Gerrit Komrij werkt aan een bloemlezing kindergedichten in de Koninklijke Bibliotheek en houdt een weblog bij
Donderdag 7 juni 2007
Nu ja, college... Ik doe snel mijn toga weer af. Ik ben een lezer, een spons, een zwart gat, een valluik, een stofzuiger dezer dagen - en dan passen praatjes niet. Maar enkele bijzonderheden zijn me opgevallen, anders zouden het geen bijzonderheden zijn.
Veel peuterpoëzie komt niet in aanmerking voor de bloemlezing, gewoon omdat ze niet zonder plaatjes kan. 't Is voorleespoëzie en nooit kom je er achter of het is bedoeld om het schaap liefde voor poëzie bij te brengen of alleen maar zindelijk te maken. Evengoed - je ziet de wijsvinger van de voorlezer en het meekijken van de voorgelezene voor je. Kijk, een spijker in het hout. Zie je de worm in de grond? Je hoort de voorgelezene meepraten of meeknikken met de voorlezer. Ga je mee? Zie je wel? Kijk toch uit! Nou dan ben je de sigaar!
De peuterpoëzie kent allemachtig veel vraag- en uitroeptekens.
Bóf jij even!
't Moet vanzelf alijd gewone taal zijn. Gewone taal is het best. Maar dat betekent niet dat je gewone taal ook gewoontjes moet gebruiken. Gezellige verhaaltjes worden het vaak. Jolig doen. Leuk. Gezelligheid. Oei. Net ernaast.
Daar komt de dichter aangetreden om de hoek. Vijf, zes, zeven, acht jaar - en de dichter komt de praattante vervangen.
Ik groei mee.
't Is gloeiend warm in het leesvertrek op de Koninklijke Bibliotheek. Een monteur komt langs om de airco te vertroetelen. Enkele uren later hoor ik van Michael, die voor de kopieën en de orde zorgt, dat ze het te warm vonden voor de kostbare boeken om me heen. Ze hadden niet in de eerste plaats aan mij gedacht. Opnieuw een les in nederigheid.
Blijmoedig graven we verder door de rijstebrijberg, niet zonder een aftelrijmpje als gedicht van de dag te hebben gekozen. 't Is afkomstig uit de grote verzameling van Mie van Helden die toepasselijk Wij zijn rijk heet.
© Gerrit Komrij
Een, twee, drie, vier, vijf,
De bakker sloeg zijn wijf
Al met een houten hamertje.
Het bloed spoot door het kamertje!
Een, twee, drie, vier, vijf,
De bakker sloeg zijn wijf.