1: "Met topspin geladen emotie"
Frank Koenegracht debuteerde in 1971 met Een gekke tweepersoonswesp. Vóór die tijd was een aantal gedichten al in tijdschriften als Maatstaf en Podium gepubliceerd. In 'Endegeest', de titel van het gedicht verwijst naar een psychiatrische kliniek in Oegstgeest, schrijft de 'ik' sneeuw over gebouwen. Dat lijkt dus vredig te beginnen, vooral als er ook nog een merel op het dak zit en een gitaar wordt opgevoerd. Daarna pas volgt de dreiging.
Ik kan mijn gitaar nemen
en keurig neurien
een oranje winterstrand.
De hoofdzuster heeft een pistool.
(p. 20)
In de cyclus 'Tweepersoonswesp' ligt onder de grappig absurde tekst van een verliefde die blij is dat zijn vriendin hem de waarheid vertelt een ondertoon die iets anders zegt. Hij zal immers het huwelijk van zijn geliefde niet erkennen.
Slechts jij zegt wie ik ben.
Een snorder onder liefdes taxis
o en dan weer lachen
lachend. lady. zeg,
dat uitgelubberd huwelijk van wolken
moet ik daarvoor buigen?
(p. 46)
De tweede bundel Camping de vrijheid (1976) heeft als motto een tekst van John Lennon 'no short haired yellow bellied son of tricky dicky 's gonna mother hubbard soft soap me with just a pocketful of hope'. Die hoop lijkt ver weg. Bijvoorbeeld als over de sexindustrie gesproken wordt. Het woord 'Bumsenexpress' wordt onder het gedicht als volgt uitgelegd. 'Zo genoemd in onderling overleg. 3 weekse vluchten van duitse burgers naar de hoeren van Bangkok; dochters van onteigende boeren.'
Zo vliegt de kist met middenstandszaad over
de tuintjes en de dochters, ooit nagelfijn geboren
voor de rijst maar nu
voor de met topspin geladen passie
van de Bumsenexpress. Bummm.
(p. 19)
In deze tweede bundel staan eveneens verwijzingen naar een psychiatrische inrichting en naar gestoordheid. Zoals in het gedicht 'Gesticht'.
Dagmarslange plinten vol heiligedagen
en muren bang en klapperend als een zeil vind ik.
Het is geen huis van troost hoor.
(p. 40)
De bundel Epigrammen kwam uit in 1986. Een epigram is een zeer kort gedicht met een afgesloten, meestal hekelende of schertsende inhoud. Het gedicht 'Een gezonde Hollandse jongen' begint zonnig en eindigt in het donker.
Zeker is, dat het een stralende dag was,
maar onder in de put
was het zo duister
als in de reet van een kerkvorst.
Daar lagen de wolken
als galblazen bijeen
(p. 29)
Stichting de drie lichten verscheen in 1990. In het gedicht 'De verdwijning van Leiden' trekt 'met de mist ook de gemeente Leiden op'. Dit is onheilspellend, de 'ik' haast zich om te laten weten dat het niet zijn schuld is.
Ik had hier werkelijk niets mee te maken.
Ik droomde niet van oorlog.
Ik nam geen blinden mee naar huis.
Toch had ik net bedacht (meer uit
gewoonte) wat ik zou zeggen om deze
verdwijning te verklaren
(p. 37)
Het gedicht 'Hoe maak ik vrienden en goede relaties' legt uit hoe te handelen in contacten en geeft en passant weer hoe de 'ik' over de baas denkt.
Kijk hem nooit aan.
Zijn ogen vliegen alle kanten op,
zodat je in de lege duinpan van zijn ziel
geen houvast vindt.
(p. 38)
Ook in 1990 verscheen de bundel De verdwijning van Leiden waarin een selectie uit de vier eerder uitgekomen bundels is opgenomen.
- Lees verder over Frank Koenegracht 2: "Hun zonderlinge mededelingen"
- Terug naar Introductie