"Alles heeft een echo"


In 2006 publiceerde Ruben van Gogh de in vijf afdelingen opgedeelde dichtbundel Klein Oera Linda. Van Gogh liet zich inspireren door het negentiende-eeuwse Oera Linda-Boek, waarvan de makers wilden doen geloven dat het een Oudfries document was, dat in de middeleeuwen overgeschreven was. Al spoedig rees het vermoeden dat het om een vervalsing ging, waar onder meer de dichter Francois HaverSchmidt bij betrokken zou zijn.

Het meest opvallend in Klein Oera Linda is de typografie. Zoals uit de verantwoording achterin de bundel blijkt heeft Van Gogh zich onder meer laten inspireren door de humoristische, quasi Engelse dichtbundels van John O'Mill (pseudoniem van de Bredase leraar Engels Johan van der Meulen) en het boek House of Leaves van Mark Z. Danielewski. Verschillende lettertypes staan in verscheidene kleuren door elkaar heen op de pagina's gedrukt. Regels in een roze lettertype vormen de basis van de gedichten, maar daarachter schemeren ook groenkleurige regels door, die in een quasi oud-nederlands zijn geschreven. Achter deze tekstlagen staan regels in een veel groter lettertype (vet of cursief gedrukt), die over meerdere pagina's doorlopen en zelf kleine gedichtjes lijken te vormen.  Zo staat er achter het openingsgedicht 'Klein Oera Linda' in grote, vetgedrukte letters:

Daadkrachtige man,
alles aan hem
denkt aan een
vrouw
(p. 9)

Deze regels zijn gebaseerd op het kunstwerk A humument van Tom Philips, die een bewerking maakte van een roman van de schrijver W.H. Mallock.  Philips bewerkte de pagina's van de roman zodanig dat er niet meer dan korte stukjes tekst overbleven. Van Gogh heeft deze kleine stukjes tekst niet slechts integraal overgenomen. Bij nadere lezing blijken ze toch iets te maken met het gedicht waarachter ze gedrukt staan. Zoals in het titelgedicht, waarin het eveneens gaat om mannen die aan vrouwen denken:

Altijd met elkaar en altijd om het andere
geslacht. Heur namen als hiërogliefen

gekliefd in graffiti, krassen, krijt: Lyda,
Finda, Frya - kom terug, we hebben spijt.

De tekstfragmentjes van Philips gaan ook in andere gedichten opmerkelijke relaties aan met Van Goghs eigen gedichten.  Zo staat er achter het gedicht 'Naar buiten' in vetgedrukte letters:

Kom, kom
hier en kus die
deur nog
eenmaal open
(p. 14)

Terwijl het gedicht zelf blijkt te gaan over een vrouw die niet naar buiten durft te gaan:

Ze wil wel
naar buiten maar kijkt alleen

- wat er om haar heen staat opgebouwd
(p. 14)

De vrouwen in het titelgedicht hebben allen Oudfriese namen, waardoor de relatie met het oorspronkelijke Oera Linda-Boek duidelijker wordt. Ook de dichtregels in groen lettertype hebben iets met het boek te maken. In de verantwoording zegt Van Gogh dat hij regels uit het Oera Linda-Boek heeft overgenomen en ze in 'voetnoten' heeft geplaatst. En inderdaad zouden de groene regels, gelet op de inhoud, vertalingen kunnen zijn uit het Oudfries: 

toen ging Wralda heen en wrocht in
haar gemoed neiging en liefde, angst en schrik
(p. 9)

En:

maar duizendwerf
duizendmaal willen wij Frya na roepen: waak! waak!
waak!
(p. 11)

Of:

had Wralda ons geene
zintuigen gegeven, zoo zouden wij nergens van weten,
en wij zouden nog reddelozer zijn dan een zeekwal
die voortgedreven wordt door ebbe en vloed
(p. 32)

Klein Oera Linda is een bonte verzameling teksten die over elkaar heen gedrukt zijn. In de afdeling 'De achterkant van Nederland' staat een readymade over meerdere pagina's heen, dwars door de andere gedichten heen gedrukt. Het gedicht 'Nieuwe Hoogstraat' is een verzameling teksten die Van Gogh op bordjes en stickers in de gelijknamige straat in Den Haag aantrof:

uitrit vrijlaten ook in het weekend

kings import b.v. sprankling

uitrit verboden te parkeren

uitrit verboden te parkeren

inrit vrijlaten

u wordt weggesleept
(p. 25-26)

Ook engagement is Van Gogh in deze bundel niet vreemd. Zo bevat het gedicht 'Echo's van Hamelen' niet alleen een bewerking van het sprookje over de rattenvanger. Bij nadere lezing lijkt het ook te gaan over een populistische leider (een lawaaipapegaai) die het volk (lemmingen) het verderf in stort:

