Introductie

'Zelf vind ik mijn gedichten vaak kinderlijk of puberaal', zei Tjitske Jansen in een interview. In haar gedichten draait het vaak om fantasieën over sprookjesfiguren, 'vrouw Holle', 'de sneeuwkoningin', een draak, maar ook populaire helden, mythische figuren en beroemdheden staan centraal, zoals Zorro, Adam en Eva, Icarus en Joseph Beuys.

Sinds haar entree in de Slam-wereld in 2001 in Amsterdam is Tjitske Jansen een veelgevraagd dichter voor festivals. Haar debuutbundel Het moest maar eens gaan sneeuwen(2003) beleefde drie herdrukken binnen het jaar. Ze schrijft teksten voor kindervoorstellingen, geeft workshops en ze treedt op als dichter en acteur. In 2009 is haar de Anna Bijns Prijs toegekend.

De gedichten van Tjitske Jansen gaan over de jeugd en de liefde. Sommige gedichten hebben een kinderlijk perspectief, andere een laconieke humor. Het is een wereld waarin buurvrouwen met gieters een vader achtervolgen en slapende fietsen tegen een muur staan. Vogels imiteren er ijzerzagen en sommige jongens hebben er een lijf dat hen als een kledingstuk 'te goed' staat.

Het werk in citaten: