Geboren te Gorcum op 11 mei 1905 
Overleden te Warnsveld op 15 augustus 1997

Introductie

Ida Gardina Margaretha Gerhardt leefde teruggetrokken en zocht zelden de publiciteit via een andere weg dan haar dichtbundels. Liever koos zij een rustige omgeving waarin zij ongestoord aan haar poëzie kon werken – haar telefoonnummer was een van haar kostbaarste geheimen.

Dit teruggetrokken leven droeg eraan bij dat ze pas laat in haar carrière grote bekendheid kreeg. Ook de loyaliteit aan de vormvaste poëtische traditie en haar voorbeeld J.H. Leopold plaatste haar naast de schijnwerpers. Die waren lange tijd gericht op vernieuwende bewegingen, zoals de Vijftigers.

In haar poëzie spelen het dichterschap en de teloorgang van het Nederlands landschap een grote rol, maar vaak zijn het gebeurtenissen uit haar eigen leven die de aanzet tot een gedicht vormen.

Dat leven begon met een vervelende jeugd door een slechte relatie met haar moeder. Na het gymnasium koos Gerhardt ervoor om klassieke talen te studeren en vervolgens lerares te worden. Ze gaf les in Groningen, Kampen en Bilthoven voordat ze werd afgekeurd en vroegtijdig met pensioen ging.

Na het pensioen zocht Gerhardt de rust van Ierland en Eefde om in alle stilte te kunnen werken aan een vertaling van de psalmen en natuurlijk aan haar poëzie.

In 1997 overleed Ida Gerhardt in een verzorgingstehuis in Warnsveld op 92-jarige leeftijd.  

Twee van haar bekendste gedichten zijn 'De gestorvene' ('Zeven maal om de aarde te gaan') en 'Het carillon' met de slotregels:

Nooit heb ik wat ons werd ontnomen
zo bitter, bitter liefgehad
(Gerhardt, 2001, p. 81)

Meer informatie over Ida Gerhardt:

Biografie

Poëzie