Lemming - lemming, zegt hij, en strijkt neer,
lemming - lemming, zegt hij weer. Hij heeft het maar

van horen zegen, en doet conform zijn eigen ik
niets anders dan pro forma repoduceren van het laatst

bijgeleerde. En de lemmingen voelen zich lekker
aangesproken, roepen: meer - meer. Niet eerder was er

zo'n vogel die zoiets zo doeltreffend zei. Dus met
iedere lemming - lemming, komt er weer een lemming
(p. 12)

Als Van Gogh de lawaaipapegaai omschrijft als een 'type grote snavel, kop met kuif' lijkt hij een karikaturale omschrijving te geven van Geert Wilders, waardoor het gedicht een politieke lading krijgt. In dit gedicht speelt Van Gogh ook een spel met de postmodernistische intertekstualiteit.  Als hij aan de uiterlijke omschrijving van de lawaaipapegaai

(niet kaal - RVG)

toevoegt, doet hij het voorkomen alsof hij het gedicht citeert en er commentaar op levert. Maar ook lijkt hij te refereren aan de populistische politicus Pim Fortuyn, waardoor de politieke strekking van de tekst nog extra benadrukt wordt. Van Gogh speelt niet alleen met de intertekstualiteit, hij verwijst ook indirect naar het werk van andere schrijvers. Als hij het bijvoorbeeld over 'hoger honing' (p. 13) heeft, verwijst hij naar het 'Lied der dwaze bijen' van Martinus Nijhoff.

In de afdeling 'De achterkant van Nederland' beschrijft Van Gogh zijn ervaringen op een aantal plekken in Nederland. Zo heeft hij een kosmische ervaring aan het Groningse Reitdiep, dat hij als het eind van een sterrenbeeld ervaart:

Reitdiep, het einde
van de Eridanus-rivier vandaag. De Achernar
ligt hier aan de loswal voor de nacht.
Achter het roer drijft nog het spoor
van opgewoelde broze bellen,
als glazen constellaties over het water
geblazen tot sterrenbeelden in het zog.
 
(p. 28)

En in de reeks bestemmingsplan beschrijft hij hoe een landschap langzaam verandert in een winkelcentrum:

Er ligt een landschap open
waarin de meeste sporen

van een lang voorbij verleden
zo goed als onopgemerkt zijn
(p. 25)

Een tijdje later is het weidelandschap een bouwput geworden:

Wie van de plannen weet
met zo'n gebied die ziet ineens

contouren van strakke gebouwen
zich ontvouwen over weiden
(p. 26)

waar uiteindelijk de gebouwen verrijzen:

De lange rijen bij de kassa
hebben iets dat denken doet

aan de paden in de velden
die er kortgeleden onder lagen
(p. 27) 
  

In de afdeling 'Stemmen uit een eeuw' behandelt Van Gogh de twintigste eeuw in negen gedichten. In het eerste gedicht van de afdeling is de eeuw nog maar net begonnen:

Treed binnen deze eeuw
de nachtegaal is zojuist geopend;
(p. 53)

In het tweede gedicht is de lezer in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog aanbeland:

Deze fantoompijn moet wel de droom zijn
van een lichaamsdeel dat steken bleef

aan kronkelende strengen prikkeldraad,
die, als uitgerolde daad, ons moesten houden

waar wij waren. Zo veel kinderjaren
werden daar aan gort geschoten - vergeten
(p. 54)

In een ander gedicht behandelt Van Gogh de reis van de Hindenburg, een zeppelin die na aankomst op zijn bestemming in vlammen opging en grote paniek veroorzaakte. Ook komen onder  meer de economische crisis van 1929 en de hippietijd voorbij.  Het zesde gedicht van de afdeling gaat over de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog:

Rouw niet, bouw op, vul de gaten
met hiaten  uit de juist voorbije jaren 
(p. 58)

En Van Gogh sluit de afdeling af met de poging van een man die, over de muur, van Oost-Berlijn naar West-Berlijn probeert te vluchten:

Met enkel wat boeken, een radio en zijn leren
jack van lokale makelij, vertrok hij: zijn ziel

onder de arm. Vroeg in de lente, de dagelijkse
grijze waas stevig vastgenageld aan de daken,

dreef hij op een zuidoostenwind hoog boven
het afgesloten land. De soldaten bij de muur

- die vervloekte, die alom aanwezige - tuurden
over doodstille straten: hier kwam niemand
(p. 61)

Met Klein Oera Linda heeft Ruben van Gogh een onconventionele bundel geschreven. Hij trekt zich weinig aan van poëtische normen en laat rustig een gedicht onder aan een bladzijde beginnen, dat vervolgens doorloopt op een volgende pagina.  Doordat Van Gogh vele inspiratiebronnen had voor Klein Oera Linda, is deze bundel voor de lezer een interessante zoektocht naar de verbanden tussen de door de dichter 'geleende' tekst en zijn eigen poëzie.     

 - Klik voor een uitvergroting
Vooromslag van Klein Oera Linda (2006) 

 - Klik voor een uitvergroting
Voorbeeld van de typografie in Klein Oera Linda