Wouter Godijn en de kritiek

Godijns debuutroman Witte tongen werd door Thomas van den Bergh in Het Parool (21 november 1997) geprezen om het 'eigen geluid'. Hij schreef: 'Met veel schwung, gevoel voor humor en idiote redeneringen vertelt Godijn zijn verhaal. Grootste bezwaar vormt in feite de omvang van deze roman [338 p.]'. Martin Meijer was in NRC Handelsblad (13 februari 1998) ook overwegend positief: 'Witte tongen is een ingewikkelde roman vol verwijzingen, subtiele verwantschappen tussen de personages en perspectiefwisselingen, met de onderhuidse spanning van een thriller. De auteur schrijft op een heldere, aanschouwelijke manier, en maakt veel en goed gebruik van dialogen'.

Godijns debuutbundel uit 2000, Alle kinderen zijn van glas, kreeg verschillende recensies. Kees 't Hart noemde de bundel in Vrij Nederland 'de beste poëzie van 2000'. In Bzzlletin (december 2000) schreef Ron Elshout: 'Op deze thematiek inhakend [namelijk: die van goed en kwaad] vermeldt de flaptekst van Godijns dichtbundel, Alle kinderen zijn van glas, dat 'goed en kwaad een symbiotische relatie lijken te onderhouden, zoals ook schoonheid en lelijkheid in elkaar overgaan'. Zulke teksten wijzen in de richting van Baudelaires Bloemen van het kwaad, maar ging het bij Baudelaire om strak vormgegeven gedichten die als het ware contrasteerden met de inhoud, Godijns gedichten lijken vormloos en de stijl "kliederig"' .

Over Langzame nederlaag, de tweede bundel van Godijn, waren de meningen nogal verdeeld. Gerrit Komrij selecteerde, samen met Neeltje Maria Min, deze bundel voor de leden van de door hem opgerichte Poëzieclub. Leden van deze club krijgen drie keer per jaar een bundel toegestuurd - Langzame nederlaag was de eerste.

Adriaan Jaeggi was in Het Parool (3 mei 2002) minder positief: 'Het probleem met deze dichter is dat hij geen beslissingen kan nemen. Het ontbreekt hem niet aan ideeën, maar kennelijk wel aan de durf en het doorzettingsvermogen om er iets mee te doen.' Ook schreef hij: 'Regels van twee woorden staan naast regels die bijna van de bladzij af lopen, en rijm of metrum komen alleen per ongeluk voor. Een strakke vorm is in de hedendaagse poëzie weliswaar geen eis meer, maar het is een misverstand te denken dat het lukraak afbreken van regels iets tot poëzie maakt - net zomin als het halfslachtig uitwerken van leuke ideetjes dichten mag heten'.
Peter de Boer was in Trouw (28 september 2002) een stuk positiever: 'Toch kan Godijns fragmentarische, langs onvoorspelbare kronkelwegen voortbanjerende poëzie wat dit betreft wel een stootje hebben. Hij palavert er lustig op los en stort onder het motto: doe maar gek, want gewoon is niet gek genoeg, een onafzienbare reeks groteske invallen over de lezer uit'. De Boer was wel positief, maar zet ook vraagtekens bij het taalgebruik van de dichter: 'Al met al een zeer merkwaardige bundel, waarin mooie passages staan maar ook veel gekkigheid waaraan geen touw valt vast te knopen. Godijns tuttige babbelzucht en zijn spreektalige uithaaltjes ('mooi hoor', 'o jee', 'als u begrijpt wat ik bedoel') doen zijn gedichten meestal geen goed. Zijn wonderlijke associaties doen soms aan Tonnus Oosterhoff denken maar missen veelal de onderhuidse coherentie en diepere bodem van diens gedichten.Verder heeft hij veel te veel naar Toon Tellegen gekeken, zoals blijkt uit zinnetjes als "Het leven // ging er maar bij liggen" of "Toen kwam er een zegen aanvliegen".'

De in 2003 verschenen bundel De karpers en de krab werd in 2004 genomineerd voor de VSB-Poëzieprijs. Op de website van deze prijs werd het volgende geschreven: 'Met zijn lange, probleemloos voortstromende gedichten brengt Wouter Godijn een onzekerheid in beeld die in strijd lijkt met de vrolijke, praterige toon van zijn werk. Hij beschrijft zichzelf als iemand tussen twee werelden, het alledaagse en het verhevene. Dikwijls staat hij daarbij voor de grensovergang, als iemand voor een deur, een raam of een gordijn'. Ook oordeelde de jury: 'Wie de dubbelzinnigheid van zijn bestaan in beeld kan brengen als een al verdrinkend ter wereld komen, beheerst de mogelijkheden van de poëzie ten volle'. De prijs ging desondanks naar Mustafa Stitou.