Introductie

Met titels als 'De wankel' en 'Eskimoteren' plaatste Elma van Haren zich buiten de bestaande indelingen in de literatuur: haar gedichten balanceren op de rand van het prozaïsche en voelen zich daar kennelijk heel goed thuis. Elma van Haren werkt als dichter, performer en beeldend kunstenaar. Haar gedichten werden door de kritiek venijnig en hekelend of uitermate positief onthaald. Tegenwoordig wordt ze door sommige critici ingedeeld bij de postmodernen. De gedichten zijn visueel, springerig, associatief en beeldend - Van Haren schrijft zowel voor volwassenen als voor kinderen.

In de gedichten is oog voor potvissen en toverformules, voor mooie (timmer)mannen - 'timmer timmer timmer timmer' - en tomaten, voor sluipwespen en plafonds. Ze dicht over lichamen en nabijheid, over wat kriebelt en knaagt, over grutten, rijstebrijgewatertand en op hol geslagen rabarber.

De gedichten zijn vaak verhalend van opzet, de vorm is het vrije vers dat alle kanten uit kan, de inhoud is soms een belevenis, een ervaring of waarneming, maar steeds is er de dwarsverbinding met een fantastische wereld van bijvoorbeeld sprookjes: Jonkvrouw Ruimte versus eeltige engelenhanden.

Het werk in citaten: