Cum tot sustineas et tanta negotia solus
            Horat.Epi.II,I,1.

I. ZIEK.

Droog is 't. Een doos met gouden regen.
De gangen van het ziekenhuis in Bern.
Lopend kom ik een dode jongen tegen.

Snel wil ik verder naar Luzern.
Er is mij aan zijn liefde niets gelegen
Dan een bepaalde onbepaalde kern.

Verleden - Ik kan er niet tegen.
Hij kijkt nog op ook als ik kuch.
De ouderdom verzet zich tegen zege.

De apotheker staat al bij de brug.
Hij zegt: Wanneer iemand U een Tik geeft
Geef hem een Kras op de Rug terug.

II. JONG.

Negen jaar. Een hoofdje zonder mensen.
Twee jongens die wat verder staan.
Sterkere ogen volgen intens een

Kikvors met een opgesperde mond.
En ze zijn groot. Ik kan ze niet verwensen.
Ze blazen dan de kikvors rond.

Hun spriet wordt groter dan de bomen.
Uit beide ogen vliegt verbaasde stront.
Wat moet, wat moet hier wel van komen?

Dat zit niet in je kouwe kleren.
Ze vonden mij toch maar een slome.
Lopen, jongen, je niét encanailleren.

III. ZIEKEN.

Alfsgedrochten trachten groene ballen
Met lange armen aan me te versjacheren.
Ik doe maar of ze mij bevallen.

Maar wilde beesten blijven knorren.
Ik sta ertussen. Met z'n allen
Zitten ze aan mijn been te sjorren.

Het lukt me niet ze kwijt te raken.
Het linnen gaat toch naar de lorren.
Mijn hoofd is bezig jam te maken,

En met mijn benen roer ik kalk.
Ze zouden me wel graag bewaken.
Zionsspook. Uilebal. Huilebalk.

IV. JONGEN.

Men kan me niet gaan zeggen: dient,
Of wilt niet meer bemind zijn van fantomen.
Ze komen niet tussen de hemel en mijn vriend,

Zeg: hij. Zeg: hij. En wees geen slome.
En zeg niets anders. Ziekte. Gekte.
Shell steht schell beneath te ciel te Rome.

Je bent potdome geen geheime sekte.
Een zwartharige jongen. En ik er
Bij te roepen: clamabo, pulcre, bene, recte!

Komt dat misschien nog van die kikker?
Of had je soms wat met je ouders?
Dat interesseert me ook geen flikker.

© Gerrit Komrij

In bovenstaande tekst zijn de zetfouten van de uitgave uit 1963 gecorrigeerd.
Link naar de geschiedenis van de vroege gedichten van Gerrit Komrij en afbeeldingen van de uitgave uit 1963: Gerrit Komrij: Primeur. De vroege gedichten van Gerrit Komrij.