VSB-poëzieprijs voor Leonard Nolens
Op 13 april 2008 verwierf Leonard Nolens de VSB poëzieprijs 2008 voor zijn bundel Bres. Deze uitzonderlijke bundel gedichten neemt een aparte plaats in tussen Nolens' andere bundels. Maar uiteraard is deze bekroning ook een eerbetoon aan een kolossaal oeuvre, aan een eersteklas lyricus, aan een zuivere, romantische dichter. Poëzieliefhebbers die het Nederlands goed machtig zijn mogen blij zijn met een man als Nolens in hun taalgebied. De prijs voor Bres en voor Leonard Nolens is een daad van rechtvaardigheid – zonder meer.
Nolens werd geboren in 1947 en publiceerde sinds 1969 ruim twintig bundels met gedichten. Zijn verzamelde gedichten verschenen voor het eerst in 1991 onder de titel Hart tegen hart, met een omvang van 483 pagina's. Verzamelde gedichten waren het toen overigens niet precies: 'In dit boek staat alles wat ik goed vind', verantwoordde Nolens eenvoudig maar duidelijk zijn keus. Zijn vroegste poëzie heeft hij eruit weggelaten.
Onstuitbaar dichtte Nolens voort en in 2004 verscheen de vijfde druk van zijn verzamelde poëzie, met als nieuwe de titel Laat alle deuren op een kier, met een totaal aantal van maar eventjes 877 pagina's. In 2007 was Nolens 'gedichtendagdichter' en verscheen een bundeltje dat uitnodigde tot kennismaking met de poëzie in het algemeen en met de figuur van Nolens in het bijzonder onder de titel Een fractie van een kus.
Hoofdthema van zijn werk is – uiteraard – de liefde. Andere thema's zijn vriendschap, zichzelf, poëzie en taal, de woonomgeving en de stad ('Antwerpen doet niemand mij na'). Opvallend is Nolens' voorkeur voor reeksen gedichten, cycli en lange gedichten. De bekroonde bundel Bres is daar een sprekend voorbeeld van. Uit de verantwoordinig van Bres: 'Bres was tien jaar lang een dichtbundel in wording. Zes meestal onder de titel 'Bres' verschenen reeksen uit vijf vorige bundels werden hier gehergroepeerd.'
Voorts kan men het werk van Nolens kenmerken als overdadig, stromend, groots, vol en bloemrijk. Rijm gebruikt Nolens spaarzaam, de gedichten zijn vrij van vorm en toch hecht van structuur. En waar zijn poëzie ook kolkt en stroomt, Nolens overtuigt door de onvoorwaardelijke, bijna verbeten toewijding en authenticiteit die onveranderlijk uit elk van zijn gedichten spreekt.
Het
Het komt in de ochtend, de wekker slaat af en het nieuws is besteld.
De schuimende wangen, het mes en de ogen, ze hangen vertind
In de spiegel, uit kranen en gaten ontsnapt er een langzame stroop
Van gezoem, en de wijzers, de handen, ze kijken er werkeloos toe.
Het komt in de middag, het vlees is versneden, de zomer staat hoog
In de flessen die rondgaan en beven, geen zout kan het bloeden nog stelpen,
De glazen gaan gillen en springen geluidloos aan scherven, verblind
Door een zenit, en huisdieren, gasten versmelten tot één aangezicht.
Het komt in de avond, het komt ook het liefst in de avond, de nachten.
Het aloude speeksel bevriest op de tong van de kusser, het strelen
Verlamt de gestreelde, haar dromen verbeelden een droomloze slaap
In het ijzeren bed van een ijzig hotel, maar wék me toch, wék me.
Het is een gezonde vermoeidheid van voor en van na dit leven
Die ons maar niet wil vergeten, het is een soort prangende rust
Die de spieren pijnlijk ontspant en het voorhoofd dwingt op de rand
Van de tafel, een grondeloos willen verzinken in iemand, in iets.
(uit: Leonard Nolens, Laat alle deuren op een kier. Verzamelde gedichten. Amsterdam, 2004. p 434)
In 1991 kreeg Nolens de Jan Campert-prijs voor de bundel Liefdesverklaringen, in 1997 werd hem de Constantijn Huygens-prijs toegekend voor zijn hele dichtwerk en in 2002 kreeg Nolens de Gedichtendagprijs voor het gedicht 'Hostie'. De bundel Bres werd in de winter van 2007 ook al verheven tot clubkeuze van de Poëzieclub door de juryleden Esther Jansma en Menno Wigman. [RS]
Leonard Nolens, Bres
Amsterdam, Querido, 2007