Harmens en de kritiek

De Parool-recensenten Ed van Eeden en Adriaan Jaeggi waren eensgezind over de bundel van Harmens. Van Eeden: 'En het grootste lichtpunt in de nieuwe poëzie is de debuutbundel In menigten van Erik Jan Harmens. De gedichten van de Nederlandse kampioen 'poetry slam' blijken ook buiten het podium heel te blijven. Sterker nog: ze zijn welhaast onontkoombaar'. In dezelfde krant noemde Jaeggi deze bundel 'wat mij betreft de verrassing van 2003, al wisten insiders al heel lang dat hij eraan kwam. Schaterend tandenknarsen, dit debuut'.

In januari 2004 werd door het Parool geconstateerd: 'Dan zijn er nog altijd dichters die niet zijn opgenomen in Komrij's bloemlezing. Gerard Reve bijvoorbeeld. En talent Erik-Jan Harmens'.

Zelfs verklaard tegenstander van slam poëzie Ilja Leonard Pfeijffer was in NRC-Handelsblad lovend: 'Waar de gedichten van typische slamdichters in druk op hun best weinig meer blijken te zijn dan rapachtig gezever of licht verteerbaar cabaret, daar zijn de teksten van Harmens ook op papier echte poëzie'. En tegelijkertijd zijn het teksten die door de cabaretwereld ook worden geprezen, zoals door Dolf Jansen, die opmerkte: 'Ook dit is poëzie, maar dan wel met een hele harde dobber in je poepgat, zou ik willen zeggen'. De gedichten werden door jury's van slam wedstrijden 'krachtig' en 'kwetsbaar' genoemd, en zijn geheel eigen wijze van voordragen, daartoe gesteund door het dwingende ritme van de gedichten en zijn monotone en heldere, enigszins slepende stemgeluid.

Zelf verklaarde Harmens over het schrijven voor slams (De Volkskrant, 21 februari 2003) dat 'de "poetry battles" ervoor zorgen dat gedichten beter en scherper worden. "Wat je te vertellen hebt, moet onmiddellijk duidelijk zijn. De zap-generatie wil gelijk weten waar het om gaat. Daarom is het ware volkspoëzie, want het zijn gedichten die iedereen kan doorvertellen. Zoals het eigenlijk ook hoort".'


  • Terug naar: Introductie
    Koninklijke Bibliotheek - Nationale bibliotheek van Nederland