Peter Heringa, Peter Leberecht, H.G. Liebentrau
De laatste jaren doken in verschillende bloemlezingen gedichten op van de vrijwel onbekende dichter Peter Heringa. In 2001 verschenen zijn verzamelde gedichten onder de titel Voces intimae. Deze postume uitgave van de vroeg overleden dichter Peter Heringa (1945-1987) verscheen dankzij de zorgen van de margedrukker Gerrit Kleis en een kleine commissie. Vier jaar later maakte Gerrit Komrij een bloemlezing uit deze bundel voor uitgeverij 521: Quasi una romanza (Amsterdam, 2005).
Sinds zijn eerste publicaties in 1982 was de poëzie van Heringa in kleine kring bekend door uitgaven die werden gemaakt door verschillende 'drukkers in de marge'. Voor deze fraai gedrukte boekjes gebruikte hij meestal de pseudoniemen Peter Leberecht en H.G. Liebentrau. De toon van die gedichten is weliswaar vaak ironisch maar in de eerste plaats ingegeven door wanhoop. De vorm is precies, de taal helder en de associaties wijzen op een grote belezenheid. Kortom: een dichter die in alle bloemlezingen thuishoort. [PvC]
Het besluit
Vijf jaar geleden, op een dag als deze,
ging ik een keer uit wandelen met E.
Wat nu. Ik was nog niet verliefd geweest.
We lagen in het gras zonder te praten.
Wat nu. Ik had nog niemand aangeraakt.
Met wat omhelzingen was het bekeken.
E. kreeg de zenuwen. (Afrukken homaar.)
Ik wandelde voortaan wel weer alleen.
Tien jaar alweer. Ik ben er nog niet uit.
Al twintig jaar. Nu is het wel genoeg.
[Zonder titel]
Ik heb geschreven als een razende
om toch vooral niet dood te hoeven gaan.
Dan viste ik maar weer een envelop
waarin godweetwat voor offerte stak
uit de misère van de scheurmand op
en krabbelde weer voort in mijn bestaan.
De regels vormen het verbazende.
[© gedichten: Gerrit Kleis]