Het bezit van een ruïne
Ter gelegenheid van Gedichtendag 2005 schreef Gerrit Kouwenaar de dichtbundel Het bezit van een ruïne, die in een oplage van 20.000 exemplaren wordt verspreid. In thematiek sluit de bundel nauw aan bij Totaal witte kamer (2003). Ze zijn duidelijk geschreven vanuit het standpunt van een oudere dichter (Kouwenaar werd geboren in 1923). De bundel werd op 18 januari 2005 in Amsterdam aan de pers gepresenteerd, waarbij de auteur drie gedichten voorlas en zich excuseerde voor de sombere onderwerpen: sterfelijkheid, eenzaamheid en ontgoocheling.
'Men scheert zich zijn vader'
'Men scheert zich zijn vader', staat in het laatste gedicht: 'Stilleven'. Hier gebruikt Kouwenaar zoals vaak het onpersoonlijke 'men', dat zowel afstandelijk als veralgemeniserend werkt, gekoppeld aan het vaak herhaalde woord 'zich'. Daarbij beschrijft de dichter in de eerste twee strofen intieme, huiselijke ochtendrituelen in alledaagse taal, die zeer herkenbaar zijn. Het leven is als een stilleven geworden, bijna tot stilstand gekomen.
Maar er is 'bittere thee' als inleiding op de wending in de laatste strofe in de avond (van het leven?). Op dat moment blijkt het voor de dichter onmogelijk om de situatie tussen sterven en geboren worden, de verhouding vader-zoon, schepper-geschapene, exact te schetsen of te beschrijven. Het stilleven is niet vast te leggen, 'geluk is niet te verduren'. Immers, 'het potlood' is 'potdoof' en 'zelfs de inkt moet herschreven'. In de regels 'traag mort de haast / van het maaksel toen men nog leefde' is het woord traag gekoppeld aan mort. Dit 'mort' komt van het werkwoord 'morren' maar is tevens het Franse woord voor 'dood'. De trage dood staat dan tegenover het haastige leven (in de daarop volgende regel) en daarbij kan met 'het maaksel' zowel de geboorte als het gedicht zijn bedoeld.
Stilleven
Een winter vroeg opgestaan, hemel, hoe eerlijk
meelevend en lelijk is deze geboorte, huid
tussen binnen en buiten, schuim tussen gister
en later, men scheert zich zijn vader
thee zettend ontvalt men het glas, drinkend
verbittert de suiker, men doucht zich, kookt ei
poseert voor het daglicht, stilleven met eter
nu, avond, heeft men de scherven verstoken, geluk
is niet te verduren, het potlood potdoof, zelfs
de inkt moet herschreven, traag mort de haast
van het maaksel toen men nog leefde -