Gerrit Komrij en Erik Jan Harmens bloemlezen de poëzie van de eenentwintigste eeuw

Recent verschenen twee nieuwe bloemlezingen van de allerjongste poëzie uit de 21ste eeuw. Nu het einde van het eerste decennium van de jonge eeuw nadert, bestaat er bij velen blijkbaar behoefte naar een eerste schifting van de nieuwste poëzie.

Meester-bloemlezer Gerrit Komrij publiceerde De 21ste eeuw in 185 gedichten bij uitgeverij De Bezige Bij. Hij nam een stevige leeftijdsgrens als basis: dichters mochten niet ouder zijn dan 34 jaar. In zijn korte inleiding zegt Komrij: 'Vierendertig is een magische grens. Vijfendertig had ook gekund, maar vijfendertig is niets dan een rond getal. Alfred Jarry, Heinrich von Kleist en Adolfo Becquer werden vierendertig. Een beetje magie moet er zijn.'  Door dit criterium viel een aantal dichters dat iets ouder is, maar pas in de 21ste eeuw debuteerde af. Maar je kunt volgens Komrij nu eenmaal niet alles doen. Toch is Komrijs jongste dichtbundel behoorlijk van omvang en krijgen diverse jonge dichters een flink aantal pagina's toebedeeld.
De jongste dichter is Lianne Sasja van Kalken (1990), die met één gedicht is vertegenwoordigd. Van enkele dichters nam Komrij een zevental gedichten op, het maximaal haalbare aantal in deze bloemlezing. Onder die toppers bevinden zich onder anderen Jan Willem Anker, Lernert Engelberts, Marije Langelaar en Esther Naomi Perquin.
Heel streng is Komrij bij zijn selecties niet geweest. Waar aan zijn grote bloemlezingen van de negentiende en twinstigste eeuwen een duidelijke wil ten grondslag lag om enkele gevestigde reputaties eens hun plaats te wijzen, daar is Komrij voor de jongeren tamelijk mild. Een grote gemene deler kan Komrij niet vinden in de jongste poëzie, maar hij merkt wel op: 'Vast staat dat de poëzie de ivoren toren definitief heeft verlaten. Alle dichters hebben, of ze nu spreken of schrijven, een publiek voor ogen. Ze observeren en zijn zich bewust geobserveerd te worden.'

Erik Jan Harmens heeft geen leeftijdgrens gebruikt voor zijn bloemlezing Ik ben een bijl. Nieuwe dichters uit de jaren nul die is verschenen bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. Ook beperkte hij zich niet zoals Komrij tot poëziebundels, maar keek hij ook naar tijdschriftpublicaties en ongepubliceerd werk. Wel laat hij in zijn inleiding duidelijk blijken dat zijn eigen poëzie-opvatting maatgevend is geweest voor zijn keuzes. Poëzie moet voor Harmens verbonden zijn met de wereld van nu: 'Ik wil niet dat we ons in het literair café vermeien met alliteraties en enjambementen terwijl buiten de sociëteit een oorlog wordt uitgevochten.' Bij Harmens is poëzie een halszaak en regeltjes en voorschriftjes doen er niet toe: 'Ik wil poëzie die op de schrijversvakschool wordt weggehoond. Ik wil poëzie die niet helemaal de bedoeling is.' En: 'Dichten is niet: allerlei trucjes tot in de puntjes beheersen. Dichten is lyrisch verbeelden.'

Bij Harmens komen dichters die ouder zijn dan 34 ook aan bod. In Ik ben een bijl zijn Ramsey Nasr, Ilja Leonard Pfeijffer en Menno Wigman daarom bijvoorbeeld wel te vinden. Wigman krijgt ruimte voor een zevental gedichten toebedeeld en is daarmee één van Harmens favoriete dichters. Het turven van het aantal gedichten is natuurlijk een beetje onzin, want Ramsey Nasr is 'slechts' met vier gedichten present, maar daaronder is wel het epische 'Adagio' uit Onhandig bloesemend dat meerdere bladzijden beslaat. Maar louter kwantitatief bekeken, kunnen blijkbaar ook Saskia de Jong, Pfeijffer en Alfred Schaffer op grote waardering van Harmens rekenen.

Door de leeftijdgrens die Komrij hanteerde, gaat de vergelijking een beetje mank, maar toch vallen de verschillen tussen deze twee bloemlezingen meer op dan de overeenkomsten. Zo is Esther Naomi Perquin bij Komrij prominent aanwezig, maar ontbreekt ze bij Harmens. Hetzelfde geldt voor Jan Willem Anker, de winnaar van de Jo Peters poëzieprijs 2006. Het is duidelijk dat Komrij en Harmens met een heel verschillende blik naar de nieuwste poëzie hebben gekeken. Des te meer vallen daarom de dichters op die in beide bloemlezingen voorkomen. Toevallig of niet zijn dat naast Bas Belleman, Pim te Bokkel, Maurice Buehler en Bernard Wesseling in meerderheid vrouwen: Laura Demelza Bosma, Anneke Claus, Annemieke Gerrist, Ruth Lasters en Els Moors. [AK]

Gerrit Komrij, De 21ste eeuw in 185 gedichten. Amsterdam, De Bezige Bij 2010, 220 p.
Erik Jan Harmens, Ik ben een bijl. Nieuwe dichters uit de jaren nul. Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 2009, 143 p.