Een biografie van Hans Lodeizen (1924-1950)

De poëzie en het dichterschap van de jonggestorven Hans Lodeizen worden in naslagwerken aangeduid met termen als 'weemoedig', 'gevoelig', 'melancholisch', 'romantisch', 'kwetsbaar', 'broos', 'zacht', 'sierlijk', 'licht, 'droom vs. realiteit', 'vervreemding' en 'verlangen'. Hij publiceerde bij leven slechts één bundeltje, namelijk Het innerlijk behang, als deel van de door Van Oorschot uitgegeven reeks De vrije bladen. Omgekeerd evenredig is het kolossale postume succes van Lodeizens poëzie. In 1952 verscheen Het innerlijk behang en andere gedichten, in 1969 volgde daarop nog eens een keuze uit het Nagelaten werk. De samenstelling van deze postume bundels was in handen van de toenmaals gerenommeerde dichters en letterkundigen J.C. Bloem, Peter Berger, Pierre H. Dubois, Jan Greshoff en Adriaan Morriën, allen - behalve Berger - (veel) ouder dan Lodeizen zelf.

Het succes van deze publicaties is, zeker voor poëzie, van onnederlandse omvang: van het eerstgenoemde boek verschenen in 42 jaar tijd zestien drukken, van het tweede in 19 jaar zes drukken. Het is mogelijk dat een vroege dood voor de reputatie van een dichter bevorderlijk is, dergelijke verkoopcijfers zijn echter ondenkbaar bij poëzie van geringe kwaliteit. In 1996 verscheen een geheel nieuwe editie van Lodeizens poëzie, ditmaal echte Verzamelde gedichten, meer dan vijfhonderd pagina's met gedichten, waarvoor de editeurs Wiljan van den Akker, Redbad Fokkema en Mirjam van Hengel voor het eerst de volledige nalatenschap van Hans Lodeizen ter beschikking stond. Deze editie, met uitvoerige verantwoording en commentaar over de totstandkoming ervan, is in 2007 herdrukt.

Alleen al dit succes van de dichter Lodeizen rechtvaardigt volkomen de verschijning van de biografie van Koen Hilberdink. Overigens is Hilberdinks boek niet de eerste biografie die aan Lodeizen wordt gewijd. Nog niet zo lang geleden, in 2001 publiceerde Gerard Bes bij uitgeverij Balans het boek Hans Lodeizen 1924-1950. Liever liefde dan gedichten. Deze biografie werd door Tom van Deel in Trouw op 3 november 2001 kritisch besproken. Hij verweet Bes amateurisme en onbeholpenheid, en klaagde over het gebrek aan verantwoording, onvoldoende wetenschappelijke distantie en slecht taalgebruik. Ron Rijghard gaat in zijn bespreking van hetzelfde boek in NRC Handelsblad op 26 oktober 2001 nog verder, door te poneren dat de biografie (van Gerard Bes dus) 'het moet stellen zonder biograaf', waarmee Rijghard doelt op onvoldoende inzet van Bes waar het gaat om het ordenen en presenteren van het relevante materiaal.

Dit zijn bezwaren waaraan het boek van Hilberdink niet mank gaat. Overtuigend schetst hij de opzienbarende carrière van vader Lodeizen, van kansarme volksjongen tot succesvol ondernemer en zeer welgestelde zakenman. Evenzeer indrukwekkend maar minder benijdenswaardig, is de wijze waarop Lodeizen senior, die in aanleg duidelijk sterk cultureel ontwikkeld en geïnteresseerd was, toen hij eenmaal zijn koers richtte op het zakenleven en maatschappelijk succes, alle cultuur en frivoliteit uit zijn leven bande, en trouwens ook uit het leven van zijn naasten. Ongetwijfeld heeft dit de sfeer in huize Lodeizen belangrijk bepaald. Lodeizens moeder (Maria Gijswijt) bijvoorbeeld was een succesvol actrice. Maar toen ze trouwde verlangde haar bruidegom dat ze met het toneel zou breken, wat de facto ook een breuk betekende met haar familie, waarin geld verdienen met toneelspelen meer regel dan uitzondering was.

Hans Lodeizen intussen rijst uit het boek op als een verwende, rusteloze, eenzelvige zoeker. Iemand met weinig vrienden, als kind ziekelijk, matig scholier, amateurentomoloog, mislukt rechtenstudent, met een zucht naar avontuur maar onpraktisch in de uitvoering daarvan en altijd bereid zich door zijn ouders met raad en daad (en vooral geld) te laten helpen in zijn zoektocht naar zijn uiteindelijke bestemming. Die bestemming was in de eerste plaats de aanvaarding van zichzelf als homoseksueel in een tijd dat dit volstrekt niet werd getolereerd. Als die aanvaarding een feit is, kort voor Hans Lodeizens 23ste verjaardag, komt ook zijn dichterschap plotseling tot bloei.

Gedetailleerd beschrijft Hilberdink Lodeizens Amerikaanse studentenjaren (1946-1948) aan een deftig college in Massachusetts, zijn contacten in de ondergrondse homocultuur in New York en later Den Haag, met de opzienbarende passage over Lodeizens arrestatie op grond van het beruchte artikel 248 bis. Lodeizen werd opgepakt en vastgezet, maar door ingrijpen van zijn vader – hoe precies wordt niet helemaal duidelijk – bleef de schade beperkt. Hilberdink gaat uiteraard ook in op Lodeizens pogingen om zijn gedichten gepubliceerd te krijgen en ten slotte zijn ziekte en de aangrijpende laatste weken voor zijn overlijden in Zwitserland op net 26-jarige leeftijd.

Voor de schets van deze levensloop gebruikt Hilberdink het in overvloedige mate bewaard gebleven archiefmateriaal: dagboeken, notitieboekjes, aantekeningen, gedichten, brieven, gesprekken met familieleden, vrienden en tijdgenoten. Opvallend is, dat na Hans Lodeizens volledige acceptatie van zichzelf omstreeks april 1948, de onzekerheid, onwaarachtigheid en pedanterie grotendeels uit zijn taal verdwijnt. Hij overtuigt in zijn intieme geschriften en in zijn poëzie. Het is Hilberdinks verdienste dit aspect van Lodeizens leven en poëzie op inzichtelijke wijze voor het voetlicht te hebben gebracht. Hilberdink schrijft helder, informatief en efficient, laat zich door zijn onderwerp niet meeslepen en produceert toch een meeslepend boek. Punt van kritiek is misschien dat meer aandacht voor Lodeizens postume succes in deze biografie op zijn plaats was geweest. Knap is dat Hilberdink zich niet aan onverantwoorde speculaties overgeeft, en dat hij de confrontatie mijdt met de eerdere biograaf Bes. En dit alles dan ook nog eens zonder iets kapot te maken. De dichter Hans Lodeizen wordt als figuur tastbaar, meer 'compleet' en begrijpelijk. Zijn lichte en muzikale poëzie krijgt er een dimensie bij, maar behoudt haar onweerstaanbare en volstrekt eigen charme en kwaliteit. [RS]

Koen Hilberdink, Hans Lodeizen. Biografie
Amsterdam, Uitgeverij G.A. van Oorschot, 2007. 287 p.