Achilles in Emmeloord of Piet Gerbrandy als classicus

Piet Gerbrandy werkt als leraar klassieke talen in Groenlo, 'nu dat beroep nog bestaat', aldus de prikkelende flaptekst van Gerbrandy's Boeken die ertoe doen: over klassieke literatuur uit 2000. Dat hij deze werkzaamheden combineert met drukke publicatie-activiteiten over klassieke literatuur blijkt uit de grote hoeveelheid artikelen en boeken die hij in dagbladen en tijdschriften deed verschijnen. Voorts voorzag hij enige recente tekstuitgaven van doortimmerde inleidingen of nawoorden, publiceerde hij schoolboeken ten behoeve van het onderwijs in de klassieke talen en stelde hij een omvangrijke bloemlezing samen ter gelegenheid van de Boekenweek 2001: De mens is een dier dat kan denken, een bloemlezing uit Griekse en Romeinse filosofische teksten.

Ook in dit soort publicaties is de toon van Gerbrandy bevlogen, persoonlijk en direct. De lezer moet daar tegen kunnen. Zo begint het nawoord bij de uitgave van de Odyssee in de reeks Salamander Klassieken met een gewetensvraag: 'Dit is een nawoord, maar hebt u alle eraan voorafgaande bladzijden werkelijk gelezen?' Gerbrandy verheugt zich over de evidente belangstelling voor klassieke teksten van de afgelopen jaren, die steeds in fraaie of juist handzame uitvoering beschikbaar komen, maar stelt daar tegenover dat die belangstelling meestal niet erg diep gaat.

In de bundel Boeken die ertoe doen is het woord vooraf te lezen als een pakket van eisen waaraan voor Gerbrandy goede literatuur – en dus ook goede klassieke literatuur – moet voldoen. Literatuur moet je raken: literatuur moet je laten lachen, laten huilen of verbijsteren. Elk boek, elke auteur, hoe onaantastbaar de reputatie ervan ook schijnt, dien je volgens Gerbrandy met onbevangenheid te benaderen en wie door het werk niet wordt geraakt – mits je geen domoor bent – staat het vrij de betreffende lectuur te staken en als oninteressant terzijde te schuiven. Gerbrandy: 'Klinkt dat arrogant, dan moet dat maar.'

Ook als essayist is Gerbrandy onopgesmukt. Dat niet alleen: hij komt er rond voor uit ook, wat op zichzelf verhelderend en verfrissend is. Opnieuw de essayist aan het woord: 'Ik heb geen talent voor objectiviteit. Ik wil mijn lezers nooit uitsluitend informeren, ik wil hen overtuigen. Elke tekst die ik schrijf is retorisch', en: 'Ik wil niemand zijn genoegen ontnemen, maar ben zo vrij mijn eigen, zonder twijfel door moderne vooroordelen bepaalde opvattingen tegenover het oordeel van de traditie te plaatsen.' Gerbrandy's lectuur wordt in de essays in Boeken die ertoe doen volledig ingezet. In een opstel over Horatius gaat het ook over Nietzsche of Chr. J. van Geel en als Gerbrandy Pindaros behandelt gaat hij associaties met John Coltrane of Fats Navarro niet uit de weg.

Gerbrandy is, kortom, een aantrekkelijke leidsman: deskundig, inspirerend, ondogmatisch. Zijn vertalingen en inleidingen voor het publiek betreffen figuren als Homerus (voor wie Gerbrandy graag de verzamelde romans van Hermans en Mulisch cadeau geeft), Tacitus en Quintillianus. Daarnaast verzorgde Gerbrandy, al dan niet samen met collega's, een reeks publicaties over klassieke letterkunde ten behoeve van het voortgezet onderwijs. Opnieuw is zijn toon oorspronkelijk, tegen het raillerende aan: 'Ook mijn leerlingen worden op schandalige wijze geïndoctrineerd.' Gerbrandy's publicaties voor gebruik op het Gymnasium omvatten delen over de terugkeer van Odysseus, Plato's leerschool van het geluk en Achilles' wrok. Ze verschenen bij uitgeverij Hermaion te Emmeloord.