelijkheid zelf is een ding dat zowel bestaan kan als niet bestaan:

De dingen die mogelijkheden waren
Of misschien mogelijkheden waren.
(p. 57)

In de gedichten van Arjen Duinker staan vaak opsommingen en herhalingen. In deze bundel komt een reeks gedichten voor, genoemd naar de dagen van de week. De gedichten beginnen steeds met de regel: 'En in diezelfde straat'. Zo vangt 'Dinsdag' aan met:

En in diezelfde straat
Loopt een man met een paradijsvogel
Op zijn rug, klaar voor de strijd
Die achter gindse auto wacht.
(p. 19)

Het gedicht 'Vrijdag':

En in diezelfde straat
Loopt een man boodschappen te doen.
Hij gaat winkels in en komt winkels uit.
(p. 22)

Het gedicht 'Zondag' begint met:

En in diezelfde straat
Loopt een man te luisteren
Naar de vogel op zijn rug.


Hetzelfde gedicht ('Zondag') eindigt zo:

En in diezelfde straat
Loopt een man te luisteren
Naar vragen uit de verte.
(p. 24)

Duinkers poëzie verwijst regelmatig naar andere of verre landen (Portugal bijvoorbeeld). In het gedicht 'Staartvin' etaleert hij opnieuw exotische elementen:

En op de rug van een vis
Komen vanzelf geuren neer.

Die van de Cubaanse grapefruit in een lauwe wind.
Die van de Marokkaanse sinaasappel in een zoekende wind.
Die van de Cypriotische citroen in een ronde wind.
Die van de Argentijnse peer in een heldhaftige wind.
Die van de Chileense druif in een mistige wind.
(p. 34)

De bundel ademt een sfeer van reizen, van verre horizonten:

Laat die boten maar komen, laat die boten maar komen!
Laat de verte maar komen met al haar beloftes!

Laat de vruchten van andere werelden komen,
Laat de verhalen van tedere bomen komen,
Laat de woorden van dampende rivieren komen,
Laat de verte maar komen in haar papieren kleed!
(p. 28)

De vraag is dan: moet je zelf op reis, of volstaat een bezoek aan boekhandel of markt?