Introductie

Als dichteres is Anna Enquist een laatbloeier: ze debuteerde na een carrière als pianiste en psychiater op haar 46ste in 1991. Haar bundels beleven herdruk op herdruk, nog extra gestimuleerd door de populariteit van haar romans, die bovendien in het Duits, Engels, Frans en vele andere talen werden vertaald. Ook haar poëzie heeft een Duits en Engels publiek.

Haar gedichten zijn meestal somber en heftig, beroerd door emoties, met pijn en bloedbaden. Ze noemde zichzelf de Nel Benschop van de intellectuelen en schreef dat haar poëzie zich steeds volvrat aan 'rotzooi'. Voor haar staat de muziek centraal en een groot aantal gedichten is direct naar aanleiding van strijkwartetten of pianostukken geschreven, maar ook hier is niet alles idylle en kan bijvoorbeeld Mozart als chirurgijn aantreden. Haar autobiografische gedichten cirkelen steeds om dezelfde thema's: moederschap, muziek en psychologie.

Toen haar dochter in 2001 overleed bij een ongeluk op de Dam in Amsterdam en bleek dat de vrachtwagenchauffeur haar domweg over het hoofd gezien had, voerde zij politieke actie om de dodehoekspiegel voor vrachtwagens met onmiddellijke ingang verplicht te maken. In 2004 verscheen een bundel gedichten over het gemis van haar dochter: De tussentijd.

Het werk in citaten: