4: "Gruwelijk grondeloos vaak verteld"


Het punt met mij is dat ik alles kan
Met Het punt met mij is dat ik alles kan (2008) richt Gerlach zich opnieuw op de jeugd. In de bundel worden poëzie en proza gemengd tot een verhaal over Jan, zijn opa en een draak. Een verhaal dat gaat over vriendschap, angst en de troost van fantasie.

Het verhaal begint wanneer Jan van zijn opa een draakje krijgt. De draak is van plastic, maar wanneer hij alleen is met Jan komt hij tot leven. De draak heet Fu en dat betekent geluk. Vlak nadat Jan de draak heeft gekregen, verdwijnt zijn opa (of hij overleden is, wordt niet duidelijk). Fu kende Jans opa goed en vertelt graag over hem. Jan mist zijn opa, omdat ze vrienden waren en wordt verdrietig van de verhalen van Fu:

Fu ik weet niet of ik weten wil wat je
me aldoor vertellen wil aldoor vertellen wil
over mijn opa de Onvergetelijke Held
het is waar maar ik was er zelf bij en je hebt het me hebt het
me al zo gruwelijk grondeloos vaak verteld
(p. 9)

Volgens Fu moet Jan de dingen die hij met zijn opa heeft meegemaakt opschrijven: 'Hij zegt dat ik het moet doen zoals op mijn Geheime Papieren in het merelnest. Hij houdt ervan als het rijmt, Fu. Als ik over mijn opa schrijf, gaat het vanzelf rijmen.' Om te voorkomen dat Fu een verhaal over zijn opa gaat schrijven, begint Jan zelf. Er volgen drie afdelingen: 'Sportvis', 'Gevaar' en 'Draak'. Jan beschrijft zijn avonturen met zijn opa aan de hand van gedichten. Tussendoor praat hij in de prozastukken met Fu.

In de laatste reeks 'III Draak' moet Jan zijn opa helpen met het verslaan van een draak met zeven koppen. In de reeks ervoor is duidelijk geworden dat Jan een 'oud wijf' en een 'bangebroek' is. Vechten tegen een draak ziet hij helemaal niet zitten:

Want als er zo vlak bij je huis, je bord,
je lepel soep, van alles gaande is,
dan kun je krijgen dat je somber wordt.
Als ik dat van tevoren had geweten.

Ik zat te staren. Soep op het tafellaken.
'Ik ben geen ridder. En ik dood geen draken.'
(p. 40)

Zijn opa is onverbiddelijk en samen gaan ze op pad. Jans taak is om te dansen zodra de draak er is. Op die manier veroorzaakt hij trillingen die de draak op zijn plaats zullen houden. Zijn opa zal vangen en hakken. Na zes koppen gaat het mis: 'Ik hoor mijn opa schreeuwen: 'Jongen, help! Dit gaat niet goed!'' Jan neemt de bijl en overwint zijn angsten:

Ik dans niet, maar ik zie hier in de buurt geen Draak bewegen.
Wat deed ik? Wat ligt daar? Mijn opa naast een Drakenkop

Mijn opa krabbelt vrolijk overeind. 'Daar ligt-ie dan!
Je kan dus meer dan dansen, jongen. Je hebt mijn verstand!
Wat sta je daar nou raar. Begrijp je wat je hebt gedaan?
Een draak gedood. Wereld gered. Koud kunstje, toch? Niks aan.'
(p. 58)

Stapvoets
De bundel Stapvoets verscheen in 2010 bij Boekhandel De Slegte. Het is het zevende deel in een reeks poëzie-uitgaven van de tweedehandsboekhandel. Het is een nieuwe versie van de gedichtenreeks die onder de titel Lichaam eind 2009 als bibliofiele editie werd gedrukt door Boris Rousseeuw. Beide uitgaven werden in Antwerpen gepresenteerd op 27 februari 2010.

Van de gedichten in de bundel is op de linkerpagina steeds het gedicht te vinden met handgeschreven aantekeningen en doorhalingen van de dichteres. Op de rechterpagina staat het gedicht in zijn uiteindelijke vorm. Hierdoor krijgt de lezer een inkijkje in het schrijfproces. De eerste strofe van het derde gedicht was voordat Gerlach ging aanpassen als volgt:

Toen ik je meenam maar je wou kapot en nergens
ordenen of geordend zijn. Het bos
sloeg dicht van schrik, je schold en smeet met vuur

Na de aanpassingen van Gerlach werd de strofe uiteindelijk:

Toen ik je meenam maar je wou kapot en nergens
passen (in wat: mijn gat? Krepeer). Het bos
sloeg dicht, je schold, viel, rookte liggend, smeet met vuur
(p. [8]-[9]) 

In deze strofe is nogal wat veranderd, maar de basis is hetzelfde gebleven. In de rest van de bundel is zichtbaar dat gedichten soms volledig worden omgegooid of, integendeel, in één keer hun definitieve vorm lijken te vinden. In het laatste gedicht heeft Gerlach bijvoorbeeld alleen een komma toegevoegd aan het eind van de tweede regel:

Het spoor dat moet verdwijnen loopt hier nog
achter haar voeten en ik zie haar nog,
niet die haar was maar die ze is, het moeilijkst
te volgen en het snelste uitgewist.
(p. [25])