Gerrit Kouwenaar werd op 9 augustus 1923 in Amsterdam geboren als zoon van Jeltje Bloksma en David Kouwenaar. Zijn vader was een bekend journalist. 'Wij hadden zeven kranten in huis. Dat vormt toch een basis waarop je steunt, al besef je dat pas later.' Kouwenaar volgde het Amsterdams Lyceum en na verhuizing van het gezin naar Bergen (N.H.) de HBS in Alkmaar. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verhuisde Kouwenaar met zijn ouders en broer David naar Baarn. Met zijn broer vertrok hij spoedig weer naar zijn geboorteplaats, waar hij is blijven wonen, al brengt hij sinds jaren ook de zomers door in Zuid-Frankrijk. Tijdens de oorlog werd hij gearresteerd vanwege zijn medewerking aan illegale tijdschriften. Na een half jaar werd hij vrijgelaten en dook hij onder.
'Ik was zestien, zeventien toen het oorlog werd. En dan is het gezin waaruit je komt toch niet het enige wat je vormt. De Tweede Wereldoorlog is buitengewoon geschikt geweest om verder te leren kijken dan je familieverband. Er is toen zeker politiek engagement bij mij ontstaan. Die oorlog heeft ontzettend veel teweeg gebracht. Het was een reddeloze, radeloze tijd.'
Van 1945 tot 1950 werkte hij op de kunstredactie van De waarheid. In de jaren vijftig was hij freelance-medewerker van Vrij Nederland en redacteur van Podium. Later besprak hij beeldende kunst voor Het vrije volk en was hij redacteur van De gids.
Kouwenaar wordt sinds de jaren vijftig tot de belangrijkste dichters uit het Nederlandse taalgebied gerekend. Hij debuteerde in 1953 met de bundel Achter een woord, najaar 2002 verscheen zijn meest recente bundel Totaal witte kamer. Zijn inleiding op de bloemlezing Vijf 5-tigers zorgde ervoor dat hij lange tijd met die stroming werd geassocieerd, maar de laatste decennia wordt zijn poëtisch werk vooral vanwege het volstrekt eigen idioom en de authentieke syntaxis geroemd.
Kouwenaar kreeg voor zijn gedichten talrijke onderscheidingen, waaronder de P.C.Hooftpijs (1971) en de Prijs der Nederlandse Letteren (1989).
Kouwenaar heeft een groot aantal vertalingen op zijn naam staan van toneelstukken van onder anderen Brecht, Goethe, Schiller, Weiss, Sartre en Dürrenmatt. In 1967 kreeg hij voor zijn vertaalwerk de Martinus Nijhoffprijs.
© Letterkundig Museum