Elastisch en elektrisch als een panter
Omsingel je opeens mijn ledematen.
Mijn lichaam vecht en wordt recalcitranter.
Mijn tegenstand brengt je in alle staten.
Je zweet begint gebiedender te geuren.
Ik doe mijn mond vaneen maar kan niet praten.
Ik zie de allerzonderlingste kleuren.
Geluiden hoor ik, nimmer nog gehoord.
Je bruine arm verheft zich, keer op keer.
We strijden met geweld. Zonder een woord.
Ik glijd als in een riddersteekspel neer.
Ik voel hoe ik genadig word doorboord.

Uit: Gerrit Komrij: Alle gedichten tot gisteren. Amsterdam [etc.]: De Arbeiderspers, 1999, p. 278.