De geschiedenis van een opsomming

In 2000 verscheen de bundel De geschiedenis van een opsomming, een bundel die ook vertaald is in het Frans: L'histoire d'une énumération (2003). In de bundel worden alledaagse, maar onwerkelijke beelden opgeroepen: de beelden zijn herkenbaar, maar tegelijkertijd zeer vreemd, zoals in het gedicht 'Vroege drukte':

Ik duwde kinderen opzij,
Moeders met plakken worst,
Een politieman en twee zieken.
Koeriers gaf ik een por,
Goochelaars een zetje.
Zakenlui schold ik stijf,
Uit tijdgebrek.
(p. 43)

De titel van de bundel, De geschiedenis van een opsomming, komt op verschillende manieren terug. Zo heeft het gedicht 'Korreligheid' veel weg van een opsomming; het gedicht begint zo:



De zon in de lucht
Behoort toe aan de nerveuze auto's
In de uitvaartstoet en aan de nieuwste techniek
Om plaatstaal te krommen

Het begin van de tweede herhaalt en voegt toe:

De zon in de lucht,
Een ogenblik voorbij het hoogste punt,
Behoort toe aan de veiligheidsriemen

In de laatste strofe worden de eindjes aan elkaar geknoopt:

De slaap in de lucht,
Een ogenblik voorbij zijn meest geconcentreerde punt,
Behoort toe aan onze voeten.
(p. 42)

Misschien vier vergelijkingen

De bundel Misschien vier vergelijkingen (2002) werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs in 2003. De titel van de bundel slaat op wiskundige vergelijkingen en in het titelgedicht wordt een gewone situatie op een quasi-meetkundige wijze uitgelegd:

Dat is belangrijk,
Weten met welke factoren die hond rekening houdt
Wanneer hij zich een fractie naar het oosten
Of naar het westen beweegt.
Vergelijk die kwestie met de motieven van verzamelaars
En vergelijk die weer met de levensduur van stoplichten.
(p. 48)

In hetzelfde gedicht lopen de aantallen af, eerst 'vier vergelijkingen', vervolgens 'twee grappen', daarna 'geen reclame':



Voor de wiskundige
Zijn wij misschien vier vergelijkingen,
Voor de komiek
Zijn we minstens twee grappen,
Voor de autodealer
Zijn we geen reclame.
(p. 64)

In De volkskrant (6 september 2002) schreef Piet Gerbrandy over de systematiek van Misschien vier vergelijkingen: 'Het viervoud speelt in dit boek een prominente rol. Er zijn vier afdelingen en vier personages. Alle gedichten staan tussen aanhalingstekens en worden in de mond gelegd van de Venetiaanse architect Carlo Scarpa (1906-1978), de vrouw met de oorbellen, de vrouw met de sproeten en de Indiase zanger'. Het eerste gedicht, 'De molentrap van Scarpa', begint bijvoorbeeld zo:

Scarpa zegt tegen alledrie:

'Welkom in mijn binnenste
En welkom op mijn trap.
O trap van weinig treden!
O trap en treden die ik bedacht!
Aan u, mevrouw met sproeten,
Aan u, mevrouw met oorbellen,
Aan u, Indiase zanger...
Spreek in woorden van glas.
Spreek in woorden van beton.
Spreek in woorden van water!'
(p. 9)

De bundel eindigt met verlangen naar zintuiglijkheid:

Ik wil aan zee staan en zintuigen krijgen.
Aan zee staan en alle woorden kennen, dat wil ik.

Aan zee staan en me niet gewonnen geven, dat wil ik.
Ik wil aan zee staan en zingen met mijn lichaam.
(p. 79)

De zon

De bundel De zon, die in 2003 verscheen, bevat één lang gedicht. Het boekje werd uitgegeven door de Stichting Kunstuitleen Zeeland, als onderdeel van de Slibreeks. Het gedicht heeft veel weg van een tweespraak tussen twee mensen die zich verbazen over de schoonheid van de zon.

De zon schijnt mooi
                                           Ja, de zon schijnt mooi
De zon schijnt mooi
                                           Ja, de zon schijnt mooi
Ja, de zon schijnt mooi
                                           Ja ja, de zon schijnt mooi
(p. 5)

Woorden als dijken, water, wind en zon roepen vanzelf water, meer en zeeën op. Net als in het andere werk van Duinker worden ook in dit gedicht herkenbare beelden opgeroepen, waaraan een minder herkenbare betekenis kleeft. Duinker speelt met woorden en met de verwachting van de lezer.

In de straten en op de dijken
                                           In het water en in het water
Kijk, een vrouw
                                           Kijk, een vrouw
Een blad met papegaaien door een huis heen
De wind voelt het donker
                                           De bloem voelt het gras
Door een huis heen
                                           De wind
                                           Ja, de zon
(p. 17)

En de laatste regels van het gedicht:

Ja, de zon is nergens bang voor
                                           Want water neemt de zon mee
Omdat de zon mooi schijnt
                                           Omdat de zon mooi schijnt
                                           Ja, de zon schijnt mooi
                                           Ja, de zon schijnt mooi
(p. 39)


  • Lees verder over Duinker: 4: "Op betekenis wordt lumineus geschoten"
  • Terug naar Introductie