Conclusie

Een eigenaardigheid van de bloemlezing De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in duizend en enige gedichten is de keuze die Komrij hiervoor uit eigen werk maakte. Menig bloemlezer stopt zijn bloemlezingen vol eigen gedichten, maar Komrij nam slechts één gedicht op, bovendien een gedicht dat niet rijmt (er is wel binnenrijm) en dat de positie en ambitie van de dichter ironisch onder vuur neemt: "De dichter". Zijn niet representatieve keuze uit het werk van anderen is zo gespiegeld in de al evenmin representatieve keuze die hij uit eigen werk maakte.

Een bijgevolg van de bloemlezingen was dat ook Komrij's werk erdoor met andere ogen werd bekeken. Voor veel lezers blies hij de negentiende-eeuwse poëzie nieuw leven in en kwam een literatuur die voor de eeuwigheid leek vast te staan opnieuw in beweging. Komrij's keuze van de dichters en gedichten in de bloemlezing veranderde de manier waarop lezers naar deze poëzie keken, en de gedichten van Komrij zelf, met hun traditionele vorm en bijzondere taalgebruik, hebben ervoor gezorgd dat lezers nu met heel andere ogen naar de poëzie uit de negentiende en twintigste eeuw kijken.