Robbert-Jan Henkes, Erik Bindervoet en De intocht van Christus in Amsterdam

Bindervoet & Henkes zijn nu vooral bekend door hun vertalingen van James Joyce’s Finnegans Wake (2002), de liedteksten van de Beatles en Bob Dylan, én hun op Joyce geïnspireerde Bloemsdag (in 2004 genomineerd voor de AKO literatuurprijs), maar hun entree in de letteren was het polemisch-poëtische tijdschrift Platforum (vanaf 1982). Zelden zal een tijdschrift zoveel kwade reacties van het establishment hebben opgeroepen, zij het dat die vooral binnenskamers en onderhuids bleven, want een dergelijk tijdschrift wordt in de kritiek meestal doodgezwegen. Robbert-Jan Henkes en Erik Bindervoet zagen er geen been in de gedichten van Anna Enquist ‘shitgedichten’ te noemen en bruskeerden bij voorkeur een hele tijdschriftredactie, zoals die van het eerbiedwaardige tijdschrift De gids. Bij het 150-jarig bestaan ervan verscheen een grimmig nummer van Platforum (1987) dat in de feestzaal werd uitgedeeld. Een vroeg geval van ‘Respect!’ kortom, waarin dada en literair activisme samenkomen.

Intussen schreven Henkes en Bindervoet samen én afzonderlijk enkele dichtbundels, waarvoor ongeveer hetzelfde geldt als voor een bijzonder nummer van Platforum waarin aan de hand van afgekeurde pasfoto’s (gevonden in Moskou) een begin werd gemaakt met de inventarisatie van de wereldbevolking. Deel 1 bevatte pagina’s en pagina’s foto’s van anonieme Russen die op deze wijze toch hun aandeel van de eeuwigheid incasseerden. Verdere delen zijn niet verschenen, maar de aandrift om de gehele wereldbevolking af te beelden maakt een deel van hun poëtisch werk inzichtelijker. De wens om de werkelijkheid één op één weer te geven.

Die één op één weergave is niet alleen een kwestie van kwantiteit: hoe meer regels een gedicht heeft, hoe beter; hoe meer beelden, hoe beter; hoe meer variaties op hetzelfde thema, hoe beter, en een schijnbaar algeheel verbod op het schrappen van een regel nadat die is neergeschreven. Het is ook een kwestie van eerlijkheid en rechtvaardigheid: de werkelijkheid niet mooier maken dan die is. Daarvoor bedachten Henkes en Bindervoet het procédé van de Ugly Poëzie. Het is de literaire tegenhanger van de ‘klare lijn’ die in de stripgeschiedenis zoveel betekent.

In 2006 verscheen bij De Harmonie hun lange gedicht De intocht van Christus in Amsterdam (tweede evangelie), een vervolg op het in 1991 bij Rothschild & Bach verschenen eerste evangelie, De intocht van Christus in Amsterdam. Wie beide delen achter elkaar leest, ziet de Nederlandse samenleving veranderen, want deze gedichten hebben niets solipsistisch en navelstaarderigs. Ze geven een panoramisch beeld van de taal van de straat en de bijbehorende onderbuikgevoelens, de mores van de achterkamers en literaire bastions, de zeden en gewoonten van Amsterdam, waarbij een leger bekende Neder- en buitenlanders voorbijtrekt, van Anne Frank tot Theo van Gogh en van Hugo de Groot tot Jezus.

Tussen al die teksten – alert, humoristisch, agressief, consciëntieus, opsommend – staan soms buitengewoon lyrische liefdesgedichten, gemodelleerd op het Hooglied. Er wordt gespeeld met de vorm van de evangeliën, maar wezenlijker is dat er wordt geëxperimenteerd met een vorm die de hele hedendaagse verwarring in één gekartonneerd omslag weet te vatten. Daarbij worden de auteurs bijgestaan door tekenaar Aart Clerkx, die eerder (in dezelfde reeks ‘Klassiek geïllustreerd’) hun vertaling van Shakespeare’s Hamlet illustreerde, en voor de intocht bijvoorbeeld de kruisgang van Jezus interpreteert als het versjouwen van een wasmachine in een hoog Amsterdams trapportaal (zie pagina 162 in het exemplaar van de Koninklijke Bibliotheek, aanvraagnummer: 4232891).

De intocht van Christus in Amsterdam is zeer geschikt om voor te lezen aan je geliefde, bijvoorbeeld op een balkon met uitzicht op de kust van Ligurië, terwijl de glazen bijgevuld worden en in de verte een hond de nacht toeblaft. [PvC]