Gerrit Komrij werkt aan een bloemlezing kindergedichten in de Koninklijke Bibliotheek en houdt een weblog bij:

Woensdag 6 juni 2007

Er ontstaan molshopen in het leesvertrek - kinderdichters met meerdere bundels, eerst drie, dan tien. Ik zie de coryfeeën - of alleen maar de vruchtbaarsten - omhoogrijzen uit de humus. Van de meesten kende ik zelfs de namen niet, laat staan hoe ze in de omgang zijn, wat ook maar goed is. Ik ben lang blijven dralen bij de humus. Kinderpoëzie is een breed begrip. 'Poëzie die geschreven is voor kinderen of geschreven met kinderen in gedachten' - ik citeer de vermaarde Opie en Opie. Maar 3 jaar of 7 jaar, wat een verschil. Of 12, wat dat betreft. Wist u dat er babypoëzie bestond? Ik ben echt jaren wijzer geworden.

Versjes, muziek, scanderen, rijmen, ritmisch herhalen - je krijgt er blijkbaar niet alleen de arbeidersklasse mee onder de duim, maar ook de peuter en de kleuter.

Na tweehonderd peuterboeken ben ik, van de ene dag op de andere, een peuterpoëzieprofessor geworden, of hoe noem je dat. Nooit gedacht. Ik zal morgen, als alles meezit, college kleuterverzen geven. Je moet iets terug doen.

Het gedicht van vandaag is uit de humus voor de allerjongsten afkomstig. Ik stootte om 9.14 uur vanmorgen al op een eerste koninginnegedicht - meisje op bezoek bij majesteit. Een heel gewone visite. Als de koningin net een klein meisje is, dan ben jij net de koningin. Die fantasie. Maar Tuttebollekakkie, een creatie van Marianne Busser & Ron Schröder, gaat een stapje verder!

© Gerrit Komrij

Een gekke naam

Ergens in een lief klein huisje
zit een meisje voor het raam
ze heet Tuttebollekakkie
dat is best een rare naam
ze had heel graag Els geheten
Joke, Marjolein of Pop
maar toen Tutje werd geboren
waren alle namen op

Als de mensen om haar lachen
slikt ze flink haar tranen in
en dan denkt ze - wacht maar - later
láter word ik koningin
want wanneer je koningin bent
geeft je naam tenslotte niks
dan is Tuttebollekakkie
net zo mooi als Beatrix!